Lid 1: Het college en de burgemeester verlenen de medewerker het mandaat om alle besluiten te nemen en alle overige (rechts)handelingen te verrichten, waaronder de vertegenwoordiging in rechte, die in het kader van een goede uitoefening van zijn taken en bevoegdheden nodig zijn.
Lid 2: Het gestelde in het eerste lid geldt uitsluitend wanneer is voldaan aan de voorwaarden en uitzonderingen zoals genoemd in artikel 5 en 6.