Vanwege de nauwe samenhang met de fysieke leefomgeving, wordt voor het nieuwe gemeentelijk rioleringsplan een omgevings-gerichte benadering gevolgd. Met deze gebiedsgerichte uitwerking anticiperen we op de Omgevingswet. Het plan wordt zo vormgegeven dat de verschillende onderdelen van het plan geïntegreerd kunnen worden in de daarbij passende kerninstrumenten van de Omgevingswet, namelijk de Omgevingsvisie en op termijn een Omgevingsprogramma en het Omgevingsplan (zie afbeelding).

De nieuw planvorm bestaat uit een visiedeel en een programmadeel.

In het visiedeel staan centraal: de invulling van de gemeentelijke zorgplichten, sturende principes, ambities en op welke wijze en met wie de gemeente deze wil realiseren.

De visie wordt gebiedsgericht uitgewerkt in het programmadeel van het plan. Naast de toestand en het functioneren van de huidige voorzieningen, beschrijft het programmadeel het beheer, onderzoek en de maatregelen die nodig zijn om deze visie te realiseren, voor zover deze door de gemeente worden uitgevoerd en deze acties vanuit de rioolheffing kunnen (mogen) worden bekostigd. Dit programma richt zich op de periode 2021 tot en met 2025, met een doorkijk naar de middellange en lange termijn. Deze planperiode biedt daarmee een ruime overgangsperiode voor latere integratie van het beleid voor de gemeentelijke watertaken in omgevingsvisie, -programma en -plan.