Naar hoofdinhoud

Artikel 7.

Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen

Onderdeel van Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening 2020 van de gemeente Sluis

Krachtens artikel 10, eerste lid sub a, van de verordening worden de volgende regels gesteld omtrent de plaats en wijze waarop huishoudelijke afvalstoffen met inzamelmiddelen ter inzameling bij of nabij een perceel moeten worden aangeboden: het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen in minicontainers dient ordelijk te geschieden door plaatsing van de container op het voetpad, zo dicht mogelijk bij de rijweg, of, bij het ontbreken van een voetpad, aan de kant van de openbare weg, dan wel op een inzamel- of clusterplaats, zodanig dat het voetgangers- en overige verkeer niet wordt gehinderd of in de doorgang wordt belemmerd en gevaar of schade wordt voorkomen en waarbij aanwijzingen van de gemeente en/of inzameldienst dienen te worden opgevolgd; de ter lediging aangeboden minicontainers moeten met de dekselopening naar de rijweg gericht worden geplaatst; de ter lediging aangeboden minicontainers en ter inzameling aangeboden zakken voor PMD dienen goed gesloten te zijn, er mogen geen huishoudelijke afvalstoffen uitsteken; afvalstoffen welke ten onrechte of op een onjuiste wijze zijn aangeboden en welke na inzameling daardoor in de minicontainer zijn achtergebleven, dienen onverwijld door de gebruiker uit de container te worden verwijderd; naast de ter lediging aangeboden minicontainers en de ter inzameling aangeboden zakken voor PMD mogen geen afvalstoffen worden geplaatst; het gewicht van de hoeveelheid huishoudelijke afvalstoffen en het eigen gewicht van de ter lediging aangeboden minicontainer mag in zijn totaliteit niet zwaarder zijn dan 75 kilogram. Krachtens artikel 10, eerste lid sub b, van de verordening worden de volgende regels gesteld omtrent de wijze waarop huishoudelijke afvalstoffen met inzamelvoorzieningen ter inzameling nabij een perceel moeten worden aangeboden: in een inzamelvoorziening mogen uitsluitend die bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling worden aangeboden waarvoor de inzamelvoorziening bestemd is; huishoudelijk restafval dient in een goed gesloten huisvuilzak te worden gedeponeerd in een daarvoor bestemde inzamelvoorziening; na het in de inzamelvoorziening deponeren van de huishoudelijke afvalstoffen moet de inwerpopening van de inzamelvoorziening gesloten worden; het is verboden afvalstoffen naast de inzamelvoorziening te plaatsen. Krachtens artikel 10, vierde lid van de verordening worden de volgende regels gesteld omtrent de wijze waarop grof huishoudelijk afval en grof tuinafval ter inzameling moeten worden aangeboden: de inzameling van grof huishoudelijk afval vindt eenmaal per vier weken op afroep plaats, de aanbieder dient voor deze inzameling op afroep zich minimaal een dag voor de inzameldag te melden bij de klantenservice van de inzameldienst; de inzameling van grof tuinafval vindt viermaal per jaar op afroep plaats, de aanbieder dient voor deze inzameling op afroep zich minimaal een dag voor de inzameldag te melden bij de klantenservice van de inzameldienst; het grof huishoudelijk afval en grof tuinafval dient op de inzameldag op een voor de inzameldienst goed bereikbare plaats bij de woning klaar te staan; grof huishoudelijk afval of grof tuinafval mag bij het overdragen of het aanbieden geen groter volume hebben dan 2 m³; stukken grof huishoudelijk afval of grof tuinafval moeten zoveel mogelijk in één of meer bundels samengedrukt en -gebonden worden overgedragen of aangeboden waarbij een bundel niet langer mag zijn dan 1,5 meter, niet breder dan 0,5 meter en niet zwaarder dan 25 kilogram.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel