Volgens de WPO is er sprake van verhuur, wanneer het gaat het om gebruik van een deel van een onderwijsgebouw door derden, niet zijnde onderwijsgebruik of gebruik ten behoeve van culturele, maatschappelijke of recreatieve doeleinden. Voor deze verhuur heeft het schoolbestuur, vanuit de Verordening, toestemming nodig van het college van B&W.
In Bernheze onderscheiden we twee vormen van verhuur:
1. Verhuur van leegstaande klaslokalen, die (tijdelijk) aan de onderwijsfunctie worden onttrokken.
2. Verhuur van ruimten, waar de gemeente tijdens de nieuwbouw van een brede school extra capaciteit heeft gerealiseerd voor kinderopvang / derden. De huurovereenkomsten dekken de kosten van de kapitaallasten van de (extra) investering. De hoogte van de huurprijs wordt bepaald door afspraken in de voorbereidingsfase van een nieuwbouwproject op basis van de wensen van een kinderopvangorganisatie.
Daarnaast is een andere onderverdeling van de verhuur te onderscheiden:
Exclusief – een deel van het schoolgebouw wordt volledig gebruikt door een huurder. De school maakt hier geen gebruik van. De exclusieve verhuur wordt uitgedrukt in m² BVO (brutovloeroppervlak) die ook daadwerkelijk door de huurder gebruikt worden. Bij exclusieve huur wordt een zo autonoom mogelijk gebruik nagestreefd. De huurder beschikt over alle daarvoor noodzakelijke voorzieningen (entree, toiletten etc.)
Volgtijdelijk of dubbelgebruik – dit geldt in principe voor activiteiten voor de buitenschoolse opvang. Na schooltijd wordt een deel van het schoolgebouw gebruikt. Dit betreft onderwijsruimten, aangevuld met algemene ruimten zoals een toilet of een speelzaal.
Er is ook een combinatie van beide huurtypes mogelijk.
Bij zowel medegebruik als verhuur is er in het geval van onderwijsbestemming geen huurbescherming. Uitzondering hierop is medegebruik door een andere school.