Het opleggen van geheimhouding is een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dit betekent dat gemotiveerd moet worden waarom geheimhouding wordt opgelegd.
Geheimhouding mag alleen worden opgelegd op grond van een belang als genoemd in artikel 5.1 Woo, maar hoeft niet te worden opgelegd. Het betreffende bestuursorgaan moet altijd afwegen of het geheimhouding wil en moet opleggen. Dit moet ook terugkomen in de argumentatie.
Het besluit om geheimhouding op te leggen over het behandelde in een besloten vergadering moet in dezelfde vergadering worden genomen.
Het stuk of de informatie mag niet eerder openbaar zijn geweest.
Het moet duidelijk zijn dat de informatie geheim is en waarom. De wijze van vermelding dat het stuk geheim is of de woordkeuze die daarvoor wordt gebruikt is van ondergeschikt belang.
Verzoek om openbaarmaking is ook meteen een verzoek tot opheffen geheimhouding
Een verzoek om openbaarmaking van documenten waarop geheimhouding is gelegd moet ook worden opgevat als verzoek om opheffing van die geheimhouding. Nu de bevoegdheid tot het opheffen van de geheimhouding exclusief bij de raad berust, wanneer de informatie met de raad is gedeeld, zal ook op een verzoek tot het opheffen van de geheimhouding door de raad moeten worden beslist. Een Woo-verzoek dat bij het college wordt ingediend, zal dus moeten worden doorgeleid naar de raad. Het verzoek wordt afgedaan op basis van de bevoegdheidsverdeling zoals opgenomen in het Raadsdelegatiebesluit Enschede.
In onderstaande het opleggen van geheimhouding vanuit het ‘zendende’ bestuursorgaan schematisch weergegeven:
Overleggen van stukken aan een ander orgaan met verplichting tot geheimhouding
… de raad
… het college
… een commissie
Door het college aan…
Door het college, aan de raad: op grond van artikel 88 lid 2 Gemeentewet
Door het college, aan zichzelf: op grond van artikel 87 Gemeentewet
Het college, aan een commissie: op grond van artikel 88 lid 2 Gemeentewet
Door een commissie aan…
Door een commissie, aan de raad: op grond van artikel 88 lid 4 Gemeentewet
Door een commissie, aan het college: op grond van artikel 88 lid 4 Gemeentewet
Door een commissie aan zichzelf: op grond van artikel 87 Gemeentewet
Door de burgemeester aan…
Door de burgemeester, aan de
raad: op grond van artikel 88 lid 3 Gemeentewet
Door de burgemeester, aan het college: op grond van artikel 88 lid 3 Gemeentewet
Door de burgemeester, aan een commissie: op grond van artikel 88 lid 3 Gemeentewet
Ook mondelinge informatie kan onder geheimhouding vallen. Voor de burgemeester is nog een bijzondere rol weggelegd als het gaat om opleggen van geheimhouding. Hij is verplicht om er serieus op toe te zien of niet ten onrechte door het college van B en W wordt besloten tot geheimhouding.
Schema opheffen van geheimhouding op grond van de Gemeentewet
door
aan
bevoegd tot opheffen
Opgelegd door college
College
College. Als het college zich echter m.b.t. de geheime informatie (schriftelijk of mondeling) tot de raad heeft gericht, is alleen de raad nog bevoegd. (Artikel 89 lid 4)
Commissie
College of raad. Als het stuk aan de raad is voorgelegd, is alleen de raad nog bevoegd.
Raad
Raad
Opgelegd door burgemeester
College
Burgemeester of raad. Als het college zich m.b.t. het stuk tot de raad heeft gericht, is alleen de raad nog bevoegd.
Commissie
Burgemeester of raad.
Raad
Raad
Opgelegd door commissie
College
Commissie of raad. Als het college zich m.b.t. het stuk tot de raad heeft gericht, is alleen de raad nog bevoegd.
Commissie
Commissie en door het orgaan dat de commissie heeft ingesteld (artikel 89, derde lid, Gemeentewet). Als de commissie zich m.b.t. het stuk tot de raad heeft gericht, is alleen de raad nog bevoegd.
Raad
Raad
Opgelegd door raad
Raad
Raad
Hoofdstuk 2
Artikel 2.3
Aan welke eisen moet geheimhouding voldoen?
Onderdeel van Handreiking opleggen & opheffen geheimhouding gemeente Enschede