De gemeente stelt de aflossing van het verstrekte bedrijfskapitaal vast op basis van de looptijd van de geldlening en kan hierbij rekening houden met de aflossingscapaciteit van de zelfstandige.
Wanneer de zelfstandige niet aan de rente- en aflossingsverplichtingen voldoet, volgt een aanmaning. De gemeente kan daarna contact opnemen met de zelfstandige en eventueel een tweede aanmaning versturen.
Als de zelfstandige na aanmaning niet aan zijn rente- en aflossingsverplichtingen voldoet, gaat de gemeente over tot terugvordering van de openstaande vordering plus achterstallige rente.
Na terugvordering blijft de zelfstandige onverminderd wettelijke rente verschuldigd over het saldo van de hoofdsom van de oorspronkelijke lening.
De (wettelijke) rente wordt één keer per jaar berekend over het opstaande saldo op 31 december van het betreffende jaar.
Artikel 4