Het college verstrekt uitsluitend een tegemoetkoming als aan onderstaande voorwaarden is voldaan:
De aanvrager heeft een tekort waardoor deze niet zelfstandig in de noodzakelijke kosten van bestaan kan voorzien.
De aanvrager is een Nederlander of een vreemdeling die voldoet aan de voorwaarden als bedoeld in artikel 11 van de wet.
Het inkomen per maand bedraagt niet meer dan 200% van de bijstandsnorm, zijnde de alleenstaande - of gehuwdennorm van 21 jaar of ouder als genoemd in onderdeel b eerste lid van artikel 1.
Het vermogen bedraagt op de peildatum niet meer dan 1,5 maal het berekend inkomen op basis van het rekenmodel noodfonds.
Het huishouden woont in een zelfstandige of onzelfstandige woning op basis van een huur- of koopovereenkomst en deze woning wordt gebruikt in overeenstemming met het bestemmingsplan of een verleende omgevingsvergunning.
Uitgesloten van een tegemoetkoming is de persoon die:
in een inrichting verblijft als bedoeld in artikel 1 aanhef en onderdeel f van de wet;
is ingeschreven in de basisregistratie personen als ingezetene met enkel een briefadres;
valt onder één van de uitsluitingsgronden van artikel 13, eerste lid, van de wet;
een tekort heeft dat voorafgaand aan de aanvraag is veroorzaakt door tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan;
de tegemoetkoming aanvraagt voor de kosten die gemaakt zijn als ondernemer of voor bedrijfsmatige doeleinden;
een WSNP- of MSNP traject volgt waarbij het tekort uit de boedel kan worden betaald.
In afwijking van het eerste lid wordt voor gehuwden waarvan één echtgenoot niet voldoet aan de voorwaarden van deze beleidsregel 50% gehanteerd van de norm die zou gelden als beide gehuwden zouden voldoen aan de voorwaarden van deze regeling.
Artikel 3 Voorwaarden en uitsluitingsgronden
Artikel 3 Voorwaarden en uitsluitingsgronden
Onderdeel van Tijdelijke beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders betreffende het Noodfonds Bestaanszekerheid Ede 2023