1.. De fractievoorzitters bepalen voorafgaand aan het eerste klankbordgesprek welke vier raadsleden, waarvan twee behoren tot coalitiepartijen en twee behoren tot oppositiepartijen, gedurende de raadsperiode de klankbordgesprekken voeren.

2.. De raad kan bepalen dat de eerste plaatsvervangend voorzitter van de raad deel uitmaakt van de commissie voor het voeren van de klankbordgesprekken.

3.. De commissie vergadert alleen wanneer ten minste een meerderheid van de leden aanwezig is.

4.. De commissie kiest de voorzitter uit haar midden.