Naar hoofdinhoud
Het bepaalde in dit artikel is van toepassing op overeenkomsten tussen de gemeente en zorgpartijen en op beschikkingen van een bestuursorgaan waarbij een zorgpartij belanghebbende is, voor zover die overeenkomsten (subsidie) en beschikkingen zien op het door de zorgpartij of een door haar in te schakelen partij, waaronder te rekenen: onderaannemers, leveren van diensten of verrichten van activiteiten op het gebied van: hulp bij het huishouden; ambulante Wmo/dagbesteding (met inbegrip van dagbesteding ouderen); Jeugd GGZ; of een inburgeringsvoorziening of taalvoorziening. De gemeente neemt in een door haar met een zorgpartij te sluiten overeenkomst als bedoeld in artikel 5 van de Wet Bibob het in artikel 11, eerste lid, van deze beleidsregels bedoelde beding op. Voordat de gemeente een beslissing neemt inzake de gunning van een overheidsopdracht aan een zorgpartij of het met een zorgpartij sluiten van de met een gunningsbeslissing beoogde overeenkomst, voert de gemeente een Bibob-toets uit. Het bestuursorgaan voert een Bibob-toets uit bij de beslissing op een door een zorgpartij ingediende aanvraag om een beschikking ter zake van subsidie, voor zover het bestuursorgaan ten aanzien van die beschikking de bij of krachtens wettelijk voorschrift de in artikel 6 van de Wet Bibob bedoelde bevoegdheid tot weigering heeft gekregen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel