De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten en de lasten per programma.
In afwijking van het eerste lid kan de raad een activiteit welke onderdeel is van een programma als prioriteit aanwijzen en daarvoor de baten en lasten apart autoriseren als programmaonderdeel.
Bij de begrotingsbehandeling geeft de raad aan van welke nieuwe investeringen hij op een later tijdstip een apart voorstel voor autorisatie van het investeringskrediet wil ontvangen. De overige nieuwe investeringskredieten worden bij de begrotingsbehandeling met het vaststellen van de financiële positie geautoriseerd.
Het college informeert de raad als zij verwachten, dat de lasten van een programma of programmaonderdeel de geautoriseerde lasten dreigen te overschrijden, de investeringsuitgaven van een investeringskrediet het geautoriseerde investeringskrediet dreigen te overschrijden, of de baten van een programma of programmaonderdeel de geautoriseerde baten dreigen te onderschrijden. De raad geeft aan of hij een voorstel wil voor het wijzigen van de geautoriseerde lasten van het programma of programmaonderdeel, voor het wijzigen van het geautoriseerde investeringskrediet, of voor het bijstellen van het beleid.
Bij de behandeling van de tussentijdse rapportages in de raad bedoeld in artikel 6, eerste lid, doet het college voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde baten en lasten, het wijzigen van de geautoriseerde investeringskredieten en het bijstellen van het beleid. In geval van investeringen met een meerjarig karakter doet het college indien nodig ook bij iedere begroting op grond van geactualiseerde ramingen voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde investeringskredieten.
Voor een investering waarvan het investeringskrediet niet met het vaststellen van de begroting is geautoriseerd, leggen burgemeester en wethouders voorafgaand aan het aangaan van verplichtingen een investeringsvoorstel met een voorstel voor het vaststellen van een investeringskrediet aan de raad voor.
Verschuivingen van uitgaven in een investeringskrediet of projectbudgetten tussen jaarschijven (fasering) zijn toegestaan zonder specifiek raadsbesluit bij de jaarstukken mits het totale investeringskrediet niet wordt overschreden, de fasering maximaal 5 jaar betreft en de uitgaven passen binnen de met de raad afgesproken doelen waarvoor het krediet is verstrekt. In de jaarrekening wordt een overzicht opgenomen van de betreffende investeringskredieten en projectbudgetten.
Hoofdstuk 2
Artikel 5