Naar hoofdinhoud

Artikel 3.1

Wettelijke grondslag participatie

Onderdeel van Beleidsnota Participatie Omgevingswet gemeente Heeze-Leende 2023

Participatie is als onderwerp opgenomen in: Het Omgevingsbesluit De Omgevingsregeling Het Omgevingsbesluit geeft aan dat de gemeenteraad verantwoordelijk is voor het organiseren van participatie bij de omgevingsvisie en het omgevingsplan en het college voor de programma’s. Bij omgevingsvergunningen is ervoor gekozen de verantwoordelijkheid voor participatie te leggen bij de aanvragers. Dit is geregeld in artikel 7.4 Omgevingsregeling. Zij zijn echter alleen in de gevallen die de gemeenteraad heeft aangewezen verplicht om participatie te organiseren. In het Omgevingsbesluit staan regels om participatie te borgen. Bij het omgevingsplan is geregeld dat in een kennisgeving wordt uitgelegd hoe de gemeente het participatietraject gaat inrichten. Voor de omgevingsvisie, het programma en het omgevingsplan is een motiveringsplicht opgenomen. In de motivering die is opgenomen in het vaststellingsbesluit geeft het bevoegd gezag achteraf aan hoe participatie heeft plaatsgevonden, wie erbij betrokken was en wat met de opgehaalde resultaten is gedaan. In de Omgevingsregeling is een aanvraagvereiste voor participatie bij de omgevingsvergunning uitgewerkt. Een initiatiefnemer moet bij het indienen van de vergunningaanvraag aangeven of participatie heeft plaatsgevonden en hoe dat is verlopen en wat met de resultaten is gedaan. Alleen voor omgevingsvergunningen voor buitenplanse omgevingsactiviteiten (bopa) kan de gemeenteraad besluiten in welke gevallen participatie in Heeze-Leende verplicht is. Bopa-en zijn initiatieven die niet passen binnen het omgevingsplan. Hiervoor kan toch een omgevingsvergunning worden verleend als dat voldoet aan het criterium ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’. Juist omdat dergelijke initiatieven een grote impact op de leefomgeving kunnen hebben, stellen wij voor om participatie te verplichten bij alle buitenplanse omgevingsactiviteiten. Wij tekenen hierbij aan, dat we moeten afwachten of dit bij de bestuursrechter stand zal houden. De opdracht van de wetgever is namelijk om participatie in beginsel niet verplicht te stellen, met uitzondering van bepaalde vooraf aangewezen gevallen. Ook legt de wetgever de verantwoordelijkheid voor de participatie bij omgevingsvergunningen expliciet bij de aanvrager. De kans is dus aanwezig dat de rechter het aanwijzen van alle buitenplanse omgevingsplanactiviteiten zal zien als in strijd met het systeem en de bedoeling van de Omgevingswet. Destijds is namelijk ook een vergelijkbaar standpunt door de rechter ingenomen met betrekking tot de verklaring van geen bedenkingen. Dat neemt niet weg, dat zo lang er geen jurisprudentie hierover beschikbaar is wij voor de schaal van Heeze – Leende en de impact van besluiten die afwijken van het omgevingsplan van mening zijn dat als er afgeweken wordt van het – eerst tijdelijke, later nieuwe – omgevingsplan participatie zo belangrijk is, dat dit in alle gevallen georganiseerd moet worden. De ‘hoe’ vraag kan daarbij uiteraard verschillen naarmate de impact op de fysieke leefomgeving groter of kleiner is en die verantwoordelijkheid laten wij aan de aanvrager. Beleidslijn Participatie is verplicht bij alle buitenplanse omgevingsactiviteiten. Voor deze plannen is participatie verplicht tijdens de planvoorbereiding. De hiervoor al genoemde Handreiking Participatie (bijlage 1) geeft initiatiefnemers een aantal mogelijke participatiemogelijkheden. De Omgevingswet laat initiatiefnemers overigens vrij om voor een vorm van participatie te kiezen. De Handreiking Participatie stimuleert initiatiefnemers om een bij hun plan passende vorm toe te passen. In bijlage 2 staat een tabel met daarin wanneer participatie nodig is, wie verantwoordelijk is en welk wetsartikel dit voorschrijft.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel