Installatie-units, zoals airco-kasten en warmtepompen, mogen niet aangebracht worden in, op, aan of bij de voorgevel van een pand of een naar de openbare ruimte gekeerde zijgevel van het pand;
Indien de installatie-unit of aan- en afvoervoorzieningen zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte, dan zijn deze in plaats, vormgeving en kleur onopvallend: dit op een wijze dat ze geen storend elementen zijn, die afbreuk doen aan de architectonische beleving van het pand;
Bij monumenten dienen bij toepassing van mechanische of balansventilatie de installaties zo aangebracht te worden dat er geen schade wordt toegebracht aan monumentale interieurs of monumentale constructieve elementen.
Aan- en afvoervoorzieningen dienen bij voorkeur in bestaande kanalen of bestaande schoorstenen of in het dak te worden weggewerkt. Nieuwe aan- en afvoervoorzieningen dienen in een gedekte kleur te worden uitgevoerd.
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.3
Installaties op en bij panden in het beschermd stadsgezicht
Onderdeel van Oplegnotitie welstandscriteria duurzaamheidsmaatregelen beschermd stadsgezicht Hasselt