**1..** Bij de start van elk traject van inwonerparticipatie neemt het bestuursorgaan een beslissing over in ieder geval de volgende onderwerpen en legt dit vast in een participatieparagraaf:
het doel van de participatie;
de doelgroepen die bij de participatie worden betrokken;
hoe de doelgroepen worden uitgenodigd en geïnformeerd;
de participatievraag;
het niveau van participatie, waarbij gekozen wordt uit: informeren, raadplegen, adviseren, samenwerken en meebeslissen of een combinatie hiervan;
de manier waarop de deelnemers kunnen participeren;
hoe en hoelang de deelnemers kunnen reageren;
de duur van en beslismomenten in de participatieprocedure;
hoe de reacties van de deelnemers meewegen in de besluitvorming;
de manier waarop de deelnemers worden geïnformeerd over het eindverslag en het (uiteindelijke) besluit;
de gemeentelijke contactpersoon die het participatieproces begeleidt.
Als gekozen wordt voor het participatieniveau ‘informeren’, dan wordt alleen een beslissing genomen over:
het doel van de participatie;
de doelgroepen die worden geïnformeerd;
de manier waarop de doelgroepen worden geïnformeerd over de stukken en het (uiteindelijke) besluit;
de gemeentelijke contactpersoon.
Het bestuursorgaan nodigt de doelgroepen uit om te participeren op de voor die doelgroepen meest geschikte wijze. In de kennisgeving worden de doelgroepen in begrijpelijke taal geïnformeerd over de onderwerpen die in het eerste lid staan, of, als het alleen om ‘informeren’ gaat, die in het tweede lid staan.
Als het nodig is om tijdens de participatieprocedure de kaders of de inrichting van deze procedure aan te passen, informeert het bestuursorgaan de deelnemers hierover zo snel mogelijk.
In uitzonderlijke gevallen kan het bestuursorgaan na afloop van de participatieprocedure afwijken van de keuze, genoemd in het eerste lid, onderdeel i. Deze wijziging wordt nadrukkelijk gemotiveerd en gecommuniceerd aan de deelnemers.