Het is in een gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht verboden om zonder omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, een bouwwerk te slopen.
De omgevingsvergunning kan in ieder geval worden geweigerd als naar het oordeel van burgemeester en wethouders niet aannemelijk is dat op de plaats van het te slopen bouwwerk een ander bouwwerk kan of zal worden gebouwd.
De artikelen 13, 14 en 15 zijn overeenkomstig van toepassing, waarbij in artikel 14, eerste lid, onder het belang van monumentenzorg specifiek de cultuurhistorische waarde van het gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht wordt bedoeld.
Het eerste lid is niet van toepassing op het slopen ingevolge een verplichting als bedoeld in de artikelen 13, 13a of 13b van de Woningwet.
Hoofdstuk 4
Artikel 20
Verbodsbepaling en aanvraag omgevingsvergunning
Onderdeel van Verordening erfgoed gemeente Utrecht