Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 2.3

Leegstand

Onderdeel van Verhuurbeleid Onderwijshuisvesting Primair Onderwijs

In de Verordening Voorzieningen huisvesting Onderwijs is ook sprake van de term ‘Leegstand’. Leegstand kan worden onderverdeeld in 2 vormen: 1. Tijdelijke leegstand: op basis van de leerlingenprognoses is de verwachting dat er minder dan 5 jaar sprake is van leegstand. 2. Structurele leegstand: op basis van de prognose is de verwachting dat er minimaal 5 jaar sprake is van leegstand. Het vaststellen van de capaciteit van een schoolgebouw en de berekening van de ruimtebehoefte is vastgelegd in bijlage III van de Verordening voorzieningen huisvesting Onderwijs Bernheze 2015. De belangrijkste criteria voor het vaststellen van de capaciteit en de ruimtebehoefte, die relevant zijn voor het verhuurbeleid, staan omschreven in de volgende delen:  Deel A – Vaststellen van de capaciteit  Deel B en C – Vastellen van de ruimtebehoefte. Deel A. Vaststellen van de capaciteit van het bestaande gebouw De capaciteit van een gebouw voor een school voor basisonderwijs wordt vastgelegd in de bruto vloeroppervlakte van het gebouw en bepaald overeenkomstig bijlage III, deel E. De capaciteit van een schoolgebouw wordt verminderd met 90 vierkante meter als een ruimte in het schoolgebouw is verhuurd voor het huisvesten van een peuterspeelzaal, buitenschoolse opvang of kinderopvang en het college voor deze verhuur vooraf toestemming heeft verleend. In dit verhuurbeleid geldt dit uitgangspunt voor alle bestaande huurovereenkomsten tussen het schoolbestuur en een organisatie voor kinderopvang. De bestaande afspraken hierover zijn vastgelegd in het Overzicht verhuur schoolgebouwen in bijlage 1, we zien dit als een 0-meting. Voor toekomstige verhuur van ruimten geldt dit verhuurbeleid. Als sprake is van een schoolgebouw met een bruto-netto verhouding in de oppervlakte, die sterk afwijkt van de sinds 1 januari 1997 gerealiseerde schoolgebouwen, kan het schoolbestuur een verzoek indienen tot vaststelling van een fictieve bruto vloeroppervlakte als grondslag voor de capaciteitsbepaling. In dit type gebouwen wordt de capaciteit vaak ook nog uitgedrukt in aantal leslokalen in plaats van m². Deel B en C. Vaststellen van de ruimtebehoefte De ruimtebehoefte voor een school voor basisonderwijs wordt bepaald aan de hand van het aantal leerlingen en omvat een speellokaal. De ruimtebehoefte is opgebouwd uit een basisruimtebehoefte en eventueel een toeslag in verband met de gewichtensom. De basisruimtebehoefte (B) wordt berekend met de formule: B = 200 + 5,03 * L Hierin is L het aantal (verwachte) leerlingen. Er is sprake van leegstand als de capaciteit van het bestaande gebouw groter is dan de vastgestelde ruimtebehoefte op basis van het aantal leerlingen dat op dat moment op de school staat ingeschreven. Voor het bepalen van het type leegstand, te weten tijdelijk of structureel wordt gebruik gemaakt van de leerlingenprognoses. Deze prognoses worden tweejaarlijks in opdracht van de gemeente opgesteld.

Rechtspraak bij dit artikel