2.1 Woningen binnen het commercieel centrumgebied

a. Splitsing van een bestaand gebouw in gestapelde woningen is toegestaan;

b. Een woning heeft een vloeroppervlakte van ten minste 60 m2;

c. De begane grond mag niet geheel voor wonen worden gebruikt, aan de straatzijde moet een ruimte voor een volwaardige en zelfstandige niet-woonfunctie behouden blijven.

2.2 Woningen buiten het commercieel centrumgebied

a. Ter vervanging van een niet-woonfunctie in een bestaand gebouw zijn nieuwe woningen toegestaan;

b. Een woning heeft een vloeroppervlakte van ten minste 75 m2;

c. Wonen is toegestaan op de begane grond, met uitzondering van het Beursplein.

2.3 Algemene regels bij realiseren van woningen

Bij het realiseren van woningen als bedoeld onder 2.1 en 2.2 gelden de volgende voorwaarden:

a. Er is geen sprake van beperking van de milieuruimte van omliggende functies;

b. Woningen zijn uitsluitend binnen het bouwvlak toegestaan;

c. Een woning is in ieder geval deels georiënteerd op de straatzijde, met uitzondering van woningen als bedoeld in 2.1 onder c.;

d. Iedere woning beschikt over een (gezamenlijke) berging met voldoende afmetingen voor het stallen van fietsen van de bewoners;

e. Iedere woning beschikt over een eigen toegang aan de openbare weg al dan niet via een gemeenschappelijk verkeersruimte (niet door de niet-woonfunctie heen), mits dit de cultuurhistorische waarden van een monument en/of het beschermd stadsgezicht niet onevenredig schaadt;

f. Iedere woning beschikt over een eigen buitenruimte die rechtstreeks vanuit de woning bereikbaar is, mits dit de cultuurhistorische waarden van een monument en/of het beschermd stadsgezicht niet onevenredig schaadt;

g. Het vergroten van het bouwvolume ten behoeve van woningen is toegestaan in de Sint-Josephstraat aan de oostzijde van deze straat tot een maximale goothoogte van 10 meter en maximale bouwhoogte van 14 meter;

h. Er mag geen sprake zijn van onevenredig nadelige gevolgen voor de karakteristiek van het gebouw. Bij monumenten prevaleert het belang van de monumentenzorg boven van het belang van het splitsen van het pand in meerdere woningen;

i. De woningen moeten voldoen aan de eisen van het Bouwbesluit, rechtens verkregen niveau;

j. Bij het omzetten van een niet-woonfunctie naar wonen wordt voldaan aan de bepalingen uit de Nota Parkeernormering of de rechtsopvolger daarvan;

k. Wanneer bij het splitsen van woningen niet aan de Nota Parkeernormering kan worden voldaan is een omgevings-vergunning voor afwijken nodig op grond van artikel 4.1.2 van het bestemmingsplan Parapluplan parkeren en standplaatsen;

l. De initiatiefnemer voert een omgevingsdialoog met de directe omgeving en overlegt de uitkomsten hiervan bij de aanvraag om omgevingsvergunning.