Naar hoofdinhoud

Paragraaf 2

Artikel 3

Handhaving coffeeshops

Onderdeel van Beleidsregels voor handhaving artikel 13b Opiumwet bij woningen, lokalen en coffeeshops

Door de burgemeester zal slechts tegen de twee coffeeshops, gevestigd op het adres Schrijverspark 81 en Prins Bernhardlaan 3 te Veenendaal, bestuursrechtelijk handhavend worden opgetreden door toepassing van artikel 13b van de Opiumwet, indien: blijkt dat de coffeeshop toegankelijk is voor en er verkocht wordt aan anderen dan ingezetenen van Nederland; de coffeeshop reclame voert (afficheert); het aannemelijk is dat in de coffeeshop harddrugs worden verhandeld of gebruikt of wanneer het aannemelijk is dat buiten de coffeeshop, doch in directe relatie daarmee, harddrugs worden gebruikt of verhandeld; de handel in softdrugs (mede) een oorzaak is van overlast voor de omgeving; minderjarigen in de coffeeshop worden toegelaten; meer dan 5 gram softdrugs per persoon wordt verstrekt of verhandeld; zich in de coffeeshop een handelsvoorraad van meer dan 500 gram softdrugs bevindt; in de coffeeshop alcoholhoudende dranken worden geschonken; de coffeeshop de aan hen toegestane sluitingstijden overtreedt; in de coffeeshop geen leidinggevende aanwezig is; verkoop van softdrugs op de openbare weg plaatsvindt, waarbij is geconstateerd of een redelijk vermoeden bestaat, dat de verkoop of levering in relatie staat met de exploitatie van de coffeeshop in de omgeving; in of buiten het pand doch in relatie met de coffeeshop criminele activiteiten, waaronder in ieder geval worden gerekend illegaal (vuur)wapenbezit, heling of geweldsdelicten, plaatsvinden of worden voorbereid; het verhandelen van softdrugs in de coffeeshop door een andere natuurlijke of rechtspersoon wordt voortgezet (na beëindiging van de exploitatie van het betreffende lokaal) dan door degene die, blijkens de vergunning verleend op grond van de APV voor het verstrekken van alcoholvrije dranken, gerechtigd is het betreffende lokaal te exploiteren. Indien de burgemeester besluit om de exploitatievergunning van een coffeeshop in te trekken op grond van artikel 2:29A van de APV, is het gestelde onder lid 1 niet langer van toepassing op de desbetreffende coffeeshop en wordt de verkoop van softdrugs op dit adres niet gedoogd zolang er geen nieuwe gedoogbeschikking is afgegeven.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel