Het doel van voor- en vroegschoolse educatie beleid is om kinderen in de leeftijd van 2,5 tot 6 jaar met een mogelijke (taal)achterstand (ook wel doelgroepkinderen genoemd), beter voor te bereiden op de basisschool en er voor te zorgen dat kleuters zonder achterstand naar groep 3 kunnen gaan[1]1.
Op basis van de wet ontwikkelingskansen door kwaliteit en educatie (wet OKE) dient een dekkend aanbod van voor- en vroegschoolse voorzieningen tot stand te worden gebracht[2]. Gemeenten hebben de taak de regie op zich te nemen en met basisscholen en kinderopvang tot een gezamenlijke visie te komen voor de toekomst van de lokale voorschoolse voorzieningen. De gemeente is hierbij verantwoordelijk voor voorschoolse educatie (kinderopvang) en het basisonderwijs is verantwoordelijk voor de vroegschoolse periode (groep 1 en 2)[1].
1Referenties in de lopende tekst zijn aangeduid met een cijfer. Bijvoorbeeld [1]. Deze zijn achter de eerste zin van de gebruikte referentie geplaatst.
Vanaf 2023 start de nieuwe Gemeentelijk Onderwijsachterstandenbeleid (GOAB) periode 2023-2026 waarin middelen ter beschikking worden gesteld om onderwijsachterstanden te bestrijden. Doormiddel van het uitvoeringsprogramma Voor- en Vroegschoolse Educatie (hierna: vve) 2023-2026 wordt inzicht gegeven in de uitvoering van het bestrijden van onderwijsachterstanden in de gemeente Bergeijk. De onderwijsinspectie heeft in haar onderzoek in 2020 geadviseerd om het vve-beleid te monitoren en waar nodig te verbeteren. Het beleidskader ‘Voor- en vroegschoolse educatie Gemeente Bergeijk’ uit 2012 is gedateerd en geeft enkel het proces rondom vve weer. Het geeft geen compleet/actueel beeld voor monitoring en zal daarmee gelijktijdig worden ingetrokken. Doormiddel van dit uitvoeringsprogramma wordt een bijdrage geleverd aan de monitoring van vve-beleid.
Artikel 1. Inleiding
Artikel 1. Inleiding
Onderdeel van Uitvoeringsprogramma Voor- en Vroegschoolse Educatie 2023-2026 gemeente Bergeijk