1. De centrumgemeente zet de regionale budgetten beschermd wonen en maatschappelijke opvang in voor de taken zoals beschreven in de DVO behorende bij deze regeling. Hierbij zijn de beleidsafspraken in het Regioplan Beschermd wonen en Maatschappelijke opvang Regio Almelo het uitgangspunt. Hierbij zet de centrumgemeente maximaal 5% van de rijksbijdrage in voor uitvoeringskosten zoals ambtelijke capaciteit. Mocht deze 5% door specifieke omstandigheden worden overschreden dan meldt centrumgemeente Almelo dit aan de regiogemeenten en vindt hierover nader overleg plaats.
2. De regiogemeenten hebben de intentie om de financiële uitgaven voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang door de centrumgemeente in totaal niet boven de hoogte van de jaarlijkse regionale budgetten voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang uit te laten komen.
3. Bij substantiële afwijkingen van de in het Regioplan beschreven werkwijze consulteert de centrumgemeente de regiogemeenten, voorafgaand aan besluitvorming door de centrumgemeente.
4. De centrumgemeente geeft de regiogemeenten periodiek (minimaal jaarlijks) inzage in de besteding van het budget van beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Bij een dreigend tekort informeert de centrumgemeente de regiogemeenten zo snel mogelijk en treden de regiogemeenten in overleg over hoe dit tekort op te lossen dan wel te beperken.
5. Als er na het realiseren van de prestaties en het verrekenen van de uitvoeringskosten na afloop van een kalenderjaar nog een bedrag binnen één of beide regionale budgetten resteert dan wordt door de centrumgemeente:
a. voor egalisatie de bestemmingsreserve beschermd wonen en maatschappelijke opvang opgehoogd tot een bedrag ter hoogte van een maximum percentage van de totale rijksbijdragen beschermd wonen en maatschappelijke opvang van de 6 regiogemeenten over het afgesloten kalenderjaar;
b. een bedrag ter hoogte van een maximum percentage van de rijksbijdragen beschermd wonen en maatschappelijke opvang van de 6 regiogemeenten over het afgesloten kalenderjaar in het volgende kalenderjaar ingezet voor innovatie, met als doel het bekostigingsproces te verbeteren, de kwaliteit van zorg en het toezicht hierop aan te scherpen, het aanbod beter aan te laten sluiten bij de behoeften van cliënten en de doorstroom van cliënten naar lichtere vormen van zorg te bevorderen.
De maximumpercentages genoemd onder a. en b. worden op voorstel van de stuurgroep centrumgemeentetaken vastgesteld door de colleges van de regiogemeenten. Als er na toepassing van stap a. en b. nog een bedrag over is, dan wordt dit op basis van een door de stuurgroep centrumgemeentetaken nader te bepalen verdeelsleutel verdeeld over de 6 regiogemeenten.
6. Als er na het realiseren van de prestaties en het verrekenen van de uitvoeringskosten na afloop van een kalenderjaar een financieel tekort is, dan wordt dit tekort door de regiogemeenten gezamenlijk gedragen. Hierbij wordt de verdeling van kosten berekend door toepassing van dezelfde verdeelsleutel als benoemd in lid 5.