In gevallen waarbij sprake is van het gestelde in artikel 3 lid 1 sub of a. (verkoop aan niet-ingezetenen), b. (affichering), d. (overlast), f. (de verkoop van > 5 gram per transactie), j.(het overtreden van de sluitingstijden), k. (leidinggevende niet aanwezig) of in andere gevallen waar sprake is van een geringe overtreding, kan de burgemeester besluiten een waarschuwing te geven bij de eerste overtreding.
Indien sprake is van het gestelde in artikel 3 lid 1 sub m (bedrijfsovername) vindt sluiting van een (nieuwe) coffeeshop plaats, tenzij deze inmiddels beschikt over de benodigde gedoogbeschikking en exploitatievergunning. De burgemeester bepaalt de duur van de sluiting van het lokaal.
Bij overtreding van alle andere onder artikel 3 lid 1 beschreven gedoogcriteria sluit de burgemeester de coffeeshop voor bepaalde tijd.
In de tabel in bijlage 2 is een overzicht opgenomen van de overtredingen en de daarbij behorende sluitingstermijnen.
De burgemeester kan besluiten een termijn te hanteren die afwijkt van het gestelde in bijlage 2 indien onder andere sprake is van een ernstige overtreding, diverse opvolgende overtredingen of een samenloop van meerdere overtredingen.
De sluiting bij een overtreding van artikel 3, lid 1 onder l (criminele activiteiten) kan worden opgeheven indien degene die de leiding heeft in de coffeeshop onomstotelijk kan aantonen dat:
hem de feiten niet kunnen worden verweten; en,
de door hem genomen maatregelen herhaling van voorgedane feiten voorkomen.
Paragraaf 2
Artikel 4
Stappenplan handhaving coffeeshops
Onderdeel van Beleidsregels voor handhaving artikel 13b Opiumwet bij woningen, lokalen en coffeeshops