Als een huurwoning wordt bewoond waarvan de woonkosten niet hoger zijn dan het van toepassing zijnde bedrag, genoemd in artikel 13 van de Wet op de huurtoeslag, en huurtoeslag niet mogelijk is, dan kan tot het einde van het kalenderjaar waarin de aanvraag wordt gedaan bijzondere bijstand voor de woonkosten worden verstrekt.
Als een huurwoning wordt bewoond waarvan de woonkosten hoger zijn dan het van toepassing zijnde bedrag, genoemd in artikel 13 van de Wet op de huurtoeslag, dan kan voor het meerdere boven de maximale huurgrens geen bijzondere bijstand voor de woonkosten worden verstrekt.
Als een huurwoning wordt bewoond waarvan de woonkosten hoger zijn dan de maximale huurgrens, dan neemt het college een verhuisverplichting op in de beschikking tot verstrekking van bijzondere bijstand.
De bijzondere bijstand als bedoeld in het tweede lid van dit artikel kan eenmalig met termijn van zes maanden worden verlengd mits belanghebbende in de voorliggende periode aantoonbaar voldoende inspanning heeft gepleegd in de uitvoering van de verhuisverplichting als bedoeld in het derde lid van dit artikel.
Bij het vaststellen van de hoogte van de bijzondere bijstand voor woonkosten wordt de draagkracht in mindering gebracht. De draagkracht bedraagt bij Woonkostentoeslag 100% van het inkomen boven de voor belanghebbende geldende bijstandsnorm.
Geen bijzondere bijstand wordt verstrekt indien belanghebbende bij het aangaan van de woonkosten onvoldoende inkomen had of een sterke inkomensdaling kon voorzien, waardoor hij de woonkosten niet volledig kan opbrengen.
Artikel 8
Woonkosten bij huurwoning
Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Renkum 2023