Naast de personele middelen moeten voor het realiseren van de ambities ook voldoende financiële middelen beschikbaar zijn. De uitvoering van de gemeentelijke watertaken moet nu en in de toekomst betaalbaar blijven. Hieronder wordt ingegaan op de geraamde kosten voor de komende planperiode, met een doorkijk naar de (middel)lange termijn, de ontwikkeling van de voorziening riolering en het tarief van de rioolheffing.

Toerekening van kosten aan de rioolheffing

De gevolgen van klimaatverandering laten zich steeds duidelijker voelen. De laatste jaren vooral door achtereenvolgende droge en warme zomers. Ten aanzien van regenwateroverlast en grondwateroverlast is goed in beeld hoe we hierop moeten anticiperen en welke maatregelen hiervoor nodig zijn (bijv. op basis van het Basisrioleringsplan Amersfoort 2021). Naast investeringen in deze maatregelen worden ook de inwoners van Amersfoort gestimuleerd om de eigen omgeving klimaatbestendiger in te richten, onder andere via subsidie.

De kosten van deze maatregelen zijn toe te rekenen aan de rioolheffing als deze ‘meer dan zijdelings’ bijdragen aan de uitvoering van de gemeentelijke watertaken. Dit is vergelijkbaar met de kosten van straatvegen, dat ook deels ten laste van de rioolheffing komt (voor beperking van verstopping straatkolken en vervuiling van regenwaterriolen en oppervlaktewater). Naast de (meer)kosten voor bijvoorbeeld maatregelen zoals infiltrerende verhardingen, natuurvriendelijke wadi’s of ondergrondse waterbuffers voor perioden van droogte, zijn ook de (meer)kosten voor het beheer en onderhoud hiervan (deels) toe te rekenen aan de rioolheffing.

Klimaatadaptatie

De volgende maatregelen dragen ‘meer dan zijdelings’ bij aan uitvoering van de gemeentelijke watertaken en zullen via de exploitatie ten laste komen van de rioolheffing (zie tabel):

Maatregel/activiteit

Geraamde kosten (K€/jaar)

Het opstellen van wijkklimaatplannen

130

Het ontwikkelen van indicatoren voor de mate van klimaatbestendig-heid van (wijken in) Amersfoort en planmatige monitoring daarvan

20

Evaluatie van de droogte van de afgelopen jaren

25

Amersfoort Rainproof en community management, voor verdere bewustwording van bewoners , bedrijven en instellingen van de gevolgen van klimaatverandering en de mogelijkheden om daar wat aan te doen

25

Maatregelen voor een klimaatbestendiger inrichting van de omgeving van bedrijven en instellingen (zie ook par. 5.6)

200

Operatie Steenbreek

100

Subsidieregeling groene daken

100

Totaal per jaar, ten laste van de exploitatie

600

Met deze maatregelen wordt ook uitvoering gegeven aan de motie 2021-050M.

Keuze varianten kostendekking klimaatadaptatie

De kosten voor de extra inspanning voor klimaatadaptatie hangen meer dan zijdelings samen met de gemeentelijke watertaken. Zoals hierboven toegelicht, mogen deze kosten dan volledig ten laste van de rioolheffing worden gebracht. Maar er kan ook voor worden gekozen om dit deels of helemaal niet laste van de rioolheffing te brengen.

De volgende varianten worden voorgelegd voor keuze: 100%, 50% of 0% dekking uit de rioolheffing.

Vanwege het belang van deze activiteiten voor de gemeentelijke watertaken, wordt geadviseerd om deze volledig ten laste van de rioolheffing te brengen, zodat de financiering hiervan zeker is gesteld.

De extra inspanning van € 400.000 per jaar betekent bij 100% dekking vanuit de rioolheffing een tariefstijging van circa 3%. Voor woningen betekent dit een stijging van gemiddeld € 3,86 per jaar, voor niet-woningen is dit een stijging van gemiddeld € 31,68 per jaar.

Bij bovenstaande tabel wordt opgemerkt dat de kosten voor Operatie Steenbreek en Groene daken ook al in 2020 en 2021 zijn gemaakt, dus niet nieuw zijn. De extra gevraagde inspanning voor een klimaatbestendig Amersfoort bedraagt dus € 400.000 per jaar. Deze extra kosten komen met ingang van 2022 ten laste van de exploitatie.

Kosten

De kosten voor uitvoering van de gemeentelijke watertaken bedragen in totaal € 98,4 miljoen voor de planperiode 2021 tot en met 2025. Dit is inclusief € 26,9 miljoen aan maatregelen in achterstand groot onderhoud. Volgens planning wordt deze achterstand in de komende planperiode ingelopen.

Onderstaande afbeelding geeft het aandeel van de verschillende kosten aan als percentage van de totale geraamde kosten. De grootste delen bestaan uit kosten in de vorm de dotaties aan de voorziening toekomstige vervangingsinvesteringen (25%) en kosten van maatregelen achterstallig groot onderhoud (27%). Andere grote kostenposten zijn diensten van derden (11%), compensabele BTW (10%) en de ROVA (7%).

Voorstellen voor financiering maatregelen / vervangingsinvesteringen

Zoals in paragraaf 4.1 is toegelicht, is vanaf 2018 de voorziening groot onderhoud (ex artikel 44, lid 1c BBV) opgeheven en het saldo samengevoegd met de voorziening middelen derden (ex artikel 44, lid 2 BBV).

De investeringen in de riolering kunnen per jaar sterk fluctueren. Om een gelijkmatige tariefontwikkeling en oplopende kapitaallasten naar de toekomst te voorkomen, worden de volgende voorstellen gedaan (binnen regels van BBV):

  • - Achterstand maatregelen

    Instellen van een (tijdelijke) voorziening onderhoud (ex artikel 44 lid 1c BBV) en vanuit de voorzieningen middelen derden (ex artikel 44 lid 2 BBV) een bedrag van € 26,9 miljoen terugbrengen in deze voorziening onderhoud.

    De nog uit te voeren maatregelen in achterstand groot onderhoud komen ten laste van deze voorziening onderhoud. Nadat deze maatregelen zijn uitgevoerd, wordt deze voorziening opgeheven. Het eventuele saldo wordt samengevoegd met de voorziening middelen derden.

  • - Toekomstige investeringen

    Instellen van een voorziening toekomstige vervangingsinvesteringen (ex artikel 44 lid 1d BBV) om fluctuaties in de lasten door investeringen op te vangen en stijging van kapitaallasten te vermijden.

    Deze voorziening dient voor het afboeken van geactiveerde investeringen. Deze investeringen betreffen alle levensduurverlengende investeringen (dus naast vervangen ook bijv. het relinen van riolen) én investeringen voor ‘verbetering’, om er voor te zorgen dat riolering aan de daaraan gestelde eisen blijft voldoen (bijv. voor opvangen van gevolgen klimaatverandering).

  • - Dotaties voorziening toekomstige vervangingsinvesteringen

    In aansluiting op voorgaand voorstel, te gaan sparen in het tarief, voor toekomstige investeringen, waarbij het jaarlijkse spaarbedrag (dotatie aan de voorziening toekomstige vervangingsinvesteringen) gelijk is aan het huidige jaarlijkse investeringsvolume (€ 5,75 miljoen) en daarnaast deze spaarcomponent met ingang van 2023 jaarlijks te laten toenemen met € 230.000, zodat de dotaties voldoende zijn voor het toenemende investeringsvolume tot 2035 (zie hieronder) en geen nieuwe kapitaallasten ontstaan.

  • - Voorziening middelen derden

    Het aanwenden van de voorziening middelen derden (ex artikel 44 lid 2 BBV) als egalisatievoorziening (met een benodigd saldo tussen € 0,5 en 1 miljoen, aandeel in totale saldo jaarlijks te analyseren) en voor het meerdere saldo een gecontroleerde leegloop door dekking van de kapitaallasten van investeringen in de periode 2018-2020.

  • - Bestemmingsreserve riolering

Instellen van een bestemmingsreserve riolering om eventuele voordelen als gevolg van areaaluitbreidingen en efficiencyvoordelen voor het product riolering te behouden.

Toekomstige investeringen in de planperiode (2021-2025)

De geraamde toekomstige investeringen bedragen in totaal € 21 miljoen in 4 jaar. Dit is gemiddeld € 5,2 miljoen per jaar (dit is naast de maatregelen achterstand groot onderhoud in komende planperiode, voor een geraamd bedrag van € 26,9 miljoen).

Van deze € 21 miljoen aan toekomstige investeringen is het grootste deel (38%) nodig voor het relinen van oude riolen. Circa 32% is voor de vervanging van oude riolen, het bijleggen van gescheiden regenwaterriolen en het afkoppelen en infiltreren van afstromend regenwater van gemengde riolering. En circa 30% is nodig voor de uitvoering van maatregelen in de planperiode voor de beperking van de kans op regenwateroverlast als gevolg van klimaatverandering (om aan huidige eisen te kunnen blijven voldoen).

Verwachte investeringen op de middellange termijn (2025-2050)

Om de gevolgen van klimaatverandering voor de kans op regenwateroverlast op te vangen, zijn volgens het Basisrioleringsplan Amersfoort 2021 maatregelen nodig met een totaal investeringsvolume van ruim € 37 miljoen. Vrijwel al deze investeringen, namelijk bijna € 36 miljoen, worden verwacht in de periode tot 2035. Circa € 15 miljoen hiervan betreft maatregelen die al in het maatregelenprogramma zitten (ombouw naar gescheiden stelsel). De benodigde extra investeringen bedragen dus ruim € 21 miljoen tot en met 2035, ofwel gemiddeld € 1,5 miljoen per jaar. In de periode 2035-2050 bedragen de aanvullende investeringen gemiddeld (slechts) € 0,1 miljoen per jaar.

Op basis van de leeftijdsopbouw van de riolering en de gemiddelde levensduur zijn de verwachte investeringen voor vervanging en relining voor de (middel)lange termijn (tot 2050) in beeld gebracht. Deze zijn gespreid over enkele jaren om grote fluctuaties te dempen, met het oog op de kosten en de uitvoeringscapaciteit. Zoals in het voorgaande gemeentelijk rioleringsplan ook is aangegeven (in 2011), moet rekening worden gehouden met het verder oplopen van de lengte riolering die aan vervanging of relining toe is. In lijn met de perioden van grote uitbreidingen van Amersfoort, is de verwachting dat het investeringsvolume na de komende planperiode (na 2025) moet toenemen naar gemiddeld € 6,5 miljoen, in de periode 2026 t/m 2030 en verder naar gemiddeld € 7,0 miljoen in de periode 2031 t/m 2035.

Geadviseerd wordt om daarvoor in de komende planperiode de dotaties aan de voorziening vervanging riolering geleidelijk naar € 6,5 miljoen per jaar te laten groeien, in aanloop naar de periode 2026-2040 (zie voorstel voorgaande bladzijde). Daarbij wordt opgemerkt dat er geen gespecificeerde lijst met projecten voor deze periode is, maar dat duidelijk is dat het totale investeringsvolume in deze periode hoger is dan nu. Deze ontwikkeling volgt uit de leeftijdsopbouw en gemiddelde levensduur van de riolering van Amersfoort. Via de voorziening riolering kan hiervoor worden ‘gespaard’, zodat er geleidelijk naar grotere dotaties en een hoger investeringsvolume kan worden toegegroeid.

Kostendekkende rioolheffing

Als gevolg van de toegenomen kosten voor klimaatadaptatie (m.i.v. 2023: € 400.000 per jaar), de geleidelijke groei van de dotaties (m.i.v. 2023 met € 230.000 per jaar) en een aantal andere exploitatiekosten, moeten voor een 100% kostendekkende rioolheffing de baten als volgt toenemen (exclusief inflatiecorrectie):

  • - in 2023 met € 630.000 ten opzichte van 2022 (ca. 4,72% tariefstijging),
  • - in 2024 met € 230.000 ten opzichte van 2023 ( ca. 1,72% tariefstijging),
  • - en in 2025 met € 230.000 ten opzichte van 2024 (ca. 1,72% tariefstijging).

In onderstaande afbeelding zijn de geraamde kosten en dotaties en de verwachte ontwikkeling van de standen van de voorzieningen weergegeven.

Heffingsgrondslag en hoogte rioolheffing in vergelijkbare gemeenten

De grondslag voor de hoogte van de rioolheffing kan per gemeente verschillen. De rioolheffing kan van de eigenaar (aansluitrecht), van de gebruiker (afvoerrecht) of van allebei worden geheven. Het eigenarentarief is in 23 gemeenten (waaronder Amersfoort), met daarin 8 procent van de bevolking, gekoppeld aan de WOZ-waarde. In alle overige gemeenten waar een eigenarentarief wordt geheven, met daarin 54% van de bevolking, is dit een vast bedrag. Het gebruikerstarief is in 8 gemeenten (waaronder Amersfoort) gekoppeld aan de WOZ-waarde, met daarin 5 procent van de bevolking. Veel voorkomende andere grondslagen voor het gebruikerstarief zijn een vast bedrag (op basis van aanwezigheid rioolaansluiting), omvang van het huishouden of het waterverbruik (bron: Atlas van de lokale lasten, COELO, 2021). De hoogte van de heffing in Amersfoort is onafhankelijk van het al dan niet aanwezig zijn van een aansluiting op drinkwaterleiding of riolering.

Het tarief van de rioolheffing in Amersfoort bedraagt in 2021 voor gebruikers 0,0182% van de WOZ-waarde, en daarnaast voor eigenaren 0,0225% van de WOZ-waarde. De gemiddelde WOZ-waarde van een woning is € 305.000 (per 1 januari 2020).

Voor een indruk van de hoogte van de rioolheffing in Amersfoort is in onderstaande tabel een vergelijking gemaakt met een aantal gemeenten van vergelijkbare omvang en met een vergelijkbare (stevige) bodem.

Tarief rioolheffing 2021 in Amersfoort en vergelijkbare (grote) gemeenten

Gemeente

grondslag eigenaar

grondslag gebruiker

eigenaar (€)

gebruiker (€)

totaal (€)

Amersfoort

WOZ

WOZ

68,63

55,51

124,14

Apeldoorn

WOZ

WOZ

0,00

135,19

135,19

Arnhem

WOZ

WOZ

77,25

77,25

154,50

Enschede

-

Waterverbruik

0,00

270,60

270,60

Nijmegen

WOZ

-

153,47

0,00

153,47

Zwolle

-

Vastrecht

108,19

0,00

108,19

Alleen in Zwolle is het totale tarief voor eigenaar en gebruiker (13%) lager dan in Amersfoort (Zwolle heeft één van de laagste tarieven in Nederland). Voor de andere gemeenten in deze vergelijking ligt dit bedrag € 10 tot € 30 (9 tot-24%) hoger dan in Amersfoort, met als uitschieter Enschede waar het tarief meer dan twee keer zo hoog is. Daarbij wordt opgemerkt dat Enschede een hoog kwijtscheldings-percentage kent.

Het voorgaande bevestigt het beeld dat de rioolheffing in Amersfoort tot de laagste circa 10% van alle gemeenten behoort, ook voor vergelijkbare gemeenten in Nederland.

Bijdrage vanuit Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie

In 2018 hebben het Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen het Bestuursakkoord Klimaatadaptatie ondertekend, waarin onder andere is afgesproken dat de overheden tot en met 2025 zo’n € 600 miljoen investeren in klimaatadaptieve maatregelen, waarvan één derde door het Rijk vanuit het Deltafonds wordt gefinancierd. Vanaf 2021 wordt hiervoor € 150 tot 250 miljoen beschikbaar gemaakt via een (tijdelijke) stimuleringsregeling. In 2021 kunnen de ‘biedingen’ vanuit de regio’s worden ingediend, op basis van lokale uitvoeringsagenda’s (gemeentelijk rioleringsplan voor Amersfoort). Na toetsing en besluit over een bijdrage, kan vanaf 2022 worden gestart met uitvoering en monitoring van projecten.

In samenwerking met Platform Water Vallei en Eem wordt in 2020 een (regionale) bieding voorbereid (mede) op basis van de klimaatadaptatie maatregelen die in dit plan zijn beschreven.

Opgemerkt wordt dat in het voorgaande geen rekening is gehouden met een eventuele financiële bijdrage vanuit de stimuleringsregeling op basis van het Bestuursakkoord Klimaatadaptatie.