1.. Giften hoger dan het in artikel 2 lid 1 genoemde maximum worden vrijgelaten wanneer deze worden verstrekt

  • - voor kosten waarvoor anders bijzondere bijstand of een Wmo-voorziening verstrekt had kunnen worden;
  • - voor noodzakelijke kosten dan wel uit medisch oogpunt wenselijke kosten zijn en voor zover de levensstandaard hierdoor niet wordt verhoogd;
  • - door werkgevers voor werknemers voor zover deze onbelast zijn;
  • - door de Voedselbank, Kledingbank, Stichting Leergeld, en dergelijke charitatieve instellingen.

2.. Giften die worden vrijgelaten onder lid 1 tellen niet mee voor de maximum vrijlating als bedoeld in artikel 2, eerste lid van deze beleidsregel.