1. In de jaarverantwoording wordt een onderscheid gemaakt tussen A-investeringen en B-investeringen.

2. In de jaarverantwoording wordt van alle lopende investeringen (= alle nog niet afgesloten kredieten) de uitputting van de geautoriseerde investeringskredieten en de actuele raming van de totale uitgaven weergegeven.

3. De kredieten worden in de jaarverantwoording niet bijgesteld. Over- of onderschrijdingen ten opzichte van de vastgestelde kredieten worden zichtbaar in het kredietenverslag. Het is niet mogelijk over- of onderschrijdingen te vereffenen.

4. Eventuele bijstelling van kredieten naar aanleiding van de jaarverantwoording, vindt plaats in de voorjaarsrapportage.