Beschrijving ruimtelijke structuur
De gemeente Neder-Betuwe grenst in het noorden aan de Nederrijn met de gemeentes Rhenen en Wageningen die tegen de stuwallen van de Utrechtse heuvelrug en de Veluwe liggen. De Waal aan de zuidzijde vormt de grens met de gemeenten West Maas en Waal, Druten en Beuningen. Aan de westkant liggen de gemeentes Buren en Tiel en aan de oostkant grenst Neder-Betuwe aan de gemeente Overbetuwe.
De ruimtelijke structuur van de gemeente Neder-Betuwe wordt vooral bepaald door de oost-westoriëntatie van de loop van de Rijn, de Waal en de Linge, de oeverwallen en dijken langs deze rivieren, het bebouwingspatroon, de langgerekte kommen en de aanwezige bovenlokale infrastructuur waaronder de A15, de spoorweg Arnhem-Tiel en de Betuweroute (Structuurvisie Neder-Betuwe, 2018). Met name in de buurt van de bovenlokale infrastructuur liggen groeiende bedrijventerreinen zoals bij Dodewaard en Opheusden. De verschillen tussen de historisch dominante kommen en oeverwallen in de ruimtelijke structuur vervagen steeds meer door enerzijds de bovenregionale infrastructuur die de gemeente dwars doorkruist en anderzijds de ingebruikname van komgronden voor landbouw, bebouwing en bedrijventerreinen.
In de gemeente liggen vier grotere kernen en twee kleinere kernen. De grotere kernen zijn Kesteren en Opheusden ten noorden van de A15 en Ochten en Dodewaard ten zuiden van de A15. De kleine kernen IJzendoorn en Echteld liggen beiden ten westen van Ochten.
Fig. 1. Gemeente Neder-Betuwe (Gemeenteatlas, 2022 bewerkt door Dutchplanners)
Indeling landschap
Het landschap binnen de gemeente is op te delen in verschillende landschapsvormen, hoofdzakelijk gebaseerd op de verschillende oost-west structuren van de riviersystemen. Aan de noordrand van de gemeente ligt het stroomgebied van de Nederrijn, in het midden de Linge en aan de zuidrand de Waal. Daartussen liggen oude stroomruggen en kommen. Binnen de gemeente komt dit neer op de volgende landschapsvormen: oeverwallen van de Nederrijn en de Waal en oude stroomruggen, kommen en uiterwaarden. Per landschapsvorm worden hieronder de kenmerken beschreven.
Fig. 2. Landschapsvormenkaart met ligging van kommen en oeverwallen (Gemeente Neder-Betuwe, 2022)
Oeverwallen Nederrijn en Waal en oude stroomruggen:
De oeverwallen langs de Nederrijn en Waal kenmerken zich door de kernen die erop liggen zoals Kesteren en Opheusden bij de Nederrijn en Ochten en Dodewaard bij de Waal. Op de oeverwallen vinden we de langgerekte oost-west lintbebouwing met de typisch Betuwse T-boerderijen en landbouwgronden. De landbouwgronden worden hoofdzakelijk gebruikt voor de laanboomteelt en de fruitteelt. Met name ten westen van Dodewaard en rondom Kesteren en Opheusden liggen veel laanboomteeltbedrijven. Tot slot liggen er sporadisch nog wat landhuizen en (overblijfselen van) kastelen op deze oeverwallen. Kasteel Wijenburg in Echteld en oud kasteel Boelenham ten noorden van station Dodewaard-Hemmen zijn voorbeelden van deze kastelen die buiten de kernen liggen. Oude landhuizen zoals Buitenlust in Dodewaard en de Villa's Leuvenstein en De Maat in Kesteren zijn vaak ingebouwd in de kernen.
Fig. 3. De oeverwal bij Opheusden (Dutchplanners, 2022)
Kommen
De kommen in het gebied zijn, anders dan in andere delen van het rivierengebied, kort en smal omdat de Waal en Nederrijn relatief dicht bij elkaar liggen. De kommen zijn over het algemeen open met rechte wegen, rechte bomenrijen, watergangen, weilanden en weinig bebouwing. Vaak zijn hier melkveehouders te vinden die de komgronden gebruiken om hun vee op te laten grazen. Ook zitten hier de meeste niet-grondgebonden veehouders. Tussen de Linge en de Bonegraafseweg en ten noorden van de Saneringsweg bij Ochten zijn de kommen het duidelijkst zichtbaar. De openheid van dit landschap is karakteristiek en onderscheid zich van het oeverwallengebied dat kleinschaliger is met bebouwing, akkerbouw en fruit- en laanboomteelt. Door de ligging van de bovenregionale infrastructuur (A15, Betuweroute en spoorweg Arnhem-Tiel) met bedrijventerreinen in het midden van het kommengebied is het open karakter niet overal meer te vinden. Bovendien hebben betere technieken in de landbouw ervoor gezorgd dat ook de nattere komgebieden geschikt zijn geworden voor landbouw waardoor het verschil met oeverwallen minder scherp is.
Fig. 4. Kommen bij Lakemond (Dutchplanners, 2022)
Uiterwaarden
De uiterwaarden vallen vrijwel uitsluitend onder Natura 2000-gebieden. Bij zowel de Nederrijn als bij de Waal staan steenfabrieken en zijn er enkele klei- en zandwinningsputten. De uiterwaarden bestaan hoofdzakelijk uit grasland, kleine bospartijen en wat akkerbouw. Er is vrijwel geen bebouwing en er zitten geen intensieve niet-grondgebonden veehouders.
Waardevolle gebieden binnen de gemeente
Vanuit de omgevingsvisie 2022 is een waardenkaart opgesteld die als richtinggevend beschouwd wordt voor plusmaatregelen. De gemeente heeft een aantal gebieden in kaart gebracht waar bepaalde waarden belangrijk zijn. Hieronder staat per gebied aangegeven welke relevante waarden voor niet-grondgebonden veehouders de gemeente belangrijk vindt. Deze gebieden zijn:
Landelijk en groen
De gemeente ziet het landelijk gebied als een gebied dat landelijk, groen en agrarisch moet blijven met kleinschalige recreatieve voorzieningen en fiets- en wandelmogelijkheden. Laanboomteelt, fruitteelt maar ook veeteelt ziet de gemeente hier graag. Als het gaat om ruimtelijke kenmerken dan wordt de Linge samen met de oude dijken in het gebied genoemd en specifiek het Eldikse en Dodewaardse veld als natte open gebieden met ecologische waarde voor weidevogels. De gemeente wenst hier geen uitbouw van intensieve veehouderijen. Tot slot is de zichtbaarheid en toegankelijkheid van waardevolle gebieden en elementen zoals monumentale panden, natuurgebieden en open komgebieden belangrijk. Hierbij horen ook de vergezichten vanaf hogere stroomruggen in het kommengebied en het uitzicht vanaf de kommen op de dorpen.
Kernen
Hier zijn geen niet-grondgebonden veehouders gevestigd vanwege wet- en regelgeving in de bebouwde kom.
Rivieren en Uiterwaarden
Hier zijn geen niet-grondgebonden veehouders gevestigd vanwege Natura 2000-wetgeving.
A15 en Betuweroute
Voor de bovenlokale infrastructuur heeft de gemeente een aantal waarden geformuleerd die van belang kunnen zijn voor plusmaatregelen. De gemeente wenst naast snelwegen natuurontwikkeling en bloemrijke bermen. Ook is dubbelgebruik voor de opwekking van duurzame energie hier wenselijk.
Werken en ondernemen
Er zijn een aantal niet-grondgebonden veehouders gevestigd in de buurt van bedrijventerreinen, de gemeente heeft hier aangegeven dat hier ruimte moet zijn voor waterberging, zonnepanelen op daken en landschappelijke inpassing van nieuwe gebouwen.
Fig. 5. Waardenkaart uit de omgevingsvisie Neder-Betuwe (2022)
Ligging niet-grondgebondenveehouders
De gemeente Neder-Betuwe kent ongeveer 25 niet-grondgebonden veehouderijbedrijven. Dit betreft onder andere varkenshouderijen, pluimveebedrijven, kalverhouderijen en geitenhouderijen. Er zijn er enkele geografische concentraties aan te duiden waar deze bedrijven gevestigd zijn:
Tussen Ochten en Kesteren
Tussen Kesteren en Opheusden
Ten oosten van Opheusden
Ten oosten van Dodewaard
De meeste niet-grondgebonden veehouders vinden we terug in de kommen met name in de kommen tussen Kesteren en Ochten maar ook ten oosten van Opheusden. In de kommen rondom de bovenregionale infrastructuur zijn ook nog een aantal niet-grondgebonden veehouders gevestigd.
Op de oeverwallen en oude stroomruggen vindt vooral laanboomteelt en fruitteelt plaats naast de kernen. De niet-grondgebonden veehouders op de oeverwallen vinden we terug tussen de dijken en de kernen. Zoals tussen Kesteren, Opheusden en de Nederrijn.
De uiterwaarden bestaan vrijwel geheel uit Natura 2000-gebieden, waardoor zich hier logischerwijs geen niet-grondgebonden veehouderijen bevinden.
Analyse niet-grondgebondenveehouders
Er vallen een aantal dingen op over de ligging van de niet-grondgebonden veehouders in het landschap. Allereerst zijn niet-grondgebonden veehouders voornamelijk in de kommen te vinden. De veehouders die hier zijn gevestigd hebben vaak bomen langs het erf staan als grens tussen het erf en het akkerland/grasland. Op de oeverwallen staan er soms ook bomen langs het erf, maar vaker vinden we hier fruitboomgaarden of laanboomplanten direct naast het terrein.
Voor zowel de kommen als de oeverwal geldt dat de stallen rechthoekig en smal zijn en dat de stallen de landschapslijnen volgen. Af en toe staat er een stal of ander gebouw haaks op de parallelle stallen zie fig. 6. Deze gebouwen zijn vaak niet breder dan de stallen waar dit gebouw haaks op staat zodat de landschapslijnen, in groen aangegeven in fig. 6, bewaard blijven.
Fig. 6. Voorbeeld ligging van een niet-grondgebonden veehouderij in Neder-Betuwe in het landschap (Google Maps, 2022 bewerkt door Dutchplanners)
Hoofdstuk 2
Artikel 2.1
Ruimtelijke kenmerken
Onderdeel van Beleidsregel plussenbeleid gemeente Neder-Betuwe