Naar hoofdinhoud
Het college informeert de raad één keer per jaar door middel van een tussentijdse bestuursrapportage. De bestuursrapportage behandelt de realisatie van de begroting van de gemeente tot en met juni van het lopende boekjaar en wordt jaarlijks in de eerste raadscyclus na het zomerreces door de raad vastgesteld. De inrichting van de tussentijdse rapportage sluit aan bij de programma-indeling van de begroting. De rapportage gaat in op de stand van zaken met betrekking tot onderwerpen in de programmabegroting, stand van zaken voor wat betreft de voortgang van de prestaties, ontwikkeling grondbedrijf en op de financiële afwijkingen voor wat betreft de lasten en baten. De college informeert door middel van de bestuursrapportage de raad als ze verwacht dat de lasten of baten van een programma de geautoriseerde lasten of baten dreigen te overschrijden, de investeringsuitgaven van een investeringskrediet het geautoriseerde investeringskrediet dreigen te overschrijden of de baten van een programma de geautoriseerde baten dreigen te onderschrijden. Bij de behandeling van de tussenrapportage in de raad doet het college voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde baten en lasten, het wijzigen van de geautoriseerde investeringskredieten en het bijstellen van het beleid. In geval van investeringen met een meerjarig karakter doet het college indien nodig ook op grond van geactualiseerde ramingen voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde investeringskredieten. Met betrekking tot de financiële afwijkingen genoemd in het vijfde lid worden in dit artikel opgenomen zoals benoemd in artikel 7. In de laatste raadscyclus van het kalenderjaar doet het college een voorstel aan de raad voor de laatste begrotingswijziging.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel