De gemeente hanteert zoveel mogelijk objectieve criteria bij het beoordelen van aanvragen voor vergunningen en het afhandelen van meldingen. Het gebruik van toetsprotocollen en een tijdige onderlinge afstemming (collegiaal toetsen) bevorderen dit. Dit moet leiden tot een transparante afweging, met name omtrent de belangen die de overheid beschermt, de belangen van de aanvrager en die van derde belanghebbenden. Ook de gelijke behandeling van gelijke gevallen wordt daardoor bevorderd.
De gemeente volgt standaard werkwijzen op hoofdlijnen, die per type vergunning kunnen verschillen. De processtappen van de standaardwerkwijzen worden vaak vastgelegd in het automatiseringssysteem Key2Vergunningen (K2V) en met de Ow, in Centric Leefomgeving (CLO).
De gemeente werkt volgens de ‘casemanagement’ methode. Hierbij heeft de aanvrager een vast aanspreekpunt (de casemanager) die de regie voert op (het afhandelen van) de aanvraag. De casemanager bewaakt het proces, zorgt dat de juiste adviezen worden gevraagd en geleverd, stemt zo nodig af tussen adviseurs (onderling) en aanvrager, lost problemen op en stelt de beschikking op.