Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 4.2

Zonne-opwek en warmte-/ koude opslag bij panden in het beschermd stadsgezicht

Onderdeel van Oplegnotitie welstandscriteria duurzaamheidsmaatregelen beschermd stadsgezicht Hasselt

Uitgangspunt in deze oplegnotitie is dat er bij of op ieder pand in het beschermd stadsgezicht energiebesparende maatregelen toegepast kunnen worden, onder de voorwaarde dat de cultuurhistorische waarden niet onevenredig aangetast worden. Dit wordt per aanvraag beoordeeld, waarbij er altijd sprake is van een trapsgewijze benadering en maatwerk. Zie ook hoofdstuk 3. Over het algemeen zijn collectoren voor warmte-/ koudeopslag onder de dakbedekking goed inpasbaar (zonthermische daken), wanneer er extra aandacht wordt besteed aan de aansluitdetails; Zonnepanelen en paneelcollectoren worden geaccepteerd in het beschermd stadsgezicht en op monumenten, als er geen onevenredige aantasting van het waardevolle dakenlandschap plaatsvindt en de invloed op de openbare ruimte beperkt blijft. Bij zwarte of antraciet daken zijn zwarte panelen over het algemeen goed in te passen. Bij oranje-rode-bruine daken kunnen zwarte panelen de karakteristiek verstoren. Met onderstaande criteria wordt het laatste voorkomen; Zonneceldakpannen hebben een afwijkende uitstraling ten opzichte van traditionele pannen, vanwege het platte, glanzende zonopwekkende deel in de pan. Over het algemeen zijn deze goed toepasbaar bij daken met niet-traditionele dakpannen. Bij monumenten zijn zonneceldakpannen/ -leien en dergelijke niet toegestaan, wanneer er karakteristieke dakbedekking vervangen moeten worden. Maatregelen zijn in het algemeen mogelijk wanneer er voldaan wordt aan de hieronder genoemde criteria. In specifieke gevallen kan de stadsbouwmeester/ gemeentelijke commissie ruimtelijke kwaliteit gemotiveerd afwijken van deze criteria: Algemene criteria zonnepanelen en plaatcollectoren Zonnepanelen zijn ondergeschikt aan het bebouwingsbeeld; Zonnepanelen leveren bij monumentale panden geen onherstelbare fysieke schade op aan het pand en zijn te vervangen of te verwijderen zonder blijvende schade; De plaatsing van panelen of plaatcollectoren op schuine daken dient te voldoen aan de volgende voorwaarden: De hellingshoek van panelen moet hetzelfde zijn als die van het dakvlak waarop het staat; De panelen worden geplaatst met een evenwichtige en aaneengesloten verdeling op het dakvlak; De panelen mogen niet uitsteken en moeten dus aan alle kanten binnen het vlak van het dak blijven; De panelen moeten in of direct op het dakvlak worden geplaatst; bij monumenten worden de panelen boven de bestaande dakbedekking gemonteerd (behoud materiaal); Handreiking: er zijn dummypanelen verkrijgbaar, die op maat te maken zijn. Dit zijn platen met hetzelfde uiterlijk, maar zonder energie-functie. Ze kunnen storende onderbrekingen opvullen (bijvoorbeeld bij ontluchtingspijpjes of schuine dakranden); Zonnecollectoren worden alleen als vlakkeplaatcollectoren toegepast op hellende daken. Op platte daken mogen ook vacuümbuiscollectoren worden toegepast; Het kleur-/ materiaalgebruik van zonnepanelen of plaatcollectoren dient te voldoen aan de volgende voorwaarden: Kleur overeenkomstig het achterliggende dakvlak. Dit is bij monumenten altijd het geval. Bij niet-monumenten kan een afwijkende kleur worden toegepast worden toegepast, mits de stadsbouwmeester/ commissie ruimtelijke kwaliteit dit passend vindt; De panelen hebben geen rasterpatroon, lichte randen of licht accenten; De panelen zijn niet spiegelend en zijn voorzien van een niet spiegelende omranding in de kleur van de panelen. Bij de plaatsing van panelen of plaatcollectoren op platte daken blijft het hoogste punt uit het zicht, gezien vanuit de openbare ruimte. Er dient voldaan te worden aan de volgende voorwaarden: De panelen of collectoren moeten ten minste net zo ver verwijderd blijven van de dakrand als het paneel of de collector hoog is. Is het hoogste punt van de collector bijvoorbeeld 50 centimeter, dan moet de afstand tot de dakrand(en) ook minimaal 50 centimeter zijn. De panelen hebben een maximale hellingshoek van 20 graden; Bestaand hoofdgebouw: De mogelijkheden voor het plaatsen van zonnepanelen en plaatcollectoren op hoofdgebouwen, die zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte, zijn hieronder op volgorde van prioriteit weergegeven door een trapsgewijze benadering: Bij vergunningaanvragen wordt in eerste instantie onderzocht of plaatsing mogelijk is buiten het hoofdgebouw en zo mogelijk niet zichtbaar vanuit de openbare ruimte. Bijvoorbeeld in de tuin (verdiept) of op achterdakvlakken of zijdakvlakken van een niet monumentaal bijgebouw/ bijbehorend bouwwerk (bijvoorbeeld op een plat dak met opstaande rand of een hellend dak dat wegvalt achter andere daken). Indien voorgaande niet mogelijk is en de panelen zichtbaar zijn op het hoofdgebouw, dan wordt onderzocht of het mogelijk is om panelen aan de achterzijde van het pand te plaatsen (niet zijnde de oriëntatiezijde van het pand): In het geval van een achterdakvlak, dienen de panelen te voldoen aan alle onder 4.2 genoemde algemene criteria voor onder meer de plaatsing en het kleur-/ materiaalgebruik bij schuine daken; In het geval van een plat dak aan de achterzijde dienen de panelen te voldoen aan alle onder 4.2 genoemde algemene criteria voor onder meer de plaatsing en het kleur- en materiaalgebruik op platte daken. Indien plaatsing buiten het hoofdgebouw of aan de achterzijde niet mogelijk is en de panelen zichtbaar zijn op het hoofdgebouw, dan is plaatsing mogelijk op daken aan de zijkant van het pand: In het geval van zijdakvlakken dienen de panelen minimaal 3 meter teruggelegd te worden ten opzichte van de voorgevel (oriëntatiezijde pand). Ook dienen de panelen te voldoen aan alle onder 4.2 genoemde algemene criteria voor onder meer de plaatsing en het kleur- en materiaalgebruik; Panelen op platte daken aan de zijkant(en) van het hoofdgebouw dienen te voldoen aan alle onder 4.2 genoemde algemene criteria voor onder meer de plaatsing en het kleur- en materiaalgebruik op platte daken; Zonnepanelen en plaatcollectoren zijn niet mogelijk op dakvlakken aan de voorzijde (oriëntatiezijde) van hoofdgebouwen; Panelen zijn niet toegestaan op daken met bijzondere vormen (zoals rond, spits of veelhoekig) en daken met bijzondere of kwetsbare dakbedekking (zoals zeldzame typen dakpannen, riet, koper, zink, lood en vaak leien of pannen in een bijzonder of decoratief legpatroon); Bij monumenten kan het zijn dat er geen panelen geplaatst kunnen worden op dakvlakken van hoofd- en bijgebouwen. Dit kan het geval zijn als de stadsbouwmeester/ gemeentelijke commissie ruimtelijke kwaliteit gemotiveerd aangeeft, dat panelen afbreuk doen aan de specifieke, markante stedenbouwkundige of historisch waardevolle situatie. Bijvoorbeeld wanneer het pand een bijzondere architectonische kwaliteit heeft, het pand in het aanzicht domineert door de hoogte of breedte in relatie tot de gemiddelde bouwmassa van het beschermde gezicht, door de ligging in de zichtassen van straten, grachten of parken, of doordat het pand deel uitmaakt van een historische plein- of parkwand. Bestaand bijgebouw/ bijbehorend bouwwerk Wanneer de zonnepanelen of plaatcollectoren op zijdakvlakken of achterdakvlakken van een bijgebouw/ bijbehorend bouwwerk worden geplaatst en zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte, dan dient er voldaan te worden aan de volgende criteria: De panelen dienen te voldoen aan alle onder 4.2 genoemde algemene criteria voor onder meer de plaatsing en het kleur- en materiaalgebruik bij schuine daken en platte daken; In het geval de oorspronkelijke dakbedekking van het niet-monumentale bijgebouw/ bijbehorende bouwwerk wordt vervangen door panelen, dan zijn deze geïntegreerd in de dakbedekking, waarbij er sprake moet zijn van een toepassing die het hele dakvlak vult; Vervangende nieuwbouw Bij nieuwbouwplannen zijn zonnepanelen en plaatcollectoren mogelijk indien: De panelen op een architectonisch geïntegreerde wijze worden toegepast in het nieuwbouwplan, waarbij de panelen visueel één geheel vormen met de dakbedekking. Bijvoorbeeld door het toepassen van dummypanelen; Er rekening wordt gehouden met de ter plaatse aanwezige cultuurhistorische waarden, de context van de straat en de belendende bebouwing (ensemble); Rekening wordt gehouden met een passende ritmiek, positionering en kleur.

Rechtspraak bij dit artikel