Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 1.3

FORMELE EN INFORMELE WERKLOCATIES

Onderdeel van Visie Werklocaties Almere 2022

Stad-in-balans betekent: tot 2040 de groei van 35.000 extra banen faciliteren. Het merendeel van deze banen – ongeveer 56% - zal naar verwachting buiten de formele locaties ontstaan. Deze ontwikkeling is niet nieuw en neemt in alle steden en regio’s toe. Dat is ook logisch omdat veel kleine bedrijven in een woonomgeving of in een binnenstad de juiste omgeving vinden. Dat heeft te maken met meer werken aan huis (ZZP’ers), het aanbod van werkruimtes buiten de formele locaties, maar ook met het feit dat kleine bedrijven op zoek zijn naar locaties die aansprekend zijn of waar faciliteiten in de directe omgeving aanwezig zijn (horeca, vergaderruimtes, OV, etc.). In Almere loopt de ontwikkeling van informele werkmilieus achter op het landelijk gemiddelde. Dat heeft o.a. te maken met functiescheiding in de ruimtelijke en stedenbouwkundige opzet van Almere en de ruimtelijke scheiding van stadsdelen. Om de komende jaren juist op informele werkmilieus een belangrijk deel van de geprojecteerde 35.000 banen te laten landen, zal de gemeente in de gebiedsontwikkelingen fors moeten inzetten op informele werkmilieus. Het beeld van de spreiding van de werkgelegenheid ziet er in 2040 uit zoals in Figuur 1.3 is vermeld. Die verdeling is gebaseerd op de verwachte groei van het aantal banen in diverse sectoren van de economie (met een sterkere groei van de dienstensectoren en een stabilisatie/lichte groei in andere sectoren). Bovendien is daarbij uitgegaan van de veronderstelling dat de vestigingsvoorkeuren van bedrijven voor de diverse categorieën werklocaties niet substantieel gaan veranderen. Dat zal hoogstwaarschijnlijk niet het geval zijn. Dat geeft ook aan dat die ontwikkeling van de werkgelegenheid in de verschillende vestigingsmilieus in Almere in de komende jaren goed gevolgd moeten gaan worden. Want er zijn veranderingen in de economie gaande die zich voor een deel niet goed laten voorspellen. Dat is niets anders dan in het verleden, ook toen zijn de ramingen voor diverse locaties periodiek herzien. Dat is de essentie van adaptief programmeren van werklocaties. Daarbij heeft Almere er altijd voor gezorgd om voor een langere periode over voldoende voorraad aan werklocaties te kunnen beschikken, waarvan een deel al meteen op de markt beschikbaar is en een deel planologisch is gereserveerd. De geprojecteerde groei van banen vraagt om zowel formele locaties als informele werklocaties. Door in de ramingen uit te gaan van de huidige verdeling van ‘kantoren, bedrijventerreinen, elders’ kan dat er toe leiden dat bijv. het aandeel kantoren (formele locaties) wat onderschat is. In de ramingen (Bureau Buiten 2020) is uitgegaan van alleen de grote, formele kantorenlocaties, waarbij nu ook al geconstateerd kan worden dat met name kleinschalige kantoren ook vooral buiten die formele locaties tot stand zijn gekomen in Almere. Dat betekent voor deze Visie Werklocaties dat de ontwikkeling van kantoren in de komende jaren goed gevolgd moet worden, zeker nu er als gevolg van de Corona crisis meer thuis gewerkt gaat worden en er extra eisen aan kantooromgevingen worden gesteld (OV bereikbaarheid, meer ruimte voor ‘het elkaar ontmoeten’ in gebouwen en in de directe omgeving). De ramingen zijn een instrument om een eerste beeld voor de langere termijn te hebben en die eventueel aan te passen bij een volgende herziening, maar dan wel op basis van nieuwe data en inzichten. Ook hier geldt weer dat naast de aandacht voor kwantiteit (in evenwicht brengen van vraag en aanbod) het ook gaat om het aanbieden van de juiste kwaliteit (juiste vestigingsmilieus). Daarover gaat het volgende hoofdstuk. Figuur 1.3 Banen onderverdeeld naar typen locaties Bron: Bureau Buiten 2020

Rechtspraak bij dit artikel