Bij de toepassing van deze beleidsregel worden de volgende begripsbepalingen gehanteerd:
Woongebied:
In deze omgeving is wonen de hoofdfunctie, waarbij een prettige woonomgeving leidend is. Gedacht kan worden aan behoud kwaliteit van het woongebied, buurtvoorzieningen en het karakter van de buurt.
Gemengd gebied:
In deze omgeving komen zowel woningen als niet-woonfuncties voor. Het gemengd gebied is zeer divers. Het kan gaan om een omgeving met wonen boven niet-woonfuncties of wonen tussen, naast of nabij niet-woonfuncties, al dan niet gesitueerd aan een drukke verkeersweg, stadsstraat of plein met op publiek gerichte functies.
Bedrijfsomgeving:
Het belang van bedrijven is in deze omgeving leidend. Woningen komen niet of sporadisch voor.