Burgemeester en wethouders kunnen wijzigingen aanbrengen in het gemeentelijke erfgoedregister.
Als de wijziging ziet op het schrappen uit het register is paragraaf 2.1 van overeenkomstige toepassing, tenzij de wijziging naar oordeel van burgemeester en wethouders van ondergeschikte betekenis is.
Een aanwijzing vervalt met ingang van de dag waarop het gemeentelijk monument, het gemeentelijk kerkelijk monument, of het gemeentelijk archeologisch monument, waarop de aanwijzing betrekking heeft is ingeschreven in het rijksmonumentenregister of erfgoedregister van de provincie Utrecht als bedoeld in artikel 3.17, derde lid van de Erfgoedwet. Het vervallen van de aanwijzing wordt zo spoedig mogelijk bijgehouden in het gemeentelijk erfgoedregister.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.1
Artikel 10
Wijziging gemeentelijk erfgoedregister, vervallen aanwijzing
Onderdeel van Verordening erfgoed gemeente Utrecht