We werken langs vier sporen aan het bereiken van bovenstaande doelen, namelijk:

spoor 1

Het optimaal benutten van het natuurlijke systeem en bijdragen aan herstel daarvan

spoor 2

Het verbinden met andere maatschappelijke opgaven voor Amersfoort en koppeling met andere uitvoeringsprogramma’s

spoor 3

Het uitwerken van bovenstaande sporen in een gebiedsgerichte aanpak

spoor 4

Het toepassen van innovatieve werkwijzen en technieken

Deze visie hangt nauw samen en is afgestemd met de Watervisie Amersfoort. Ook de watervisie stelt een vitale en gezonde leefomgeving centraal en geeft aan hoe water daar aan bij kan dragen. Beide plannen anticiperen op de inwerkingtreding van de Omgevingswet en bijhorende instrumenten, en maken verbinding met andere maatschappelijke opgaven. De watervisie richt zich daarbij vooral op het systeem van oppervlaktewater en grondwater, waar het gemeentelijk rioleringsplan vooral inzoomt op de gemeentelijke watertaken, die zijn uitgewerkt in een programma (de Watervisie bevat geen programma). Naast dezelfde centrale doelstelling, zijn de nut en noodzaak van groenblauwe structuren in de stad en de relatie tussen riolering, oppervlaktewater en grondwater de verbindende elementen tussen de watervisie en voorliggend gemeentelijk rioleringsplan. Zowel de watervisie als het visiedeel van het rioleringsplan zullen een plek krijgen in de Omgevingsvisie.

Spoor 1: Optimaal benutten van het natuurlijke systeem en herstel daarvan

‘Vergroenen en verduurzamen van de gemeentelijke watertaken: natuurlijk als het kan, technisch als het moet’

Voor de invulling en uitvoering van de gemeentelijke watertaken sluiten we zo veel mogelijk aan bij de natuurlijke situatie. Dit bereiken we door de voorkeursvolgorde voor de omgang met water in Amersfoort aan te houden, bij voorkeur met natuurlijke ‘groene maatregelen’ of met technische ‘grijze maatregelen’ waar dit niet anders kan. Hiermee werken we aan structurele oplossingen voor een klimaatbestendige en gezonde toekomst en aan versterking van de biodiversiteit en herstel van de natuurlijke situatie, voor zover dat mogelijk is binnen de randvoorwaarden van de bebouwde omgeving.

Amersfoort ligt op de overgang van drie landschappen: de stuwwal van de Utrechtse Heuvelrug, het essen- en beekdal-landschap van de Gelderse Vallei en het laagveenlandschap van het Eemland. Het natuurlijke systeem van deze landschappen speelt een belangrijke rol in de kwaliteit van de leefomgeving. Het natuurlijke systeem bepaalt in grote mate de werking van de waterhuishouding in Amersfoort en de effecten daarop van klimaatverandering, maar biedt ook de kansen om deze effecten op een robuuste, toekomstbestendige manier op te vangen.

Om de kansen van het natuurlijke systeem optimaal te benutten, sluiten we met de invulling en uitvoering van de gemeentelijke watertaken zo veel mogelijk aan bij de natuurlijke situatie. Dit gebeurt bij voorkeur via natuurlijke ‘groene maatregelen’, zoals het vervangen van harde beschoeiingen door natuurlijke flauwe oevers waar dat mogelijk is, waardoor meer variatie in beschoeiing en begroeiing ontstaat. Ook de infiltratie van neerslag in de bodem kan op een natuurlijke manier door oppervlak niet te verharden, door behoud van een gezonde bodem of door de opvang van afstromend regenwater in een wadi. Het herstel van een natuurlijker situatie kan ook via technische ‘grijze maatregelen’, bijvoorbeeld door de opvang van afstromend regenwater in een ondergrondse infiltratievoorziening.

Een belangrijk onderdeel van dit spoor is de voorkeursvolgorde voor de omgang met water in Amersfoort. Deze ziet er als volgt uit.

Spoor 2: Verbinden met andere maatschappelijke opgaven en programma’s

‘Benutten van koppelkansen en werk met werk maken’

De visie beperkt zich niet tot de invulling en uitvoering van de gemeentelijke watertaken (sectorale benadering) maar richt zich nadrukkelijk op de verbinding met andere Amersfoortse opgaven (integrale benadering). Waar het programmadeel van het gemeentelijk rioleringsplan zich beperkt tot hetgeen gefinancierd kan en mag worden vanuit de rioolheffing (Gemeentewet), heeft het visiedeel een bredere scope. Voor de invulling van de gemeentelijke watertaken is ook fysieke ruimte nodig, bijvoorbeeld voor de aanleg van waterberging en groen voor infiltratie van neerslag. Dit heeft dus invloed op de invulling van andere opgaven. De verschillende ambities (van de gemeente) vragen allemaal ruimte en die ruimte is beperkt. Het is dan ook belangrijk om functies te combineren en te stapelen. Daarom wordt in principe bij de keuze en voorbereiding van elke rioleringsmaatregel bekeken of en hoe deze kan bijdragen aan andere opgaven. Het proces voor een goede afstemming van ondergrondse ‘ruimteclaims’, met name voor een voldoende groeiplaats in de bodem voor bomen en voor kabels en leidingen, wordt beschreven in de Visie op de ondergrond (2021).

De uitvoering van maatregelen in de openbare ruimte wordt al vergaand afgestemd met andere uitvoeringsprogramma’s via het Meerjarenuitvoeringsprogramma openbare ruimte (MJP-OR). Bij deze afstemming wordt rekening gehouden met de vervangingscycli van verschillende typen maatregelen in de openbare ruimte (zie afbeelding). De aanleg van riolering, watergangen, drainage, wadi’s en andere voorzieningen voor de gemeentelijke watertaken hebben doorgaans een levensduur van vele decennia. De ritmes van de openbare ruimte vragen bij de inrichting om een balans tussen beproefde methoden, succesvolle oplossingen en ruimte voor nieuwe methoden en nieuwe oplossingen (Handboek Inrichting Openbare Ruimte, Amersfoort, juni 2019).

De vraagstukken voor de Omgevingsvisie Amersfoort worden in de volgende zeven thema’s beschreven (Bouwstenennotitie Omgevingsvisie Amersfoort, maart 2020): wonen, werken, samenleven, verkeer en vervoer, groen en openbare ruimte, duurzame stad en landelijk gebied. Waar relevant, zijn hieronder de koppelkansen vanuit de gemeentelijke watertaken met deze thema’s beschreven.

Wonen

‘In één keer goed’

Alle woningen in Amersfoort wordt klimaatbestendig gebouwd. Dit betekent dat minimaal wordt voldaan aan de vereisten voor de thema’s regen- en grondwateroverlast, droogte, hitte, waterveiligheid en biodiversiteit. Dit geldt voor zowel uitbreidingen, inbreidingen als transformaties van bestaande bouw.

In totaal worden volgens prognose circa 10.500 woningen tot 2030 en nog eens bijna 7.500 woningen tot 2040 bijgebouwd (bron: Ontwikkelbeeld Regio Amersfoort 2030-2040, november 2020 / Primos, 2020). Dit gebeurt door uitbreiding, inbreiding en transformatie van bestaande bouw (zie ook kader hiernaast).

Uitgangspunt voor alle woningbouw is een integrale aanpak van klimaatadaptatie, inclusief maatregelen tegen hittestress in en om gebouwen, in lijn met de voorkeursvolgorde voor de omgang met water in Amersfoort. Daarbij worden de eisen voor klimaatbestendige ontwikkeling en inrichting van zowel gebouwen, percelen als gebieden afgestemd op het verwachte klimaat aan het einde van de te verwachten levensduur.

Daarnaast wordt al bij de voorbereiding en ontwerp van gebouwen en installaties rekening gehouden met het benutten van de potenties van warmte (en koelte) uit oppervlaktewater, grondwater en rioolwater voor de energietransitie (verbinden met andere opgaven, zie ook hierna onder ‘Duurzame stad’).

Gebiedsgerichte kansen doen zich onder andere voor in de ontwikkelingen: Langs Eem en Spoor, waaronder herontwikkeling Wagenwerkplaats (wat bijdraagt aan de aanpak van wateroverlast in het Soesterkwartier) en herontwikkeling Kop van Isselt, Zon en Schild, bedrijventerrein Vinkenhoef en transformatiegebied De Hoef West en diverse kantoorpanden rond de Binnenstad.

Bij uitbreiding van de stad zijn er volop mogelijkheden om het ‘in één keer goed te doen’. De grote opgaven zoals de energietransitie, mobiliteit, gezondheid, biodiversiteit, klimaatbestendigheid en circulariteit kunnen hier heel goed een plek krijgen in een integraal ontwerp en realisatie.

Bij inbreiding en transformatie in de bestaande stad zijn de mogelijkheden daarvoor vaak minder ruim, onder andere door beperkingen vanuit de omgeving of door de beschikbare ruimte. Inbreiding en transformatie bieden enerzijds kansen om deze gebieden en directe omgeving klimaatbestendig en water robuust in te richten. Zeker als deze opgave tijdig wordt meegenomen. Dit vraagt wel om (intensiever) samenwerking met ontwikkelaars. Anderzijds leidt inbreiding tot verdichting, waardoor het aandeel verhard oppervlak toeneemt en de ruimte voor groen en water over het algemeen afneemt. Het tegengaan van verstening van de stad en het vergroten van het aandeel (klimaatbestendig!) groen vraagt de komende jaren onze aandacht en inzet samen met de stad.

(bron: op basis van Rapportage Duurzame stad, april 2020)

Duurzame stad

De bodem en ondergrond van Amersfoort spelen een belangrijke rol bij het realiseren van de duurzaamheidsambities van de stad. Voor het gebruik van de ondergrond moet in ieder geval voldoende ruimte worden gereserveerd voor ombouw van gemengde riolering naar gescheiden riolering (extra buis in de grond). Alle investeringen in (ondergrondse) infrastructuur, die (o.a.) nodig zijn voor de energietransitie, worden op elkaar afgestemd, waarbij investerings-programma’s optimaal met elkaar meeliften.

Voor de energietransitie wordt bij alle woningbouw (ook inbreidingen en transformaties) en ontwikkeling of herstructurering van bedrijventerreinen de mogelijkheden voor benutting van de potentie van warmte en koude uit grond-water, oppervlaktewater en afvalwater in de planvorming meegenomen. Voor de haalbaarheid hiervan worden ook de mogelijkheden voor ‘meeliften’ met andere investeringen meegenomen.

Het thema duurzame stad heeft drie belangrijke verbindingen met de gemeentelijke watertaken, namelijk: ruimtegebruik in de ondergrond, benutten van warmte (en koude) uit oppervlaktewater, grondwater en rioolwater en koppelen van uitvoeringsprogramma’s voor de aanleg van kabels en leidingen voor de energietransitie. Deze worden hieronder toegelicht.

Voor de (eventuele) aanleg van een toekomstig warmtenet is ruimte in de onder- en bovengrond nodig. In Amersfoort ligt in enkele gebieden nu een gemengd rioolstelsel waar op termijn een gescheiden rioolstelsel komt. Het gaat om delen van het Soesterkwartier, Hoogland en Hooglanderveen. In deze gebieden moet in alle straten ruimte in ondergrond worden gereserveerd voor toekomstige ombouw naar een gescheiden rioolstelsel. Hier moet een goede afstemming plaatsvinden tussen riolering en een (eventueel) warmtenet. Het proces om hiervoor een goede afweging te maken, wordt beschreven in de Visie op de ondergrond. In andere gebieden waar nu een gemengd rioolstelsel ligt, hoeft minder extra ruimte in de ondergrond te worden gereserveerd, omdat hier wordt ingezet op maximaal afkoppelen en infiltreren van hemelwater (De Berg) of lokaal afkoppelen en afvoer naar oppervlaktewater (Binnenstad), wat minder ruimte vraagt.

De bodem en ondergrond van Amersfoort spelen een belangrijke rol bij het realiseren van de verschillende duurzaamheidsambities van de stad. Het is daarom van belang om op termijn in het omgevingsplan ook een 3D plan voor ruimtegebruik in de ondergrond op te nemen.

De potentie van winning van warmte (en koude) uit oppervlaktewater, grondwater en rioolwater is groot. Van de mogelijkheden van Warmte en Koude Opslag (WKO) in de bodem en grondwater wordt al jaren gebruik gemaakt. Riothermie is een vorm van winning van Thermische Energie uit Afvalwater (TEA). Hiervoor is vooral potentie nabij de rioolwaterzuivering, het milieuriool, het stamriool en de persleidingen vanuit Leusden en Bunschoten, in combinatie met toepassing van deze warmte bij de ontwikkeling van de Kop van Isselt. In 2013 zijn de kansen voor riothermie in Amersfoort in kaart gebracht (zie onderstaande kaart). Wanneer de betreffende riolen worden vervangen, kunnen de nieuwe riolen met warmtewisselaars worden uitgerust. Vooral in combinatie met een WKO kan dit bijdragen aan de energietransitie in de directe omgeving.

Ook het rendement voor zowel klimaat als financieel van warmteterugwinning bij douches is groot, bijvoorbeeld in woningen, sportaccommodaties etc.

Thermische energie (warmte) uit afvalwater, zichtbaar in de sneeuw

Daarnaast lijkt de potentie van de winning van Thermische Energie uit Oppervlaktewater (TEO) groot te zijn. Heel lokaal wordt dit al toegepast bij het Pieter Gastland Blokhuis in Vathorst om de WKO in de zomer met warmte op te laden. En de mogelijkheid voor TEO voor een gasloos Schothorst-Zuid wordt onderzocht, bijvoorbeeld door de doorvoer van water vanuit het Valleikanaal door de wijk en onttrekking van warmte uit de singels.

Voor thermische onkruidbestrijding zouden in de toekomst (vanaf circa 2035) de randvoorzieningen gebruikt kunnen worden voor de opslag van opgewarmd water. Door voortgaande ombouw naar gescheiden stelsels en het afkoppelen en infiltreren van regenwater in gemengd gerioleerde gebieden, verliezen deze randvoorzieningen op termijn hun huidige functie. De watertemperatuur in deze bassins kan mogelijk verder worden verhoogd met warmtewisselaars met nabijgelegen oppervlaktewater.

De benodigde investeringen in (ondergrondse) kabels en leidingen voor de energietransitie, zoals de aanleg van een warmtenet of mogelijke verzwaring van het elektriciteitsnet, bieden kansen om gelijktijdig water- en rioleringsmaatregelen uit te voeren. Andersom bieden ook geplande rioolvervangingen kansen om hier mee te koppelen. Op korte termijn (in planperiode) zal dit (nog) geen grote rol spelen. Er worden wel grote vervangingsinvesteringen in gas- en waterleidingen verwacht. De vraag is echter groter dan de beschikbare capaciteit op de markt om deze werken uit te voeren, waardoor het kan gebeuren dat rioleringswerken worden vertraagd om toch met de uitvoering van deze werken mee te liften.

Verkeer en vervoer

De begaanbaarheid van (wijk)ontsluitingswegen en bereikbaarheid van(uit) winkelcentra, ziekenhuis, brandweerlocaties, politiebureau en ambulanceposten, wordt zo min mogelijk gehinderd als gevolg van regenwateroverlast bij extreme neerslag en door rioolvervangingen.

De vrijkomende ruimte bij nieuwe mobiliteitsconcepten en ontwikkelingen als een autoluwe binnenstad moet onder andere worden benut voor de aanleg van water en groen, om de gevolgen van klimaatverandering op te kunnen vangen en schade door extreme neerslag te beperken.

Het thema verkeer en vervoer heeft drie verbindingen met de gemeentelijke watertaken, namelijk: bereikbaarheid bij extreme neerslag, bereikbaarheid bij rioolvervanging en benutten van vrijkomende ruimte bij nieuwe vormen van mobiliteit.

Zowel in de risicodialogen als in het Regionaal Adaptatie Plan (RAP) wordt mobiliteit bij wateroverlast genoemd. Bij extreme neerslag kan de diepte van water op straat dermate groot worden (meer dan 30 cm) dat dit de begaanbaarheid van wegen voor voertuigen ernstig beperkt. Naast de bereikbaarheid van woningen, bedrijven en winkelcentra, is dit vooral een aandachtspunt bij wijkontsluitingswegen, tunnels en de bereikbaarheid van(uit) ziekenhuis, brandweerlocaties, politiebureau en ambulanceposten. De doelstellingen hiervoor worden in het programmadeel uitgewerkt.

Een groot deel van de rioolrenovatie in Amersfoort gebeurt door relining, waarbij een nieuw kunststof buis in de bestaande betonnen buis wordt aangebracht. Een deel van de riolen moet echter worden vervangen, bijvoorbeeld voor de aanleg van een gescheiden riool voor vuilwater en hemelwater. Waar mogelijk worden dan gelijktijdig andere ondergrondse kabels en leidingen vervangen. Bij de planning en uitvoering van rioolvervanging wordt zo veel mogelijk rekening gehouden met de bereikbaarheid van de gebouwen in de betreffende straat en de omgeving. Toch is enige weken hinder voor de omgeving onvermijdelijk. Dat is mede de reden waarom het merendeel van de riolen wordt gerelined.

Door ontwikkelingen als Mobilty As A Service (MAAS) en de autoluwe binnenstad ontstaat ruimte voor een andere, meer toekomstbestendige inrichting. Het is van groot belang dat de vrijkomende ruimte ook wordt benut voor de aanleg van water en groen om de gevolgen van klimaatverandering op te vangen. Juist in stadsdelen als de binnenstad zijn de klimaatproblemen zoals wateroverlast en hitte groot. Een aanvulling van de groen- en waterstructuur in deze gebieden betekent een heel robuuste en toekomstbestendige verbetering. Hoewel de woningbouwopgave voor Amersfoort groot is (zie hierboven), zal de vrijkomende ruimte dus niet alleen met woningbouw ingevuld moeten worden. Dit zou juist tot een verdergaande verstening van de stad en versterking van klimaatproblemen leiden.

Groen en openbare ruimte

De hoeveelheid verharding van private en openbare ruimte wordt zoveel mogelijk beperkt en, waar mogelijk, maakt dit plaats voor meer groen. Bij de aanleg van (meer) groen, wordt dit zo ingericht dat neerslag hier kan infiltreren en bij hevige neerslag het afstromende regenwater hier tijdelijk aan het oppervlak kan worden geborgen zonder schade te veroorzaken. Ook de overige openbare ruimte wordt zo ingericht dat afstromend regenwater tijdelijk aan het oppervlak kan worden geborgen zonder schade te veroorzaken.

Herinrichtingsprojecten bieden goede kansen voor meer groen. Dit is met name interessant waar nu gemengde riolering ligt. Door de aanleg van groen of de aanpassing daarvan kan deze ruimte worden benut voor het opvangen en infiltreren van hemelwater. Dit beperkt de kans op wateroverlast en helpt tegen droogte.

Waar nu gescheiden riolering ligt wordt vooral ingezet op het ontstenen van de openbare en private ruimte, in lijn met de voorkeursvolgorde voor de omgang met water in Amersfoort. Een voorbeeld hiervan is de herinrichting van de Boldershof. Ook een integrale wijkaanpak van de openbare ruimte in Liendert biedt kansen voor een meer klimaatbestendige en waterrobuuste inrichting.

Bij elke herinrichting moet kritisch worden gekeken naar de hoeveelheid verharding en of deze verminderd kan worden. In de praktijk zal dat niet overal mogelijk zijn, omdat er geen robuuste groenstrook is in te passen. Vanuit het oogpunt van een doelmatig beheer van openbaar groen, moet het ontstaan van zogenoemd ‘snippergroen’ zo veel mogelijk worden voorkomen. Waar toch snippergroen ontstaat, worden afspraken gemaakt over het onderhoud daarvan door bewoners en bedrijven, vergelijkbaar zoals dat nu ook met boomspiegels in Amersfoort gebeurt.

Naast vermindering van verhardingen zal ook bij elke herinrichting de mogelijkheid worden bekeken voor de toepassing van halfverharding of waterpasserende verharding. Een voorbeeld is de halfverharding van parkeerplaatsen aan de Schothorstlaan. Bij waterpasserende verharding is nog wel het onderhoud hiervan een aandachtspunt. De omgeving moet hier geschikt voor zijn. Veel bladval van bomen leidt bijvoorbeeld tot snelle verstopping van de waterdoorlatende voegen.

Daarnaast bieden ander mobiliteitsconcepten zoals MAAS (zie hierboven) op de middellange termijn belangrijke kansen voor minder verharding van de openbare ruimte en meer groen.

Spoor 3: Het toepassen van innovatieve werkwijzen en technieken

‘De vragen van de toekomst zijn niet alleen met oplossingen uit het verleden te beantwoorden; van het verleden kunnen we ook veel leren’

Amersfoort heeft een lange traditie van innovaties in de gemeentelijke watertaken. Voorbeelden daarvan zijn de grootschalige rioolrenovatie door relinen, diverse toepassingen van nieuwe materialen voor de opvang van hemelwater zoals in Berg VII, maar ook initiatieven zoals Meet Je Stad! wat inmiddels (inter)nationaal navolging vindt.

Gezien de ontwikkelingen en opgaven zoals rioolrenovatie, klimaatverandering en verdichting door woningbouw wordt nog meer dan voorheen ingezet op de toepassing van innovaties. Naast technische innovaties, zijn dit nadrukkelijk ook sociale innovaties. Zoals verdergaande integrale aanpak, bijvoorbeeld bij nieuwbouw en herinrichtingen, samenwerking met bewoners, bedrijven, woningcorporaties etc. (zie ook hieronder). Innovaties zijn ook mogelijk in planvorming, onderzoek, in concepten, big data / data science, etc.

Nieuwe uitdagingen op dit vlak zijn:

  • - Hoe kunnen we meer flexibiliteit in het rioolsysteem bereiken? Nu is de gemiddelde levensduur van riolen vele decennia, waardoor kans op een ‘technische lock-in’ ontstaat. Zijn nieuwe innovatieve technieken voor het riool mogelijk bij inbreidingen en uitbreidingen?
  • - De mogelijkheden om anders om te gaan met sanitatie, bijvoorbeeld het hergebruik van grijs water en gebruik van hemelwater in nieuwbouw (bijv. voor doorspoelen van toilet). Hierdoor wordt bespaard op het drinkwaterverbruik en wordt bij hergebruik van grijs water op grote schaal de lozingshoeveelheid op het riool beperkt. Vanwege de recente droge zomers is ook waterleidingsbedrijf Vitens geïnteresseerd in drinkwaterbesparing. Nieuwe sanitatie kan ook worden toegepast voor de lokale productie van biogas, door vergisting van organisch materiaal uit zwart water (toiletwater), grijs water (overig afvalwater) en huishoudelijk organisch afval (groente- en fruitafval) uit een (nieuwbouw)wijk. Dit gebeurt al op grotere schaal op de RWZI, de energie- en grondstoffenfabriek Amersfoort. Naast de winning van thermische energie uit afvalwater (TEA) op de RWZI, kan dit ook op andere plaatsen in het afvalwatersysteem, bijvoorbeeld in transportriolen via riothermie of in woningen via douche-warmteterugwinning. Per geval wordt bekeken op welk schaalniveau dit het meest efficiënt is, waarbij de afstand tot de afnemers een grote rol speelt. Technisch is veel mogelijk en dit neemt alleen maar toe. De gemeente is hierin actief en initieert waar mogelijk initiatieven op dit vlak.
  • - Het beter benutten van hemelwater in de openbare ruimte, bijvoorbeeld voor aanvulling van het bodemvocht voor groen, met name in de groeiperiode.
  • - Nieuwe technieken voor monitoring (bijv. via IoT) en in het bijzonder monitoring van de lokale klimaatbestendigheid en het beter benutten van beschikbare meetdata door slimme analyses.
  • - Toepassing van nieuwe inventarisatie- en nieuwe onderhoudstechnieken.
  • - Toepassing van intelligente pompen, die ook energiezuiniger zijn.
  • - Benutten van innovatieve technieken voor sanering van riooloverstorten in de Binnenstad (Havik, Weeshuisgang, Korte Gracht, Kamperbinnenpoort).

Twee belangrijk aandachtspunten bij deze nieuwe ontwikkelingen en innovaties zijn:

  • - Ruimte voor extra beheer- en onderhoudskosten van innovatieve maatregelen

    Bij introductie van innovatieve maatregelen moet goed naar de beheerbaarheid daarvan worden gekeken. Nieuwe maatregelen vragen vaak een aangepast beheer. Daarbij hoeft niet elke innovatie hoeft in Amersfoort te worden beproefd. Door kennisuitwisseling met de gemeenten in de samenwerkingsregio Vallei en Eem en via nationale kennisplatforms worden ook de ervaringen met innovatieve maatregelen benut, voordat deze in Amersfoort worden toegepast.

  • - Ruimte voor ‘vallen en opstaan’

    Innovaties pakken niet altijd even goed uit. Hierdoor kan tijdelijk overlast ontstaan en zijn vaak aanvullende maatregelen nodig om het gewenste functioneren te bereiken. Om te voorkomen dat innovaties in de kiem worden gesmoord, moet deze ruimte worden geboden.

Spoor 4: Uitwerking bovenstaande sporen in een gebiedsgerichte aanpak

In de Omgevingsvisie wordt een gebiedsgerichte benadering opgenomen, waarbij per wijk wordt verkend hoe de opgaven hier een plek kunnen krijgen. De verschillende ruimtelijke identiteiten van Amersfoort hangen nauw samen met de wijkindeling. (bron: Atlas Omgevingsvisie Amersfoort). In het Gemeentelijk rioleringsplan sluiten we aan op deze wijkgerichte benadering. Tegen de achtergrond van de gemeentelijke watertaken zijn veel wijken weinig onderscheidend van elkaar. Daarom zijn in de gebiedsgerichte uitwerking in het programmadeel een groot aantal wijken samengenomen tot de indeling in de volgende zeven deelgebieden:

  • - Binnenstad (Stadskern)
  • - Op de berg (De Berg-Noord, De Berg-Zuid, Leusderkwartier)
  • - Tussen berg en beek (Soesterkwartier, Eemkwartier, Nederberg en Vermeerkwartier)
  • - Eemvallei (Hoogland, Nieuwland, Kattenbroek, Schothorst-Noord, Schothorst-Zuid, Zielhorst, Rustenburg, Liendert, Kruiskamp, De Koppel, Schuilenburg, Randenbroek en Vathorst-De Velden, -Centrum, -De Bron, -De Laak)
  • - Bedrijventerreinen (Isselt, Wieken-Vinkenhoef, De Hoef, Calveen, De Brand en Bedrijventerrein Vathorst)
  • - Buitengebied (Bosgebied, Buitengebied-Oost, Hoogland-West)
  • - Ontwikkelingsgebieden (Vathorst-Bovenduist, Langs de Eem en Spoor (incl. Eemkwartier), Hoefkwartier/De Hoef West).