ZORGPLICHT GRONDWATER
Als gemeente dragen we zorg voor het in openbaar gebied treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken mits dit doelmatig is en voor zover er geen verantwoordelijkheid bestaat voor de waterbeheerder of de provincie. De perceeleigenaar is wettelijk gezien primair zelf verantwoordelijk voor het oplossen van zijn eigen grondwaterprobleem.
We continueren ons grondwatermeetnet
Het beheer van ons grondwatermeetnet ligt bij Brabant Water. We continueren onze samenwerking met Brabant Water. De komende planperiode gaan we de meetopstellingen vervangen.
Sturen op het voorkomen van grondwaterover- en onderlast
Vanwege een reeds lage grondwaterstand komen in onze gemeente nauwelijks grondwaterproblemen voor. Bij ruimtelijke ontwikkelingen doorlopen we samen met het waterschap een watertoetsprocedure. Hierbij worden de waterhuishoudkundige randvoorwaarden en effecten van de nieuwe ontwikkeling vastgesteld en beoordeeld. Met het doorlopen van de watertoetsprocedure voorkomen we in de bestemmingsfase dat ‘natte’ gebieden bebouwd worden en/of dat onvoldoende ontwateringsmaatregelen worden getroffen. We ontwikkelen hydrologisch neutraal, en bij voorkeur hydrologisch positief, in gebieden waar mogelijke veranderingen in de grondwaterspiegel als gevolg van deze ingrepen een negatief effect heeft. Waar mogelijk ontwikkelen we hydrologisch positief zodat de zoetwatervoorraad wordt aangevuld ten gunste van langdurige droge perioden en we hiermee mede het risico op grondwateronderlast kunnen beperken.
Als gemeente dragen we zorg voor het in stand houden van de ontwateringsfunctie van drainage (voor zover deze aanwezig is). In nieuwbouw gebieden zijn daarbij de ontwateringsdiepten uit Tabel 5 het te eisen minimum. De ontwateringsdiepten gelden als een inspanningsverplichting. Als gemeente kunnen we niet verantwoordelijk worden gesteld voor het handhaven van de genoemde waarden. Door in nieuwbouwsituaties en bij inbreidingen (extra) hoge peilhoogten te hanteren beperken we het risico op grondwateroverlast verder. Dit moet uiteraard wel mogelijk zijn gelet op de omliggende percelen en aangrenzend openbaar gebied. De voorkeur gaat uit naar ophogen in plaats van de aanleg van drainage. In bestaand gebied streven we naar het behalen van deze normen.
Tabel 5: Minimale ontwateringsdiepten bij nieuwbouw
Functie
Minimaal benodigde ontwateringsdiepte
(meter t.o.v. gemiddeld hoogste grondwaterstand)
Bebouwing met kruipruimte*
0,7
Bebouwing met water- en vochtdichte vloeren*
0,7
Tuinen/groenvoorzieningen
0,5
Hoofdwegen**
1,0
Secundaire wegen en woonstraten**
0,7
* t.o.v. onderkant vloer ; ** t.o.v. de kruin van de weg
Grondwaterconvenant
Brabantse grondwaterpartners hebben een grondwaterconvenant opgesteld.
De bouwstenen van dit convenant zijn:
Meer water vasthouden
Minder grondwater gebruiken en minder verdamping
Ruimtelijke aspecten om dat te bereiken of de gevolgen hiervan te beperken
Innovatie
Governance
Een concreet doel dat hierin is besproken is dat ten opzichte van referentiejaar 2002 (KRW) in 2027 de gemiddelde voorjaarsgrondwaterstand 10 cm hoger moet zijn in de lagere, peilgestuurde en in sommige gevallen nu al natte delen van Brabant, 20 cm hoger op de flanken, en tot zeker 35 cm op de hoger gelegen infiltratiegebieden.
Dit convenant wordt nog verder afgestemd met gemeenten in Breed Bestuurlijk Grondwateroverleg.
We analyseren de droogtesituatie in onze gemeente
Om inzicht te krijgen in eventuele trends en lokale verschillen in de droogtesituatie analyseren we de meetreeksen van ons grondwatermeetnet.
We werken mee aan initiatieven van derden ten behoeve van droogtebestrijding
In het agrarisch gebied worden de veranderende weersomstandigheden en vooral de droogte in de bedrijfsvoering ervaren. Door in de natte periode het regenwater niet af te voeren, maar vast te houden in sloten of op land, wordt op een natuurlijke wijze het grondwater aangevuld en kunnen de langere periodes van droogtes beter worden overbrugd. Als gemeente en waterschap hebben we een adviserende en faciliterende rol.
We infiltreren hemelwater bij nieuwe ontwikkelingen
Via ons hemelwaterbeleid realiseren we hemelwaterberging bij nieuwe ontwikkelingen en koppelen we af in bestaand gebied. Dit draagt bij aan het tegengaan van wateroverlast, én door het infiltreren van hemelwater naar grondwater houden we water langer vast en faciliteren ook droogtebestrijding hiermee.
Figuur 9: Veldbezoek aanpak verdroging
‘Zonder water, geen later’
Dat is de titel van het eindrapport van de adviescommissie Droogte, over de aanpak van droogte in Brabant. Het eindrapport is op 15 september 2022 gepresenteerd tijdens de Brabantse Waterdag. “De uitkomsten van het advies bevestigen de urgentie van de aanpak van droogte; het (grond)watersysteem en watergebruik moet weerbaar worden voor (langere) periodes van droogte. Er moet op termijn een nieuw evenwicht ontstaan tussen afvoer, onttrekking en aanvulling.
Het advies draagt bij aan de verdieping en verbreding van het politiek en maatschappelijk debat over klimaatadaptatie
en vraagt aandacht voor de droogteproblematiek, ook bij het Rijk.
Dit advies is onderscheidend vanwege de tijdshorizon die reikt tot 2040.”
Bron: Provincie Noord-Brabant (brabant.nl)
Faciliteren bij grondwateroverlast
Van de perceeleigenaren verwachten we dat zij bij eventuele grondwaterproblemen de vereiste (waterhuishoudkundige en/of bouwkundige) maatregelen nemen. Als gemeente toetsen we geen bouwpeilen, we geven alleen randvoorwaarden mee in het kader van de watertoets. We treffen alleen maatregelen indien sprake is van structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de functie van het gebied en indien het treffen van maatregelen doelmatig is. Als gemeente zijn we het aanspeekpunt in situaties met grondwateroverlast en hebben een faciliterende rol bij het oplossen van een probleem. We analyseren meldingen en onderzoeken eventuele knelpunten zodat we samen met de perceeleigenaar actief naar een oplossing kunnen zoeken (maatwerk). Bewoners en ondernemers kunnen deze informatie via de gemeente opvragen.
DEFINITIES STRUCTUREEL, NADELIGE GEVOLGEN, DOELMATIG
De gemeentelijke taakopvatting ten aanzien van de begrippen structureel, nadelige gevolgen en doelmatig vullen we als volgt in:
Structureel
Situatie waarbij de minimaal benodigde ontwateringsdiepte gedurende vier weken per jaar wordt overschreden. Voor nieuwbouwgebieden gelden daarbij de ontwateringsdiepten uit Tabel 5. Bestaande gebieden worden afzonderlijk beoordeeld, omdat destijds nog geen ontwateringsdiepten waren geformuleerd. In alle gevallen betreft het een omstandigheid die voor een langere termijn geldt en geen incidentele situatie die bijvoorbeeld kan optreden na extreme neerslag. In dergelijke gevallen laat de wet een normaal maatschappelijk risico bij de perceelseigenaar.
Nadelige gevolgen
Indien in verblijfruimten omstandigheden optreden die tot volksgezondheids-problemen en/of economische schade leiden. De verblijfruimten dienen daarbij te voldoen aan de bouwregelgeving.
Doelmatig
In de toelichting op de wetgeving is ten aanzien van de doelmatigheidsvraag onder andere het volgende geschreven: ‘factoren als de omvang en de duur van de overlast, het aantal getroffen percelen, evenals de functie en de hydrologische toestand van het betrokken gebied, de financiële implicaties alsmede de verschillende mogelijke oplossingen om grondwateroverlast tegen te gaan, kunnen een rol spelen bij de vraag of maatregelen doelmatig zijn’. Bij de doelmatigheidsafweging dient ook te worden nagegaan of eventuele maatregelen niet tot de verantwoordelijkheid van het waterschap of de provincie behoren. Dit ligt vooral voor de hand in het buitengebied.
Soms wordt overlast veroorzaakt door schijngrondwaterspiegels. Dan is er sprake van stagnerend regenwater in de neerwaartse stroming naar het grondwater. Oplossen van dergelijke situaties is voor rekening van de grondeigenaar. De voorkeursvolgorde voor het lozen van het overtollige grondwater is: doorbreken van de storende laag, lozing op hemelwaterriolering, oppervlaktewater, vuilwater riolering.
Bronneringen
Bij een bronnering wordt tijdelijk grondwater aan de bodem onttrokken om de grondwaterstand te verlagen. Zo kunnen werkzaamheden, zoals de aanleg van bouwwerken en kabels en leidingen, droog worden uitgevoerd. Voor zowel het onttrekken van grondwater als het lozen van het opgepompte grondwater op oppervlaktewater zijn de waterschappen het bevoegd gezag. Voor de lozing van bronneringswater op de riolering zijn we als gemeente het bevoegd gezag.
Als uitgangspunt geldt dat schoon bronneringswater niet op het riool mag worden geloosd, maar dient te worden teruggebracht in de bodem of afgevoerd naar oppervlaktewater. We hanteren daarbij de onderstaande voorkeursvolgorde:
Retourbemalen op eigen perceel
Lozen op oppervlaktewater
Lozen op riolering
De doelstelling is retourbemalen op eigen perceel. Als dat niet mogelijk is dan kan worden geloosd op oppervlaktewater, en indien dat eveneens niet mogelijk is dan op de riolering. In dit geval kunnen we als gemeente onder voorwaarden toestemming verlenen om op het riool te lozen. Het doelmatig functioneren van de riolering mag niet negatief worden beïnvloed door ofwel het volume/debiet van de lozing, ofwel de samenstelling van het te lozen water. De gemeente volgt het beleid van het waterschap en gaat een vergoeding vragen voor het lozen op de riolering. Bij het lozen van grondwater of bronneringen op het vuilwaterriool of regenwaterriool hanteren we aanvullend de volgende uitgangspunten:
Vuilwaterriool
Het lozen van grondwater of bronneringswater op het vuilwaterriool is niet toegestaan tenzij:
Het lozen van minimale hoeveelheden < 5m3/uur gedurende een kortere periode. Bijvoorbeeld voor het reinigen/verversen van een zwembad.
Het lozen van grondwater en bronneringswater op locaties waar sprake is van een gemengd stelsel kan met een vergunning bij specifieke situaties (vergunningsplicht met maatwerkvoorschriften).
Het lozen van grondwater of bronneringswater bij een grondwatersanering kan onder voorwaarden (vergunningsplicht met maatwerkvoorschriften).
Regenwaterriool
Voor het lozen van grondwater of bronneringswater op het regenwaterriool sluiten we aan bij de waterschapsregels uit de Brabant Keur en hierbij gelden op dit moment de volgende uitgangspunten:
Geen meldplicht (vergunningsvrij) bij lozingen tot 50 m3/uur.
Meldplicht en eventuele maatwerkvoorschriften bij lozingen van 50 tot 100m3/uur.
Vergunningsplicht bij lozingen boven de 100m3/uur.
Risicobeheersing
Het grondwater in de kernen wordt middels een grondwatermeetnet gemonitord. Jaarlijks worden de metingen met waterschap geanalyseerd en zodoende krijgen we inzage in (sterke) wisselingen van de grondwaterstand. Op basis van deze analyses kan worden bepaald of maatregelen nodig zijn.
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.4
Artikel 4.4.3
Strategie grondwater
Onderdeel van Plan Stedelijk Water 2023-2027