De raad kan, op voorstel van burgemeester en wethouders, een besluit tot aanwijzing als bedoeld in artikel 17, eerste lid, wijzigen of intrekken. Artikel 17, tweede lid en derde lid, is overeenkomstig van toepassing op het wijzigen of intrekken van de aanwijzing, tenzij het een aanpassing van ondergeschikte betekenis betreft of het stads- of dorpsgezicht waarop de aanwijzing betrekking heeft als zodanig is tenietgedaan.
Een aanwijzing vervalt met ingang van de dag waarop het gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht waarop de aanwijzing betrekking heeft wordt aangewezen als:
beschermd stads- of dorpsgezicht als bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de Monumentenwet 1988; of
beschermd stads- of dorpsgezicht op grond van een erfgoedverordening van de provincie Utrecht als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
Hoofdstuk 4
Artikel 19
Wijziging, intrekking en vervallen van de aanwijzing als gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht
Onderdeel van Verordening erfgoed gemeente Utrecht