ZORGPLICHT AFVALWATER
Als gemeente hebben we de zorgplicht voor de inzameling van stedelijk afvalwater. In gebieden waar we als gemeente inzameling en transport van stedelijk afvalwater niet doelmatig vinden en de provincie ontheffing van de zorgplicht heeft verleend moet de houder van het afvalwater zelf zorgen voor de verwerking van het afvalwater. Met het in werking treden van de Omgevingswet vervalt de provinciale ontheffingsbevoegdheid en mogen we als gemeente samen met het waterschap zelf bepalen wat doelmatig is. Bedrijfsafvalwater, dat niet op dezelfde manier kan worden behandeld als huishoudelijk afvalwater is geen stedelijk afvalwater. Omdat we hier als gemeente geen zorgplicht voor hebben kunnen we desgewenst bestaande of nieuwe aansluitingen van bedrijven weigeren als dit ten goede komt van de zuivering.
Inzamelen en verwerken van afvalwater
Nieuwe afvalwaterlozers dienen te voldoen aan de regels van de lozingenbesluiten. Bij ontwikkelingen waarbij door functiewijzing er meer belasting van afvalwater op het stelsel komt betaalt de ontwikkelaar eventuele meerkosten voor de verwerking. In het buitengebied sluiten we kleinschalige nieuwbouw aan op drukriolering. Lozing van hemelwater hierop is niet toegestaan.
Bij nieuwe ontwikkelingen wordt de afvoercapaciteit van het ontvangende stelsel getoetst. Eventuele nodige aanpassingen komen voor rekening van de initiatiefnemer.
Gezien de hoeveelheid drukriolering binnen onze gemeente is bij vervanging altijd sprake van maatwerk. Hierbij maken we een afweging op basis van doelmatigheid. Landelijk worden op kleine schaal nieuwe sanitatievormen uitgeprobeerd, bijvoorbeeld een aparte inzameling van urine en decentrale zuivering. Dit zijn interessante ontwikkelingen, die binnen het samenwerkingsverband worden gevolgd. Wij hanteren als uitgangspunt dat rioolvoorzieningen robuust dienen te zijn. Grootschalige alternatieven worden pas toegepast als ze voldoende zijn bewezen. We staan open om mee te werken aan wijkgerichte pilots. Uitgangspunt is dat dit gebeurt binnen de geldende wet- en regelgeving.
Voor nieuwe ontwikkelgebieden wordt water gescheiden ingezameld.
Bij nieuwe lozingsaanvragen hanteren we onderstaande leidende principes:
Voor het bepalen van de lozingsroute dient de voorkeursvolgorde te worden aangehouden.
Het geloosde afvalwater mag aantoonbaar geen extra risico’s opleveren met betrekking tot aantasting van de riolering.
Om ruimte in het systeem te houden kunnen we als gemeente een aanvraag weigeren en/of een gebufferde lozing vereisen.
Potentiële bedrijfsmatige afvalwaterlozers dienen aan te tonen welke risicobeheersmaatregelen zij treffen voor het geval er zich calamiteiten voordoen in het bedrijfsproces (waterkwaliteit/-kwantiteit).
De voorkeursvolgorde voor de verwijdering van bedrijfsafvalwater is:
hergebruiken
zuiveren
lozen in de bodem
lozen op oppervlaktewater
lozen op de vuilwater riolering (als het niet anders kan)
Nieuwe bedrijfsmatige lozers hebben bewijslast voor deze voorkeursvolgende: indien ze hun afvalwater op een lagere trede in de voorkeursvolgorde willen verwerken moeten ze kunnen onderbouwen waarom het niet mogelijk is om hun afvalwater te verwerken op een hogere trede in de voorkeursvolgorde.
Lozen van afvalwater
Sinds de aanleg van het transportstelsel hebben gemeente Heeze-Leende en waterschap De Dommel waar nodig afstemmomenten over het zo optimaal mogelijk laten functioneren van het aanvoergebied.
De inzameling en het transport van stedelijk afvalwater in onze gemeente mag niet tot volksgezondheid- of milieuproblemen leiden. Lozingen vanuit het rioolstelsel zijn echter onvermijdbaar. Samen met de waterschappen zorgen we ervoor dat de effecten op het (water)milieu aanvaardbaar zijn. Hiertoe volgen we een immissiegerichte aanpak met kosteneffectieve maatregelen om te kunnen gaan voldoen aan de Kaderrichtlijn Water (KRW). We hanteren hierbij de zogenoemde 4M-aanpak (4M staat voor monitoren, meten, modelleren en maatregelen) om het rioleringssysteem te optimaliseren. De vrijkomende meetgegevens van het opgerichte meetnet analyseren we om zo meer inzicht te krijgen in het aanbod op de zuivering, de lozing van overstortwater en het hydraulisch functioneren. Dit inzicht gebruiken we voor het opstellen van verbetermaatregelen.
Opheffen van (schadelijke) lozingen
In gebieden met gescheiden riolering komen foutieve aansluitingen voor (afvalwater op hemelwaterriolen of hemelwater op gemengde riolering). Dit kan leiden tot waterkwaliteitsproblemen in ontvangend oppervlaktewater of capaciteitsproblemen in het rioolstelsel. Samen met de waterschappen bepalen we waar er daadwerkelijk sprake is van een knelpunt. In dat geval onderzoeken we de situatie en werken aan een oplossing. Foutieve aansluitingen zonder impact op het oppervlaktewater, rioolstelsel en/of leefomgeving pakken we in principe (vanuit praktische en financiële haalbaarheid) niet aan. Ditzelfde geldt voor rioolvreemd water. Dit is water dat in principe niet op de riolering thuishoort, bijvoorbeeld instromend oppervlaktewater, instromend lekwater, drainagewater maar ook drugsafval etc.
Aanvullend onderzoeken we:
Ongezuiverde lozingen
We onderzoeken het aantal ongezuiverde lozingen op de bodem en zoeken waar mogelijk naar maatwerkoplossingen hiervoor.
Eventuele schade-impact op locaties waar waterstofsulfide (H2S) optreedt
We gaan eerst de H2S ter plaatse van lozingspunten in kaart brengen. We trekken hierin op met het waterschap. Daarna gaan we de top 10 aantastingen minimaliseren door de kwaliteit van het afvalwater te verbeteren (lucht inbrengen). Uit praktijkervaringen blijkt dit goed te werken: er treden nu geen aantastingen van de riolering meer op.
Risicobeheersing
Onder normale omstandigheden zamelen we afvalwater in en verwerken dit waarbij de kans op contact tussen mens en afvalwater gering is. Onder extreme omstandigheden of bij incidenten/calamiteiten is er een groter risico op contact als gevolg van uittredend afvalwater. Denk hierbij aan rioolwater dat bij hevige regenval vanuit de riolering op straat stroomt, een leidingbreuk, een brand of een incident waarbij gevaarlijke stoffen vrijkomen. De spreiding van een mogelijk incident of calamiteit in ruimte en tijd is dermate groot dat het voeren van preventief beleid niet (kosten)effectief is. Wel willen we zo efficiënt mogelijk kunnen handelen op het moment dat er zich iets voordoet. Onze eigen buitendienst en/of de calamiteitendienst is met materialen toegerust om beperkte maatregelen te kunnen treffen zoals het afstoppen van kleine leidingen of het dichtzetten van kolken.
Wat te doen bij overlast
Zorgdragen dat meldingen goed worden opgevolgd door de buitendienst.
Indien nodig zal de brandweer moeten worden ingeschakeld (kelders leegpompen etc.).
Ervoor zorgen dat kritieke straten die blank staan, tijdelijk worden afgezet. Indien nodig wordt een tijdelijke omleidingsroute ingesteld.
Klachten binnenkomen registeren en zorgen dat ze worden opgevolgd (interactie tussen binnen en buitendienst).
Na een hoosbui (indien nodig) opdrachtgeven voor een extra veegronde cq. kolkenzuigen, zie ook punt 7.
De type overlast en de mate hiervan goed bijhouden:
Waar is de overlast opgetreden?
Wat is er gebeurd en wat is gedaan om de overlast te beperken of op te lossen?
Rapportage maken op processtap.
Iedere maandag een kort verslag van de calamiteit van de week ervoor.
Evalueren van de overdrachtsrapportage met buitendienst.
Opslaan in de juist map en schijf.
Na een hoosbui de wegen, overstortsloten etc. goed schoonmaken en het vuil afkomstig uit het riool (toiletpapier, ontlasting) opruimen.
Met het in werking treden van de Omgevingswet komt o.a. de activiteitengebonden verplichting tot het hebben van een vetafscheider te vervallen. Het is volgens het Kabinet effectiever om gemeenten in het Omgevingsplan te laten bepalen wie wel een vetafscheider moet hebben.
Omwille van de doelmatigheid vervalt met de komst van de Omgevingswet ook het afstandscriterium bij de keuze voor riolering of een gelijkwaardig alternatief. Ook is de provincie hierin geen bevoegd gezag meer. Gemeente Heeze-Leende en het waterschap maken per situatie een gezamenlijke doelmatigheidsafweging op basis van een gezamenlijk op te stellen transparant afwegingskader.
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.4
Artikel 4.4.1
Strategie afvalwater
Onderdeel van Plan Stedelijk Water 2023-2027