2.2.1 Locatie
Een kunstwerk kan in positieve zin een stempel drukken op een bepaalde straat of een bepaald gebied, bijvoorbeeld op de identiteit ervan of op de beleving van de openbare ruimte daar. Daardoor kunnen kunstwerken in de openbare ruimte ook functioneren als visitekaartje van de gemeente. Een kunstwerk kan ook werken als herkenningspunt of ontmoetingsplek. Kunst kan daarnaast toeristische activiteiten binnen de gemeente stimuleren. Dit kan zowel in de binnensteden, als langs bestaande of nieuwe wandel- of fietsroutes in de dorpen, stadjes of buitengebieden (denk hierbij bijvoorbeeld aan de Glasroute Leerdam). Vanwege al deze mogelijke functies en effecten van een kunstwerk, is het belangrijk om goed na te denken over de locatie waar een kunstwerk wordt geplaatst. Veel initiatieven ontstaan vanuit inwoners zelf, om kunst in hun directe woonomgeving te hebben. De locatie waar een kunstwerk wordt geplaatst, hangt daarbij dan ook af van het initiatief voor dat kunstwerk. Wanneer een initiatief deels vanuit de gemeente zelf komt, is dit meestal gekoppeld aan een bestaande toeristische wandelroute. Op de gekozen locatie moet het kunstwerk in ieder geval veilig zijn, niet het uitzicht belemmeren en passen in de omgeving.
2.2.2 Communicatie en participatie
Om de positieve effecten van kunstwerken te versterken en de betrokkenheid van inwoners en ondernemers te vergroten, is het belangrijk dat de gemeente actief communiceert over haar kunstwerken in de openbare ruimte. Dit doen wij onder andere door:
Via lokale media en sociale media een nieuw kunstwerk onder de aandacht te brengen. Dit biedt een kans om aan te geven waarom iedereen trots mag zijn op dit kunstwerk. Zeker in tijden van bezuinigingen kan het helpen de motivering van de aanschaf uit te leggen. In de toekomst kan gekeken of de gemeentelijke website ook een rol kan spelen in de communicatie, bijvoorbeeld met een speciale webpagina over de kunstwerken (zie ter inspiratie https://www.dalfsenkaart.nl/beeldendekunst);
Samenwerking te zoeken met inwoners en kunstenaars. Zo is in Leerdam twee jaar geleden een werkgroep Kunst in de Openbare Ruimte opgericht. Hierin zitten inwoners van Leerdam en kunstenaars. De gemeente werkt al veel samen met deze werkgroep. Er kan worden gekeken of er ook in Vianen en Meerkerk dergelijke werkgroepen kunnen worden opgericht. Met de werkgroep in Leerdam zal worden onderzocht hoe de keuze voor een kunstwerk of kunstenaar zo professioneel mogelijk gemaakt kan worden, bijvoorbeeld met behulp van een (steeds wisselende) jury of door middel van een vaste inschrijfprocedure. Er moet daarbij wel rekening worden gehouden dat elk project uniek is.
2.2.3 Conditieniveau
Het is belangrijk om de kunstwerken op een bepaald conditieniveau te houden, om ze daarmee “schoon, heel en veilig” te houden, om niet in overtreding te zijn met het auteursrecht, en omdat de herstelkosten van een kunstwerk hoger kunnen uitpakken wanneer de conditie van dat kunstwerk beneden een bepaald niveau komt. De niveaus die we voor de condities hanteren lopen van 1 t/m 6 (zie tabel 1, gebaseerd op conditiescore NEN 2767).
Conditieniveau
Omschrijving
Toelichting
1
Uitstekend
Zo goed als nieuw
2
Goed
Minimale gebreken
3
Redelijk
Meerdere gebreken
4
Matig
Meerdere gebreken, object is niet “schoon, heel en veilig”
5
Slecht
Meerdere gebreken en kunstwerk is niet volledig meer te herstellen
6
Zeer slecht
Geen herstel mogelijk
Tabel 1: Conditieniveaus kunstwerken in de openbare ruimte
Het streven is om de kunstobjecten op dat niveau te houden, zoals ze op dag één zijn opgeleverd (niveau 1 of eventueel niveau 2). Aangezien de gemeente veel kunstwerken heeft die al jaren oud zijn, en aangezien de kunstwerken zich buiten bevinden en dus allerlei weersomstandigheden moeten doorstaan, is dit echter niet mogelijk. Daarom wordt als ondergrens niveau 3 gehanteerd. Daarbij zijn er al afwijkingen of onvolkomenheden aan de kunstwerken te zien. Om het ‘startniveau’ als referentiekader te gebruiken, is het nodig dat bij de aanschaf van nieuwe kunstwerken foto’s worden gemaakt en worden opgenomen in het beheersysteem Planon (zie ook paragraaf 3.2). Bij de oudere kunstwerken zullen foto’s van na herstel/onderhoud worden toegevoegd in Planon.
2.2.4 Duurzaamheid
Momenteel speelt duurzaamheid nauwelijks een rol bij de aanschaf en het onderhoud van kunstwerken in de openbare ruimte. In onze samenleving gaat duurzaamheid echter een steeds belangrijkere rol spelen. Ook gemeente Vijfheerenlanden is zich meer bewust van de impact die haar keuzes hebben op het milieu. In het coalitieakkoord staat dan ook dat klimaatadaptatie onderdeel van het beleid moet zijn. Daarom zal voortaan aan de kunstenaar worden meegegeven dat de gemeente duurzaamheid een belangrijk onderwerp vindt. Zo moet er gelet worden op de mate van energie- en/of waterverbruik van het kunstwerk, de mate van verharding van de grond bij de plaatsing van het kunstwerk, en de recyclebaarheid van de materialen waarvan het kunstwerk gemaakt is.
Het uitgangspunt dat de gemeente hanteert, is dat het meest duurzame kunstwerk verkozen zal worden boven minder duurzame kunstwerken. Hierbij kan gedacht worden aan de integratie van zonnepanelen in een kunstwerk om deels de gebruikte stroom op te leveren. Kunstwerken van gerecyclede of recyclebare materialen, scoren beter dan kunstwerken van niet-gerecyclede of niet-recyclebare materialen. Op deze manier stimuleert de gemeente kunstenaars om duurzame kunstobjecten in onze openbare ruimte te plaatsen. Het is aan de gemeente om een uiteindelijke afweging te maken bij de aanschaf van elk specifiek kunstwerk. Bij het onderhoud en het reinigen van kunstwerken wordt er zo min mogelijk gebruik gemaakt van milieubelastende middelen.
2.2.5 Inspecties
Zoals aangegeven in paragraaf 2.2.3 moet de conditie van kunstwerken in de openbare ruimte een bepaald niveau hebben. De conditie wordt in de gaten gehouden met behulp van meldingen vanuit inwoners, eigen (toevallige) observaties, en inspecties. Er is gebleken dat er nauwelijks meldingen worden gedaan door inwoners, wat regelmatige inspecties des te belangrijker maakt. Tijdens een inspectie wordt beoordeeld welk conditieniveau van toepassing is op een kunstwerk, waarna gekeken wordt of er onderhouds- of herstelacties nodig zijn. De inspecties en de eventuele vervolgacties worden bijgehouden in Planon (zie ook paragraaf 3.2). Elk kunstwerk moet om de vier jaar geïnspecteerd worden door een extern gespecialiseerd inspectiebedrijf. Daarnaast moet er één maal per jaar door de gemeente zelf worden geïnspecteerd. Voor sommige kunstwerken geldt een uitzondering, bijvoorbeeld voor monumenten waarbij de dodenherdenking van 4 mei plaatsvindt; deze monumenten worden jaarlijks voorafgaand aan de herdenking geïnspecteerd en indien noodzakelijk opgeknapt.
2.2.6 Aanschaf nieuwe kunstwerken
Een kunstwerk kan verschillende ‘functies’ hebben, zie paragraaf 2.2.1. Een kunstwerk kan ook iets vertellen over de geschiedenis van een plek of persoon, of gewoon de fantasie prikkelen. Bij de aankoop van een kunstwerk of het verstrekken van een opdracht voor het maken van een kunstwerk is het daarom belangrijk om te bedenken welk doel of welke rol het kunstwerk moet hebben. Om te voldoen aan de beleidskaders en om conflicten te voorkomen, is het ook noodzakelijk om vooraf vast te stellen aan welke eisen een kunstwerk moet voldoen. Bij de aanschaf kan de samenwerking met andere teams binnen de gemeente opgezocht worden; denk aan collega’s van ruimtelijke ordening, projectleiders van een nieuwbouwwijk of sociale wijkteams. De aanschaf van een nieuw kunstwerk dient altijd via een beleidsmedewerker van team WWDR te gaan, ook al komt het initiatief van aannemers of inwoners. Eventueel kan er een werkgroep of jury (zie paragraaf 2.2.2) ingezet worden bij de aanschaf van een nieuw kunstwerk. Het verschilt wel per kunstwerk wie binnen de gemeente de uiteindelijke keuze maakt om wel of niet tot de aanschaf ervan over te gaan. Het komt ook voor dat er een schenking van een kunstwerk aan de gemeente wordt gedaan. Ook hierbij moet gelet worden op de beleidskaders en moeten er duidelijke afspraken worden gemaakt met de schenker.
Voor de financiering van een nieuw kunstwerk is tot op heden geen structureel budget beschikbaar gesteld vanuit de gemeente. Een deel van de financiering moet daardoor worden verkregen via verschillende fondsen, subsidies, cofinanciering en sponsoring. Het verleden heeft wel geleerd dat (gedeeltelijke) financiering van een kunstwerk door de gemeente, een ‘vliegwieleffect’ kan hebben voor de totale financiering van een kunstwerk. Externe partijen zijn daarbij bereid om een financiële bijdrage te leveren, wanneer ook de gemeente dit doet. Om die reden plaatst de gemeente ook steeds vaker sponsorborden bij kunstwerken. Ook in de komende periode wordt er in het beleid geen vast bedrag opgenomen voor nieuwe kunstwerken. Hier is expliciet voor gekozen, omdat de kosten voor kunstwerken zeer uiteen lopen en er sprake is van maatwerk per project. De gemeentelijke financiering voor een nieuw kunstwerk zal per project moeten worden ingebracht in de kadernota of er moet een raadsvoorstel voor worden geschreven.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.2
Uitgangspunten beleidskaders
Onderdeel van Beleids- en beheerplan kunstwerken in de openbare ruimte - periode 2021 - 2024