In dit beleidskader gebruiken we onderstaande definities van verschillende horecatermen. Hiermee voorkomen we verwarring.

agrarisch bedrijf:

een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van agrarische producten door middel van het telen van gewassen of het houden van dieren, waaronder begrepen een productiegerichte paardenhouderij.

bed en breakfast:

logies en ontbijt, het aanbieden van nachtverblijf zonder bijbehorende voorzieningen tot het bereiden van maaltijden.

bedrijf:

een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis verbonden beroepen daaronder niet begrepen.

bijbehorend bouwwerk:

uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd op de grond staand gebouw, of ander bouwwerk, met een dak.

boerencamping:

een inrichting gericht op het bieden van gelegenheid tot seizoensgebonden, gedurende de periode van 15 maart tot en met 31 oktober, verblijfsrecreatie in kampeermiddelen met de bijbehorende sanitaire voorzieningen, waarbij het aantal kampeermiddelen maximaal 25 mag bedragen.

boerenkamer:

een binnen de bestaande agrarische bedrijfsgebouwen opgenomen recreatief verblijf, waarvan de gebruikers hun hoofdverblijf elders hebben.

boerenterras:

Een terras bij een agrarisch bedrijf of boerencamping. Of een burgerwoning waar overwegend eigen of lokaal gemaakte producten worden verkocht voor gebruik op locatie.

camping:

een inrichting gericht op het bieden van gelegenheid tot verblijfsrecreatie in kampeermiddelen met de bijbehorende sanitaire voorzieningen en voorzieningen voor openluchtrecreatie.

detailhandel:

het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.

erfbeplanting:

afschermende (rand)beplanting binnen of direct aansluitend bij het bouwvlak van een agrarisch bedrijf of binnen of direct aansluitend bij een ander bedrijf of een woning.

erfbeplantingsplan:

plan, waarin wordt aangegeven hoe de erfbeplanting ingericht en beheerd zal gaan worden.

horeca:

het bedrijfsmatig verstrekken van dranken en/of etenswaren en/of logies;

mini-camping:

een inrichting gericht op het bieden van gelegenheid tot seizoensgebonden, gedurende de periode van 15 maart tot en met 31 oktober, verblijfsrecreatie in kampeermiddelen met de bijbehorende sanitaire voorzieningen, waarbij het aantal kampeermiddelen maximaal 15 mag bedragen.

nevenactiviteit:

een activiteit met een zodanige beperkte omvang dat de functie waaraan zij wordt toegevoegd qua aard, omvang en verschijningsvorm als hoofdfunctie herkenbaar blijft.

ondergeschikte horeca:

een horecavoorziening binnen een bestemming waarvan de functie een andere dan horeca is maar waar men uitsluitend ten behoeve van de hoofdfunctie een ruimte specifiek heeft ingericht voor de consumptie van drank en etenswaren, zoals een kantine in een verenigingsgebouw of sportvoorziening