Naar hoofdinhoud
Op basis van artikel 174 van de gemeentewet is de burgemeester belast met het toezicht op openbare inrichtingen en met de uitvoering van verordeningen die betrekking hebben op dat toezicht. Als gevolg van artikel 4:81 Awb is vervolgens de burgemeester in beginsel ook bevoegd beleidsregels hieromtrent vast te stellen. Coffeeshops kunnen worden gedefinieerd als een alcoholvrije horecagelegenheden waar handel in en gebruik van softdrugs plaatsvindt. Artikel 2.3.1.2., lid 1, verbiedt het exploiteren van een horeca-inrichting zonder een vergunning van een burgemeester. Dit artikel kan ook worden toegepast op coffeeshops. Een coffeeshop zal dus een vergunning moeten aanvragen wil ze zich mogen vestigen. In lid 3 is opgenomen dat een vergunning kan worden geweigerd als naar het oordeel van de burgemeester moet worden aangenomen dat het woon- en leefklimaat en/of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid ervan. Met als motief de handhaving van de openbare orde en de bescherming van het woon- en leefklimaat kunnen de gemeenten regels stellen ter bestrijding en voorkoming van overlast als gevolg van de handel in en het gebruik van drugs. Op grond van de Wet Damocles is aan de burgemeester de bevoegdheid toegekend om bestuursdwang toe te passen indien in voor het publiek toegankelijke lokalen en daar bijbehorende erven drugs wordt gekocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is. De Wet Victoria, waarbij artikel 174a aan de gemeentewet is toegevoegd, geeft de burgemeester bevoegdheid tot sluiting van een woning/lokaliteit indien door de gedragingen in desbetreffend pand de openbare orde rond dat pand worden verstoord.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel