Lid 1: De bevoegdheid om krachtens mandaat besluiten te nemen omvat tevens de bevoegdheid tot het stellen van voorschriften en beperkingen en het verrichten van voorbereidings- en uitvoeringshandelingen aangaande het besluit.
Lid 2: De mandaathouder heeft naast de bevoegdheid het in het eerste lid genoemde besluit te nemen ook de bevoegdheid het desbetreffende besluit te ondertekenen.