1.. Een standplaatsvergunning vermeldt in ieder geval:

  • - De NAW-gegevens van de vergunninghouder en in geval van een rechtspersoon ook de natuurlijke persoon die de standplaats inneemt;
  • - Een duidelijke omschrijving van de toegewezen standplaats, met vermelding van de locatie en de afmetingen;
  • - De dag(en) en tijden voor inname van de standplaats;
  • - De branchering/productgroep;
  • - De looptijd van de vergunning;
  • - De verschuldigde leges voor het in behandeling nemen van de aanvraag;
  • - De vergoeding voor het innemen van de standplaats op gemeentegrond en/of het gebruik van gemeentelijke nutsvoorzieningen.

2.. Burgmeester en wethouders hebben op grond van artikel 1:4 van de APV de mogelijkheid om aan de vergunning voorschriften of beperkingen te verbinden.

3.. Aan een vergunning verbinden burgemeester en wethouders in ieder geval de volgende voorwaarden:

  • - De vergunninghouder moet de vergunning altijd aanwezig hebben op de standplaats en deze op verzoek aan een toezichthouder tonen;
  • - Standplaatsen hebben een omvang van maximaal 75m2
  • - Het is toegestaan om maximaal twee statafels te plaatsen bij de standplaats.
  • - Luifels van een verkoopwagen/-kraam mogen niet uitsteken buiten de vergunde oppervlakte meters;
  • - De standplaatshouder dient te voldoen aan milieuvoorschriften om geurhinder en stankoverlast voor de omgeving tegen te gaan;
  • - De standplaats mag de doorgang voor voetgangers en indien van toepassing overig verkeer niet belemmeren;
  • - De standplaatshouder is verplicht er zorg voor te dragen dat zijn standplaats te allen tijde een goed verzorgd aanzien biedt;
  • - De standplaats veroorzaakt geen onevenredige overlast voor omwonenden en gebruikers van omliggende gebouwen.