Heeft Almere de juiste werklocaties voor de Next Economy? Hiervoor bieden enkele recente onderzoeken nader inzicht.
Analyse vestigingsklimaat (Neo Observatory 2020)
Almere mist een bijdrage van voldoende gevarieerde werklocaties aan economie.
De ruimtelijke structuur en stedenbouwkundige morfologie van Almere, met functie-scheiding en ruimtelijke scheiding van stadsdelen werkt voor met name kleinschalige bedrijvigheid en kennisintensieve bedrijvigheid beperkend.
Er is een trend naar meer gemengde locaties (wonen, werken en voorzieningen) in Almere zichtbaar.
Het accent moet meer worden gelegd op nabijheid (intimiteit) en kans op ontmoetingen.
Naar een wenkend perspectief: Advies economische ontwikkeling Amsterdam Bay Area (NeoObservatory 2021)
Voor Almere is een profiel als stad voor Tech, Transitie en energie een kansrijk profiel. De bedrijfstakken elektrotechniek, machinebouw, chemie ontwikkelden zich relatief snel over de periode 2014-2019. De energietransitie drijft deze ontwikkeling.
Om dit profiel in Almere te ontwikkelen vragen de volgende elementen in het ecosysteem speciale aandacht:
Talent en nieuwe kennis: aanbod hoger en universitair technisch onderwijs
Borging beleid op de lange termijn en samenwerking tussen bedrijven, onderwijs en overheid.
Cultuurverandering: het introduceren van kansen voor een loopbaan in de techniek, met vast werk, als toekomstperspectief.
Fysieke infrastructuur op orde.
Onderzoek visie werklocaties (Bureau Buiten 2020)
Tot 2040 ontstaan ruim 35.000 extra banen op formele en informele locaties, waarvan 56% (uit diverse sectoren) ingepast moeten worden op ‘informele locaties’ (dus buiten de formeel afgebakende bedrijventerreinen).
‘Informeel’ betekent bedrijvigheid inpassen in gemengde, goed bereikbare centrum-gebieden, langs doorgaande wegen en ook in woonwijken.
Voor deze VWA betekent dit in de komende jaren het volgende:
Industrie (chemie, bouw, circulaire economie, energietransitie) en logistiek: Almere kan zich onderscheidend positioneren door de centrale strategische ligging in Nederland en door het aanbod van grote kavels. De schaalvergroting in de logistiek is in de ramingen van bedrijventerreinen nog onderbelicht gebleven, niet alleen in de MRA, maar ook elders in Nederland. Uitgiftes van kavels van 10 ha of meer aan één bedrijf zijn nu geen uitzondering meer, maar komen steeds vaker voor. Aan de randen van de stad zou Almere op die markt kunnen inspelen met zogenaamde specifieke werkmilieus: grote bedrijventerreinen met grote kavels, een duidelijke ruimtelijke inrichting en energievoorziening voor logistiek en industrie. Het is van belang om voor met name de grootschalige logistiek en industrie een specifieke raming op te stellen waarbij ook rekening wordt gehouden met het (beperkte) aanbod elders in de MRA en in Midden-Nederland (dus wat te doen na Stichtse kant en De Vaart IV). Uiteraard zal daarbij ook de vraag worden gesteld of die grote uitgiftes aan logistiek ook voldoende banen opleveren (en of dat niet alleen banen zijn voor arbeidsmigranten). Die discussies worden momenteel in heel Nederland gevoerd. Daaruit blijkt dat dit erg afhankelijk is van de typen bedrijven (om welk type product gaat het en is het bedrijf gericht op de nationale of internationale markt). Uit die analyses blijkt ook dat voor de vaste bezetting van die bedrijven personeel uit de eigen regio nodig is en dat het om banen gaat die variëren van uitvoerend werk tot hoger opgeleiden (HBO en WO). Hoewel in Almere nu nog ruimte beschikbaar is, is deze ruimte niet oneindig. Bij de uitgifte van nieuwe percelen zal daarom een integrale afweging worden gemaakt waarbij ook rekening zal worden gehouden met het beoogd Economisch Profiel van Almere dat zich bevindt op het kruispunt van hoogwaardige technologie en transitie-economie.
Voor overige sectoren geldt dat verspreid over de stad locaties beschikbaar moeten zijn voor interactiemilieus en ‘intimacy’, zoals hiervoor al is vermeld.
Groei van de economie in Almere (Stad in Balans en nieuwe economie) leidt ook tot duidelijke keuzes en uitgangspunten:
We heffen in principe geen economische locaties op voor andere functies, maar kijken wel naar de juiste mix van economische activiteiten om de variatie op met name de bedrijventerreinen en in Centrummilieus te vergroten. We staan wel functiemening toe als het gaat om economische activiteiten maar niet als het gaat om wonen. Dus we staan geen nieuwe transformatieplannen toe om werkfuncties om te zetten naar wonen. We richten ons bij de bedrijventerreinen vooral op de (nieuwe) mix van economische activiteiten. Bij een grotere variatie aan economische functies kan worden gedacht aan toestaan van kleinschalige kantoren op een bedrijventerrein, het toestaan van specifieke voorzieningen op bedrijventerreinen, etc. Hierop wordt in hoofdstuk 4 verder in gegaan.
Functiemenging is niet alleen iets van bedrijventerreinen of kantorenlocaties. Er kan in Almere ook nu al gewerkt worden in woonwijken. Werken in de wijk kan de levendigheid in de wijk vergroten en het aanbod van werkmilieus in de stad vergroten. Maar de gemeente zal meer moeten doen dan tot nu toe gedaan is om functiemenging in de stad fors te bevorderen. Om het scenario ‘Stad in balans’, waarin meer dan de helft van het aantal geprojecteerde banen in informele werklocaties moet landen uit te voeren, zal functiemenging in toekomstige gebiedsontwikkelingen steeds het uitgangspunt moeten zijn. In paragraaf 3.3 gaan we nog in op het werken in de woonwijken.
Op de binnenstedelijke terreinen willen we door herontwikkeling nog meer MKB in handel, productie en logistiek faciliteren, dus meer kleinschalige bedrijven faciliteren. We constateren ook dat de druk op die locaties voor andere functies (wonen) groot is. Voor de aangewezen transformatiegebieden (De Paal, Ambachtsmarkt, De Steiger-Zuid, Randstad 20-21, Louis Armstrongweg) is inmiddels de toestemming gegeven om ongeveer de helft beschikbaar te stellen voor wonen. Voor de andere bedrijventerreinen geldt dat die transformatie niet meer gewenst is. Functiemenging kan voor maximaal 25% van de uitgeefbare/uitgegeven gronden binnen het betreffende werkmilieu worden ingevuld met voorzieningen (zorg, onderwijs, sport, etc.) maar niet met wonen. Gedeeltelijke functiemenging met voorzieningen zorgt voor verlevendiging en komt daarmee ten goede komt aan het karakter van de bedrijventerreinen. Het merendeel van deze voorzieningen hebben we liever verspreid in de stad, niet uitsluitend op bedrijventerreinen.
Op de reguliere bedrijventerreinen is maximaal 10% van de uitgeefbare/uitgegeven gronden binnen het betreffende werkmilieu in te vullen met andere functies (voorzieningen), maar niet wonen. Dit percentage is gebaseerd op ervaringen tot nu toe op die terreinen.
Een bijzondere voorziening is de huisvesting van arbeidsmigranten. De VWA is leidend voor het maken van een afweging ten behoeve van huisvesting van tijdelijke arbeidskrachten. Het ‘afwegingskader huisvesting tijdelijke arbeidskrachten Almere’ is complementair aan de GWV, dan wel volgend. In paragraaf 3.3. van deze visie zijn aanvullende criteria opgenomen voor de afweging m.b.t. de huisvesting van arbeidsmigranten.
Op de grootschalige terreinen aan de rand van de stad (specifieke werkmilieus) zijn niet werkfuncties in beperkte mate mogelijk in de vorm van Business Facility Points.
We gaan op zoek naar de juiste schaal (korrelgrootte) van werken in het Stadscentrum (naast retail), zowel grootstedelijk rond Almere CS, maar ook elders in het Stadscentrum. Dit doen we onder andere d.m.v. de “Aanpak voor het stimuleren van informele werkmilieus en broedplaatsen”. De aanpak richt zich in eerste instantie op het Centrum van Almere om daarna breder in de stad aan de slag te gaan met het stimuleren van informele werkmilieus en broedplaatsen. Met deze aanpak geven we uitvoering aan de ambities in de Economische Agenda Almere en de ambities voor het Centrum (“De eeuwig jonge binnenstad” Almere Centrum 2020-2030).
De centrumgebieden en OV-knooppunten bieden kansen voor de ontwikkeling van centrummilieus (bijv. Almere Buiten en Almere Poort; in Haven zijn broedplaatsfuncties in het centrum en op De Steiger mogelijk).
De (noodzakelijke) economische groei van Almere vraagt om heldere uitgangspunten. Dat maakt het voor ondernemers, maar ook voor andere belanghebbenden alleen maar duidelijker.