In een spoedeisend geval kunnen burgemeester en wethouders een gemeentelijk monument, een gemeentelijk archeologisch monument, een gemeentelijk kerkelijk monument of een gemeentelijk groen monument, aanwijzen als voorlopig monument. In afwijking van artikel 6 wordt in dat geval aan de commissie Welstand en Monumenten advies gevraagd over de voorlopige aanwijzing.
De voorlopige aanwijzing vervalt na 26 weken of zoveel eerder als burgemeester en wethouders een besluit hebben genomen over de aanwijzing, bedoeld in artikel 3, eerste lid.
Paragraaf 2.2 is overeenkomstig van toepassing vanaf het moment dat belanghebbenden schriftelijk in kennis worden gesteld van het besluit van burgemeester en wethouders tot de voorlopige aanwijzing.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.1
Artikel 9
Voorlopige aanwijzing bij spoed
Onderdeel van Verordening erfgoed gemeente Utrecht