Tot de maatregelen worden gerekend:
- - energiebesparende maatregelen in, op of aan de woning waar de volgende maatregelen onder vallen:
- - dakisolatie;
- - vloerisolatie;
- - gevelisolatie;
- - muurisolatie;
- - hoog-rendement beglazing en isolerend glas voor monumenten;
- - HR luchtverwarming;
- - zonneboiler;
- - (hybride) warmtepomp;
- - technieken voor warmteterugwinning;
- - groene daken;
- - zonnepanelen;
- - participatie in collectieve energieopwekkingsprojecten;
- - kosten voor het verkrijgen van een energielabel.
- - bouwkundige of domotica (technologische) aanpassingen die bijdragen aan het levensloopgeschikt maken van de woning, zoals indicatief en niet uitputtend opgesomd op de lijst van maatregelen, die als bijlage 1 is bijgevoegd bij deze verordening;
- - financiering van kosten voor vervullen van benodigde en gewenste specifieke en fysieke hulp. Denk aan bijvoorbeeld huishoudelijke hulp, een verhuisvergoeding en/of kosten ten behoeve van onderhoud van de woning en tuin;
- - Het college kan de in sub a tot en met sub c vermelde lijst van maatregelen uitbreiden en/of inkorten;
- - een aanvrager kan maximaal 80% van de hoofdsom gebruiken voor het financieren van zonnepanelen of participatie in collectieve energieopwekkingsprojecten (artikel 7 sub a onder 11° en 12°), tenzij de betreffende woning een energielabel B of beter heeft. De overige 20% dient de aanvrager te investeren in overige maatregelen als bedoeld in sub a tot en met c.
- - g. De lening kan nooit meer bedragen dan de werkelijke kosten. De lening bedraagt minimaal € 2.500,- en kan nooit meer bedragen dan € 50.000,--. Voor financiering van kosten voor vervullen van benodigde en gewenste specifieke en fysieke hulp is het maximum op € 5.000,- gesteld (artikel 7, sub c ).