ZORGPLICHT HEMELWATER
De gemeentelijke zorg voor het beheer van afvloeiend hemelwater heeft betrekking op het afvloeiend hemelwater van openbaar terrein en afvloeiend hemelwater dat niet op particulier terrein kan worden verwerkt. De eigenaar van het terrein waarop het hemelwater valt is primair verantwoordelijk voor de verwerking van het hemelwater. De gemeente hoeft het hemelwater afkomstig van particulier terrein niet te ontvangen. Alleen als de houder van het verzamelde hemelwater dit redelijkerwijs niet kan afvoeren.
A - VISIE
Als het regent in de gemeente Heeze-Leende wordt het hemelwater gescheiden afgevoerd. Door klimaatverandering wordt het bestaande rioolstelsel steeds zwaarder op de proef gesteld: buien worden heviger en duren langer. Hierdoor neemt het risico op wateroverlast toe. Het blijven verruimen van de ondergrondse riolering is geen optie, dat wordt uiteindelijk te kostbaar. Om droge voeten te houden is het noodzakelijk om duurzamer met ons water om te gaan. Inwoners, bedrijven en de gemeente kunnen er voor zorgen dat minder water tot afstroming komt door percelen te vergroenen en minder verharding toe te passen. Daarnaast creëren we ruimte voor water in de bodem, groenvoorzieningen en/of het oppervlaktewater. En op momenten dat het echt hard regent passen we ons (rij)gedrag aan, zodat water veilig tijdelijk op straat geborgen kan worden. Invulling geven aan deze visie kan de gemeente niet alleen. We doen dit samen met waterbewuste burgers, bedrijven en andere waterpartners!
B - HOE GAAN WE MET HEMELWATER OM?
Rekening houdend met het wettelijke kader en de toekomstige uitdagingen hanteert de gemeente Heeze-Leende de volgende hoofdprincipes bij de verwerking van hemelwater:
We beperken de hoeveelheid ingezameld hemelwater.
We scheiden schone en vuile waterstromen.
We verwerken ingezameld hemelwater zoveel mogelijk lokaal en bovengronds (“vasthouden waar het water valt”).
We voeren af indien nodig.
We beperken de risico’s tijdens extreme neerslag.
1.We beperken de hoeveelheid ingezameld regenwater
De gemeente streeft naar een situatie waarbij het hemelwater, zoveel als mogelijk, op natuurlijke wijze in de bodem wordt verwerkt (infiltreren) en niet ingezameld wordt. Dit geldt voor openbaar én particulier terrein. Denk hierbij aan grindkoffers, tuinwadi’s, infiltratiebermen, groene daken, niet onnodig verharden en overtollige verhardingsstroken opruimen. Dit zorgt voor aanvulling van de grondwaterstand en de groene voorzieningen zorgen voor verkoeling tijdens hete zomers. Doordat het regenwater niet wordt afgevoerd naar de riolering, blijft de rioleringscapaciteit beschikbaar voor de verwerking van het overtollige regenwater tijdens piekbuien. Bij herinrichtingsprojecten streven we naar 10% reductie van het verharding oppervlak, om zo vergroening en infiltratie te stimuleren.
Hemelwater kan worden hergebruikt in een grijswatersysteem voor toiletspoeling, bevloeiing en koeling. De gemeente geeft hierbij het goede voorbeeld.
De voorkeursvolgorde waterkwantiteit en waterkwaliteit is in de huidige situatie wettelijk vastgelegd (Wet Milieubeheer), maar heeft onvoldoende directe werking op initiatiefnemers. De voorkeursvolgorde nemen we op in het (tijdelijk) Omgevingsplan als algemene beleidsregel, zodat deze op alle intiatieven van toepassing is.
Bij een niet-meldings- of vergunningplichtige activiteit dient de ontwikkelende partij te worden geacht rekening te houden met deze beleidsregel. Bij een meldings- of vergunningplichtige activiteit dient de ontwikkelende partij aantoonbaar te maken dat deze voldoet aan deze beleidsregel.
2.We scheiden schone en vuile waterstromen
Vertrekpunt is het principe dat hemelwater schoon genoeg is voor een lokale verwerking in de bodem of afvoer naar oppervlaktewater. Bij nieuwbouw scheiden we stedelijk afval- en hemelwater. Indien wijkreconstructies en rioolvervanging/verbetering aan de orde zijn, onderzoeken gemeente en waterschap voorafgaand de meest doelmatige manier van hemelwaterverwerking. Afkoppelen is geen doel op zich, maar een middel om een waterbestendige gemeente en een optimaal zuiveringsproces te bereiken.
Overeenkomstig de ‘Voorkeursvolgorde omgang met hemelwater en ander afvalwater aan de bron’ worden de inrichting en het beheer van de bebouwde omgeving zodanig aangepakt dat verontreiniging van het milieu door afstromend (hemel)water wordt voorkomen. Bronmaatregelen ter voorkoming van verontreiniging zijn een zorgvuldige materiaalkeuze, waarbij blootstelling van hemelwater aan uitloogbare bouwmaterialen wordt voorkomen en een verantwoord beheer van de openbare ruimte (conform Barometer Duurzaam Terreinbeheer).
Voor de verwerking van afstromend hemelwater van intensief gebruikte terrein- en wegverhardingen streeft de gemeente naar het toepassen van zuiverende voorzieningen, zoals een bodem/bermpassage, voordat lozing naar het oppervlaktewater plaatsvindt.
Het bestaande gemengd rioolstelsel is in verband met de levensduur van de riolering op zijn vroegst in 2070 geheel vervangen door een gescheiden rioolstelsel. Een gescheiden riolering betekent niet per definitie twee leidingen. Waar mogelijk laten we water plaatselijk in het groen infiltreren.
3.We verwerken ingezameld hemelwater zoveel mogelijk lokaal en bovengronds (“vasthouden waar het water valt”)
Bij de verwerking van hemelwater streeft de gemeente naar robuuste en bij voorkeur bovengrondse voorzieningen, zoals een wadi en zaksloot. De bovengrondse verwerking verhoogt het waterbewustzijn en verkleint de kans op foutaansluitingen. Om de openbare ruimte zo effectief mogelijk te benutten, streeft de gemeente naar het combineren van blauw/groene voorzieningen en eventueel speelvoorzieningen. Daar waar geen of weinig ruimte beschikbaar is, worden ondergrondse systemen, zoals infiltratieriolen toegepast. We staan open voor innovaties met betrekking tot het vasthouden of hergebruik van hemelwater.
In combinatie met de reguliere onderhouds- en vervangingsmaatregelen continueren we het streven om het rioleringssysteem en de bijbehorende openbare ruimte zoveel mogelijk klimaatbestendig in te richten. We stemmen hierbij af met andere disciplines (bijvoorbeeld ruimtelijke ordening en beheer openbare ruimte) en maken een gezamenlijke afweging. Hierbij liften we zoveel als mogelijk mee met geplande werkzaamheden in de openbare ruimte. Het gaat dan om het zichtbaar maken van water, het verhogen van de belevingswaarde en integratie van water en groen. We benutten de reikwijdte van de zorgplicht riolering om voor maatregelen die bijdragen aan een goed functionerend stedelijk watersysteem uren en middelen beschikbaar te stellen.
Bij ruimtelijke inrichtingen houden wij rekening met de gevolgen van de klimaatverandering om zo waterschade te voorkomen en de gevolgen indien er schade optreedt te beperken. Om toe te werken naar een robuust watersysteem nemen we daarom bij elke ontwikkeling van de openbare ruimte klimaatadaptieve maatregelen en waterrobuustheid mee.
Blijvend aandachtspunt is de bestaande berging op straat. Bij (her) inrichting van en/of aanpassingen in de openbare ruimte dient deze minimaal gehandhaafd te blijven. Bij (her)inrichting en aanpassingen in de openbare ruimte komt het voor dat de hoogte van het maaiveld wordt aangepast (veelal om esthetische overwegingen). Hierdoor leidt eventueel water op straat makkelijker tot schade bij hevige neerslag dan in de oorspronkelijke situatie.
Om de openbare ruimte zo effectief mogelijk te benutten, streeft de gemeente naar het combineren van waterberging, groenvoorzieningen en bijvoorbeeld speelvoorzieningen. We onderzoeken de mogelijkheid van blauwgroene sportparken op gemeentelijk grondgebied. We inventariseren of deze sportparken iets voor waterberging/verdroging kunnen betekenen.
Figuur 8: Aanleg riolering Oosterikkerstraat in Leende
4.We voeren af indien nodig
Als infiltreren en bergen niet op een doelmatige manier zijn te realiseren, voeren we het hemelwater af. Indien mogelijk naar bestaande oppervlaktewaterstructuren of buffers, die vooral aan de kernranden aanwezig zijn. De ontwerpuitgangspunten voor het rioolstelsel zijn verderop toegelicht in hoofdstuk F: Norm toetsing en ontwerp afvoercapaciteit rioolstelsel.
Samen met het waterschap onderzoeken we of de berging- en afvoercapaciteit van het watersysteem toereikend is en/of er geen onwenselijke beïnvloeding van het oppervlaktewater- en rioleringssysteem optreedt.
5.We beperken de risico’s tijdens extreme neerslag
Het is (economisch) onmogelijk om iedere neerslaggebeurtenis te verwerken in hemelwatervoorzieningen. Om te voorkomen dat tijdens extreme neerslag grootschalige wateroverlast en/of -schade optreedt, hanteren we de volgende voorzorgsmaatregelen:
Voldoende hoog bouwpeil
Geen vrijverval aansluitingen onder wegpeil
Waterslimme inrichting
Aangepast gedrag weggebruikers
Begaanbaarheid calamiteitenroutes
a.Voldoende hoog bouwpeil
Het vloerpeil van (nieuwe) bouwwerken dient minimaal 0,20 m boven het wegpeil te liggen. Hierdoor is altijd een waterbergende schijf van 0,20 m mogelijk in de buitenruimte, voordat het water panden instroomt.
Het (tijdelijk) Omgevingsplan is het meest geëigende instrument om een regeling voor de aanleghoogte (vloerpeil) op de nemen. Een dergelijke regeling kan echter de gewenste flexibiliteit in het bouwproces verkleinen en de gemeente opzadelen met een aansprakelijkheidsprobleem (een onjuiste aanleghoogte kan tot grote schade leiden). Om deze reden willen we in het (tijdelijk) Omgevingsplan de aanleghoogte globaal omschrijven (orde grootte 20 cm boven wegpeil). De aanleghoogte kan dan vervolgens meer gedetailleerd in een grondexploitatieplan of exploitatieovereenkomst worden vastgelegd afhankelijk van de situatie. De ontwikkelende partij dient in een maatwerkoverleg met de adviseur stedelijk water van de gemeente Heeze-Leende het minimaal gewenste vloerpeil en de haalbaarheid daarvan te bespreken.
b. Geen vrijverval aansluitingen onder wegpeil
Conform de voorschriften uit het Bouwbesluit moeten rioolaansluitingen onder straatniveau, bijvoorbeeld van souterrains, lozen via een pomp. Dit voorkomt inpandig uittredend rioolwater bij een hoge waterdruk.
c.Waterslimme inrichting
We richten het straatprofiel bij voorkeur zodanig in dat we tijdelijk ‘water op straat’ kunnen bergen. Daarnaast beperken we de risico’s van afstromend hemelwater door aanpassing van de wegverkanting, het opheffen van obstakels of het aanbrengen van lokale waterkerende constructies.
d.Aangepast gedrag weggebruikers
Het tijdelijk bergen van water op straat vergt een aangepast gedrag van weggebruikers. Door hard rijden kan een zodanige golfslag ontstaan, waardoor water alsnog in panden kan stromen. Daarnaast zijn mogelijk losliggende putdeksels niet/slecht zichtbaar, waardoor het risico bestaat dat personen of voertuigen in een rioolput terecht komen. Daar waar mogelijk en noodzakelijk zullen de hulpdiensten op verzoek van de gemeente wegafzettingen plaatsen.
e.Begaanbaarheid calamiteitenroutes
De begaanbaarheid voor hulpdiensten op calamiteitenroutes bij extreme neerslag kan worden verbeterd. Komende planperiode brengen we inzichtelijk welke maatregelen we daarvoor kunnen treffen.
C - WAT VINDEN WE ACCEPTABEL EN WANNEER GRIJPEN WE IN
De voorgaande paragraaf beschrijft de wijze waarop de gemeente Heeze-Leende met hemelwater wil omgaan. Bij nieuwbouwplannen kunnen deze hoofdprincipes direct toegepast worden. In het grootste deel van de gemeente is de uitgangssituatie het bestaande riool- en watersysteem. In deze gebieden geeft de gemeente in combinatie met reconstructieplannen (werk-met-werk) geleidelijk aan invulling aan de gewenste hemelwaterverwerkingswijze. Om te beoordelen wanneer ingrijpen in bestaande gebieden noodzakelijk is, maakt de gemeente gebruik van de afwegingssystematiek in Tabel 3.
Tabel 3: Afwegingsmethodiek voor gemeentelijk ingrijpen tegen wateroverlast.
Typering
Omschrijving
Aanpak gemeente
Hinder
kortdurende periode van water op straat;
waarbij verkeer nog mogelijk is.
In geval van hinder treffen we niet direct maatregelen. We doen een beroep op het acceptatievermogen van onze inwoners en passanten en aanpassing van hun gedrag. Indien nodig plaatsen we wegafsluitingen om te voorkomen dat water op straat door hekgolven alsnog woningen binnenstroomt;
Ernstige hinder
langer durende periodes van water op straat;
verkeer is niet meer overal mogelijk (ondergelopen tunnels, opdrijvende putdeksels).
In geval van ernstige hinder treffen we als gemeente bij de uitvoering van reconstructiewerken zodanige maatregelen, dat de kans op het optreden aanmerkelijk kleiner wordt.
Schade
economische schade;
gezondheidsschade (ziekten of letsels die direct te relateren zijn aan water op straat);
water in (winkel)panden met materiële schade tot gevolg.
In geval van waterschade treffen we allereerst tijdelijke bovengrondse kostenefficiënte maatregelen om het acute risico op schade te beperken. Ter voorkoming van structurele overlast onderzoeken we mogelijke oorzaken en oplossingsrichtingen en brengen deze, mits doelmatig, ten uitvoer. Het optreden van schade en een ernstige belemmering van het (economische) verkeer vinden we niet acceptabel.
In 2030 is de top 5 van onze hotspots wateroverlast aangepakt. We onderzoeken deze locaties en werken toe naar een maatregelenvoorstel. Het betreft de locaties Nieuwendijk/Ginderover, Strijpertunnel, omgeving Stabrechtspleintje, De Leuren en De Kuiper en omgeving, en Margrietlaan (vanaf Dorpsstraat tot Ranonkelstraat).
D - WATEROPGAVE BIJ NIEUWE ONTWIKKELINGEN
Nieuwbouwplannen van woningbouw en infrastructuur kunnen tot een toename van afvoerend verhard oppervlak leiden. Hierdoor ontstaat een versnelde afvoer van hemelwater met mogelijk wateroverlast tot gevolg. Bij dergelijke ontwikkelingen geldt dan ook het uitgangspunt dat plannen zo veel mogelijk hydrologisch neutraal uit worden gevoerd en dat percelen zo minimaal als mogelijk verhard zijn.
Het Bouwbesluit vereist dat nieuwe bebouwing wordt voorzien van een gescheiden afvoer/verwerking van schoon en afvalwater. Voor de dimensionering van infiltratie-/bergingsvoorzieningen met afvoer naar de bodem en/of riolering hanteert de gemeente als uitgangspunt:
Voor al het nieuw aangelegde verhard oppervlak (dak- en terreinverharding) geldt een bergingseis van 30 mm/m2. Hierbij geldt dat bij sloop / nieuwbouw de ontwikkeling als nieuwbouw wordt beschouwd, en alle verhard oppervlak gecompenseerd dient te worden in een waterbergingsopgave op eigen terrein. Indien afvoer naar oppervlaktewater plaatsvindt, gelden de hydrologische uitgangspunten van de Brabantse waterschappen.
Wanneer er door de ontwikkeling daarnaast meer dan 500 m2 aan verhardingstoename is, gelden voor de toename aan verhard oppervlak aanvullend de eisen van het waterschap. Deze eisen zijn weergegeven in Tabel 4.
Tabel 4: Uitgangspunten vanuit de Brabant Keur voor de bergingseis met betrekking tot de toename van verhard oppervlak als gevolg van een ontwikkeling
Toenameverhard oppervlak (dak- en terreinverharding)
Toelichting
Toename verhard oppervlak
500 - 10.000 m2
Benodigde retentiecapaciteit (m3) =
Compensatie toename verhard oppervlak (m2) * gevoeligheidsfactor * 0,06 (berging 60mm)
De gevoeligheidsfactor is afhankelijk van de geohydrologische kenmerken van de ontwikkellocatie en is beschikbaar via de gemeente en waterschap. De eventuele afvoer naar oppervlaktewater valt onder de uitgangspunten van de algemene beleidsregels van de Brabantse waterschappen.
> 10.000 m2
De wijze van hemelwaterverwerking dient in een waterhuishoudkundig plan (whp) te worden onderbouwd. De richtlijnen voor het whp zijn omschreven in de Hydrologische uitgangspunten van het waterschap. Voor de eventuele afvoer naar oppervlaktewater is een Watervergunning vereist.
Het uitgangspunt is dat de wateropgave binnen het plangebied wordt gerealiseerd. De berging/retentievoorziening moet aan de volgende eisen voldoen:
De bodem van de voorziening ligt boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG).
De afvoer uit de voorziening vindt plaats via een functionele bodempassage naar het grondwater en/of via een functionele afvoerconstructie naar het hemelwaterriool of oppervlaktewater. Indien een afvoerconstructie wordt toegepast, dient deze een diameter van 4 cm te hebben.
Er moet altijd een overloopconstructie zijn voor de afvoer van het overtollige hemelwater.
Bij grote gebiedsontwikkelingen bekijken gemeente en waterschap samen met de initiatiefnemer of er kansen zijn om gelijktijdig met de invulling van de wateropgave de kwaliteit en/of belevingswaarde van de leefomgeving te vergroten. Bijvoorbeeld door vergroening, verdrogingsbestrijding en recreatie.
Afspraken over de invulling van de wateropgave bij nieuwe ontwikkelingen worden vastgelegd in de waterparagraaf of omgevingsvergunning.
E - WATEROPGAVE BIJ AFKOPPELEN
Projecten
Afkoppelen is maatwerk. Bij projecten maken we een doelmatigheidsafweging. Indien doelmatig koppelt de gemeente bij rioolreconstructies openbare verharding af. Alle aangrenzende bebouwing wordt gelijktijdig voorzien van een schoon- en vuilwateruitlegger. Per project wordt beoordeeld of het wel/niet doelmatig (kosten/baten-afweging) is. De gemeente stimuleert particulieren en bedrijven om eigen dak- en terreinverhardingen af te koppelen. Indien doelmatig stelt de gemeente een subsidie beschikbaar waarvoor materiaal (buizen etc.) kan worden aangeschaft. Indien mogelijk wordt de regenpijp aan de voorzijde van het pand in overleg en met toestemming van de bewoners door de gemeentelijke aannemer aangesloten op het regenwaterriool. Wanneer men de achterkant van het perceel eveneens wil afkoppelen dan stellen we daarvoor een subsidie beschikbaar.
Subsidieregeling afkoppelen en groene daken
Om onze inwoners te stimuleren hemelwater van de riolering af te koppelen stellen we subsidie beschikbaar. Dit geldt ook voor de aanleg van een groen dak.
Afkoppelen grote oppervlakken
In 2030 is hemelwater van alle grote (gemeentelijke) gebouwen afgekoppeld van gemengd riool. Het regenwater dat op daken van gemeentelijke gebouwen valt koppelt de gemeente af. Als gemeente hebben we een voorbeeldfunctie naar onze bewoners en bedrijven. Door zelf het voortouw te nemen en actief te communiceren over hetgeen we hebben gedaan en gaan doen, proberen we bewoners en bedrijven te enthousiasmeren. Bij grote aangesloten oppervlakken gaan we partijen afzonderlijk benaderen (woningbouwcorporaties, bedrijven). Voor de benadering van bedrijven zoeken we hierbij de samenwerking met de klimaatmitigatie/energietransitie-opgave.
Uitgangspunten
Voor afkoppelen hanteert de gemeente onderstaande uitgangspunten.
Bij wijzigingen in het verhard oppervlak als gevolg van reconstructies en afkoppelen van bestaande gebieden wil de gemeente kansen benutten voor een duurzame(re) verwerking van hemelwater. De gemeente hanteert een bergingscapaciteit van 30 mm/m2 voor al het nieuw aangelegd verhard oppervlak. Aanvullend kunnen voor de toename aan verhard oppervlak eisen van het waterschap gelden (zie Tabel 4).
Groene-blauwe daken tellen niet mee bij het bepalen van de hoeveelheid van verhard oppervlak. Er dient dan wel op het betreffende dak een bergingsvoorziening aanwezig te zijn waar voldoende water (30 liter per m2) in geborgen kan worden. Voor het aanleggen van een groen dak kan gebruik gemaakt worden van de afkoppelsubsidie.
Hemelwater dat van afgekoppeld verhard oppervlak afstroomt, kan op verschillende manieren worden behandeld. We hanteren de volgende voorkeursvolgorde hier:
Gebruikmakend van oppervlakkige afstroming (goten en bestaande groenstructuren) om het water tijdelijk te bergen en bovengronds naar de rand van de kernen te transporteren, waar het water verwerkt wordt. Indien mogelijk kan dit nog worden aangewend ten behoeve van droogtebestrijding.
Door middel van ondergrondse infrastructuur ((infiltratie)-leidingen) overtollig water bergen, infiltreren en naar de rand van de kernen transporteren. Aan de randen wordt het water geborgen, deze berging wordt geledigd door middel van een voorziening (met beperkte afvoer) naar het oppervlaktewater.
Gebruik makend van lokale voorzieningen het water bovengronds infiltreren.
Bij de uitvoering van maatregelen, welke uit bovenstaande voorkeursvolgorde volgen, wordt bij elke voorziening infiltratie en berging als positief effect gezien. Als laatste optie wordt directe afvoer naar het oppervlaktewater toegepast.
Voor grotere gebieden dient de wijze van hemelwaterverwerking in een waterhuishoudingsplan onderbouwd te worden: zie laatste rij Tabel 4. Hierbij geldt dat na sloop de ontwikkeling als nieuwbouw wordt beschouwd, en alle verhard oppervlak gecompenseerd dient te worden in een waterbergingsopgave.
F - NORM TOETSING EN ONTWERP AFVOERCAPACITEIT RIOOLSTELSEL
Tot op heden heeft de gemeente Heeze-Leende de afvoercapaciteit van het bestaande rioolstelsel gebaseerd op neerslaggebeurtenis Bui08 (herhalingstijd 1x/2j) uit de landelijke Kennisbank Stedelijk Water. Het uitgangspunt hierbij is dat dan geen water op straat optreedt. Indien het bestaande rioolstelsel niet voldoet aan dit uitgangspunt, voert de gemeente in combinatie met reconstructiewerkzaamheden verbeteringsmaatregelen uit.
Om te anticiperen op klimaatverandering ontwerpt de gemeente de afvoercapaciteit van nieuwe of te reconstrueren rioolstelsels op geen water op straat bij neerslaggebeurtenis Bui09 (herhalingstijd 1x/5jaar) uit de landelijke Kennisbank Stedelijk Water. Het gemengde riool wordt getoetst op geen verslechtering bij bui 9 en een controle op de gebeurtenis van een lage afvoer met bui 2 (herhalingstijd 4x/jaar). Indien nodig en in afstemming met het waterschap kan de vuilemissie naar het oppervlaktewater worden berekent.
Aanvullend op bovengenoemde toetsbuien heeft de gemeente het rioolstelsel doorgerekend met een klimaatscenario met verschillende herhalingstijden om kwetsbare locaties te identificeren. Hierbij geldt het uitgangspunt dat geen wateroverlast/schade mag optreden door afstromend hemelwater. Indien hiervan wel sprake lijkt te zijn, treft de gemeente in nieuwbouwgebieden bovengrondse beheersmaatregelen. In bestaande gebieden volgt de gemeente de strategie zoals toegelicht in hoofdstuk C: Wat vinden we acceptabel en wanneer grijpen we in?
We maken onderscheid tussen hydraulische berekeningen bij ‘hevige’ neerslag en de bij de stresstest wateroverlast veel gebruikte ‘extreme’ neerslag. Van ‘hevige’ neerslag spreken we bij buien met herhalingstijden zoals T=2 en T=10. Bij stresstestbuien (met bijvoorbeeld 70 of 90 mm in een uur en herhalingstijden in het jaar 2050 van T=100 en T=250) spreken we van ‘extreme’ neerslag.
G - ONTWERPUITGANGSPUNTEN HEMELWATERVOORZIENINGEN
Om ervoor te zorgen dat hemelwatervoorzieningen goed blijven functioneren, stellen we de volgende eisen aan het ontwerp en de constructie:
Toepassing van hemelwatervoorzieningen overeenkomstig de voorkeursvolgorde zoals benoemd onder hoofdstuk B: Hoe gaan we met hemelwater om?
Controleerbaar op werking (zichtbaar of toegankelijk).
Mogelijkheid tot reiniging, inspectie en onderhoud met gangbare technieken.
Aanwezigheid van een overloopconstructie voor de verwerking van piekbuien.
Centrale voorzieningen hebben de voorkeur boven decentrale voorzieningen. Dit betekent niet automatisch dat de gemeente ook het onderhoud uitvoert, dit kan bijvoorbeeld ook een vereniging van eigenaren zijn.
H - SAMENWERKING MET PARTNERS
Om invulling te geven aan een meer waterbestendige gemeente zoeken we samenwerking met waterpartners (o.a. Waterschap De Dommel, Waterschap Aa en Maas en omliggende gemeenten) en afstemming met andere beleidsthema’s (weg, verkeer, groen, recreatie) via het uitvoeringsprogramma. De insteek hierbij is dat maatregelen bijdragen aan meerdere doelen en de beschikbare budgetten gezamenlijk effectiever kunnen worden ingezet.
Inwoners en bedrijven kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan de realisatie van de hemelwatervisie, door het verminderen van verhardingen, het lokaal bergen van water en afkoppelen van verhard oppervlak. Vooralsnog betrekt de gemeente hen op vrijwillige basis. De gemeente intensiveert hiervoor de algemene en projectgebonden ‘water’ communicatie. In het communicatieplan gericht op duurzaamheid zijn hiervoor lijnen uitgezet die zich richten op het vergroten van bewustwording, het bieden van handelingsperspectief en het uitnodigen om mee te doen.
Het afkoppelen en scheiden van hemelwater in een bestaande situatie is in de huidige situatie voor gemeente Heeze-Leende niet vastgelegd. In de komende planperiode gaan we onderzoeken of het gewenst is om bewoners/bedrijven middels een hemelwaterveroderning/omgevingsverordening te verplichten om medewerking te verlenen op locaties waar wateroverlast is.
De komende planperiode gaan we wateroverlastlocaties die voortkomen uit de klimaatstrestest onderzoeken om te komen tot een oplossing. De mogelijke oplossingen worden in beeld gebracht. Realisatiekosten zijn in dit plan niet voorzien, maar worden separaat aan de gemeenteraad in beeld gebracht
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.4
Artikel 4.4.2
Strategie hemelwater
Onderdeel van Plan Stedelijk Water 2023-2027