Onverminderd het bepaalde in artikel 5.3.2.3, eerste en tweede lid is het de rechthebbende op een vaartuig verboden daarmee op een plaats aan te leggen, indien het college van burgemeester en wethouders hem schriftelijk heeft meegedeeld, dat zij het, met het oog op de verdeling van de beschikbare aanlegplaatsen, onaanvaardbaar achten dat genoemde rechthebbende aldaar nog langer aanlegt.
Hoofdstuk 5 › Afdeling 3 › Paragraaf 2
Artikel 5.3.2.4
Aanlegexces
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening (apv) (inclusief 1e wijziging)