Wanneer de vordering, bestaande uit de rentedragende geldlening plus achterstallige rente, direct opeisbaar is geworden, biedt de gemeente de zelfstandige een termijn van 6 weken om het volledige openstaande bedrag te voldoen of om binnen die termijn een betalingsregeling te treffen.
De zelfstandige kan zelf een betalingsregeling voorstellen. Hiermee stemt de gemeente in als:
daarmee het bedrijfskapitaal, te verhogen met de wettelijke rente, binnen een periode van 72 maanden vanaf datum verstrekking bedrijfskapitaal in zijn geheel kan worden afgelost; en
de voorgestelde aflossing inclusief wettelijke rente ten minste 5% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm bedraagt.
Wanneer een betalingsregeling zoals genoemd in het 2e lid niet tot stand kan komen, wordt de aflossing vastgesteld op maximaal het meerdere boven de met de rekentool vast te stellen beslagvrije voet.
In afwijking van het tweede en derde lid kan de gemeente met een betalingsvoorstel van de zelfstandige instemmen als daarmee wordt bereikt dat de zelfstandige de vordering via minnelijke weg blijft betalen.
Artikel 5