Bij de toepassing van deze beleidsregel worden de volgende begripsbepalingen gehanteerd:
1. bebouwde kom: het bestaand bebouwd gebied;
2. besluit: een besluit van het bevoegd gezag;
3. bestaand bebouwd gebied: gronden binnen steden en dorpen die benut kunnen worden voor een samenstel van stedelijke functies op grond van geldende bestemmingsplannen/omgevingsplannen;
4. bijbehorend bouwwerk: functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw, los staand gebouw, of ander bouwwerk, met een dak;
5. bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;
6. erfafscheiding: afbakening van een erf of perceel van een ernaast gelegen erf of van de openbare ruimte
7. gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;
8. gezamenlijk bijbehorend bouwwerk
(nieuw): een gebouw voor gemeenschappelijke voorzieningen. De bruto-oppervlakte is gelijk aan het aantal Tiny Houses maal 5 vierkante meter. Het gebruik wordt geclusterd in één gebouw. Individuele bijbehorende bouwwerken bij Tiny Houses zijn niet toegestaan, met uitzondering van kleinere bouwwerken die noodzakelijk zijn met het oog op de verkleining van de ecologische footprint van de Tiny House.
(bestaand): transformatie van een bestaand gebouw op het terrein tot een bijbehorend bouwwerk.
9. hoofdverblijf: een gebouw of een deel van een gebouw dat fungeert als de vaste verblijfplaats van een persoon;
10. huishouden: een persoon, of groep personen die een duurzame gemeenschappelijke huishouding voert, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling.
11. off-grid: een op zichzelf staand, zelfstandig functionerend en volledig zelfvoorzienend gebouw;
12. Tiny House:volwaardige voor permanente bewoning geschikte, met een kleine ecologische footprint als duidelijk en aantoonbaar oogmerk. Gebouwd en bewoond vanuit de behoefte om gezamenlijke bezittingen te delen en zo minder te consumeren.
13. woning: een complex van ruimten dat door de indeling en inrichting uitsluitend bedoeld is voor de huisvesting van één huishouden. Kenmerkend voor een woning is de aanwezigheid van een eigen toegang/voordeur en alleen door dat huishouden te gebruiken voorziening zoals kook- en wasgelegenheid en sanitair.