Omschrijving
De OZB is een tijdstipbelasting. Dit betekent dat voor het bepalen van de belastingplicht de situatie per 1 januari van het belastingjaar geldt. Veranderingen in de loop van het jaar, bijvoorbeeld de verkoop van een huis, worden meegenomen in het volgende belastingjaar.
Wettelijke basis
Op basis van artikel 220 van de Gemeentewet kunnen gemeenten onroerende-zaakbelastingen (OZB) heffen. De OZB is een algemene belasting, er is geen relatie tussen de heffing en bepaalde taken van de gemeente. De opbrengst is onderdeel van de algemene middelen.
Belastingplichtige
eigenaren van woningen;
eigenaren van niet-woningen;
gebruikers van niet-woningen.
Indien iemand zowel eigenaar als gebruiker is van een niet-woning, dan betaalt hij of zij beide belastingen.
De Gemeentewet bevat kaders waardoor objecten worden vrijgesteld van de OZB, bijvoorbeeld kerken.
Grondslag
De grondslag voor de berekening van de OZB is de WOZ-waarde van de onroerende zaak. Deze wordt jaarlijks opnieuw bepaald. Het tarief van de OZB wordt uitgedrukt in een percentage van de WOZ-waarde. Voor iedere groep belastingplichtigen wordt een afzonderlijk tarief vastgesteld. De hoogte van het tarief leidt tot de opbrengst die met de begroting is vastgesteld. De beoogde opbrengst van de OZB per belastingplicht wordt eerst vastgesteld. Vervolgens wordt op basis van de totale WOZ-waarde van de belastingplicht het OZB-tarief berekend. De ontwikkeling van het OZB-tarief is dus naast de ontwikkeling van de OZB-opbrengst afhankelijk van de ontwikkeling van de vastgoedmarkt. Als de gemiddelde waarde op de vastgoedmarkt stijgt, leidt dit tot een neerwaartse bijstelling van het OZB-tarief. Anders zou de OZB-opbrengst evenredig meestijgen. Andersom geldt hetzelfde. Een negatieve waardeontwikkeling van de vastgoedmarkt leidt tot een verhoging van het OZB-tarief, om te voorkomen dat de OZB-opbrengst daalt.
De tariefaanpassing op basis van de ontwikkeling van de vastgoedmarkt heeft voor de gemiddelde eigenaar en gebruiker geen effect op de hoogte van de OZB-heffing. Immers, een gemiddeld vastgoedobject volgt de ontwikkeling op de vastgoedmarkt.
Wat valt er te kiezen voor de gemeenteraad bij het heffen van de OZB
Allereerst moet de hoogte van de beoogde OZB-opbrengst worden vastgesteld. Dit gebeurt doorgaans bij de begrotingsbehandeling voor het volgende jaar. Daarnaast kan de gemeenteraad bepalen hoe de lasten worden verdeeld: komen deze voor rekening van de eigenaren van woningen of juist bij de eigenaren of gebruikers van niet-woningen. Vervolgens wordt op basis van de totale vastgoedwaarde het OZB-tarief bepaald.
Bij de vaststelling van het tarief voor woningen wordt niet alleen gekeken naar de OZB-opbrengst, maar ook naar het totaal aan woonlasten dat de gemeente in rekening brengt. Tot de woonlasten behoren ook de aanslag afvalstoffen- en rioolheffing.
Macronorm
Het Rijk heeft met ingang van 2020 de macronorm OZB afgeschaft. Met deze macronorm werd de ontwikkeling van de OZB gemonitord. In plaats daarvan is er vanaf 2020 een benchmark lokale woonlasten. Hierin worden ook de riool- en afvalstoffenheffing meegenomen. Door een vergelijking van de gemeentelijke woonlasten en de tariefontwikkeling met landelijke en provinciale gemiddelden, moeten de onderlinge verschillen tussen gemeenten nog inzichtelijker worden.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.1
Onroerende-zaakbelastingen
Onderdeel van Nota Lokale heffingen 2022-2025 gemeente Enschede