Niet alle thema’s zijn op elke plek in de openbare ruimte even belangrijk. Zo is het thema ‘sociaal’, waarbinnen bijvoorbeeld spelen valt, wel belangrijk in een woonwijk, maar niet op een hoofdroute. Daar zal eerder veel gewicht aan ‘verkeer’ worden toegekend. Het gaat dus telkens om de afweging tussen al deze thema’s onderling, die overal verschillend uit zal pakken. Kwaliteit ontstaat als de juiste ‘mix’ is gevonden die past bij die plek. Een winkelcentrum zal meer evenementen hebben, het buitengebied meer natuur en ecologie. Voor de gemeente als geheel geldt ook dat kwaliteit ontstaat als er voldoende samenhang tussen alle onderdelen is, zodat het totaalbeeld niet rommelig is.
De verschillende gradaties van kwaliteit zijn inzichtelijk te maken door ze meetbaar te maken in niveaus. Bij het beheer van de openbare ruimte wordt al enige tijd gewerkt met het begrip beeldkwaliteit waarbij in foto’s de te realiseren kwaliteit buiten op straat wordt uitgebeeld. Daarbij wordt met een systematiek waarbij A of A+ het hoogste en C het laagste niveau is, aangegeven wat de ambitie is voor verschillende plekken in de openbare ruimte. Het kader hieronder geeft een voorbeeld.
Kader 1: voorbeeld van een beeldmaatlat (zwerfvuil)
De twee foto’s geven weer hoeveel zwerfvuil aanvaardbaar is wanneer er een hoge ambitie is (A) en wanneer de ambitie laag is (D). Op niveau A mag zwerfvuil niet aanwezig zijn, bij niveau D ligt zichtbaar vuil.
Dergelijke maatlatten kunnen uitgebreid worden met allerlei ambities daar tussenin en worden toegepast op allerhande onderhoudsthema’s, bijvoorbeeld m.b.t. bekladding, de staat van het straatmeubilair en het onderhoud aan het groen. Het voordeel van het werken met beeldkwaliteit is dat dergelijke foto’s voor iedereen duidelijk zijn en dat de inspanning wordt afgestemd op het beeld, in plaats van dat onderhoudsfrequenties leidend zijn
Een dergelijke systematiek op beeldkwaliteit is ook voor Diemen vastgesteld. Hiervoor hebben we zgn. waaiers ontwikkeld: Daarbij is enerzijds in lijn gewerkt met de gangbare methode, door maatlatten te ontwikkelen die de te realiseren onderhoudskwaliteit inzichtelijk maken. De integrale kijk op de openbare ruimte is vertaald in de ‘blauwe waaier’ (figuur 2a) waarin de maatlatten voor de gebruiks-, inrichtings- en onderhoudskwaliteit zijn beschreven aan de hand van zes hoofd- en vijftien subcriteria. Het begrip onderhoudskwaliteit is in de ‘groene waaier’ (figuur 2b) verder uitgewerkt in veertien afzonderlijke maatlatten. De complete waaiers zijn als bijlage 1 opgenomen.
Figuur 2a: De Blauwe waaier; gebruik, inrichting en onderhoud
Figuur 2b: De Groene waaier; onderhoud (in meer detail)
Met de kwaliteiten is zo voor heel Diemen te spelen en variëren.. Op sommige plekken moet de openbare ruimte geschikt zijn voor een ommetje of het uitlaten van de hond, op andere plekken moeten meer uiteenlopende mogelijkheden zijn, zoals bijvoorbeeld zwemmen en vissen. Zulke plekken trekken mensen uit de wijdere omgeving.
Of een ander voorbeeld: op bepaalde plekken wordt absoluut voorrang gegeven aan aantrekkelijk groen en water. Op andere plekken wordt hier niet speciaal op ingezet omdat een andere kwaliteit,
,bijvoorbeeld een veilige verkeerssituatie, belangrijker is.
Op het vaststellen van de kwaliteit gaan we in de volgende hoofdstukken nader in.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.2.
Kwaliteitswaaiers
Onderdeel van Kwaliteitsplan Openbare Ruimte: Verbinden, ontmoeten en thuiskomen