Toezicht wordt op verschillende manieren ingezet:
Objectgericht: toezicht op een bepaalde activiteit, zoals een vergunning of algemene regels;
Gebiedsgericht: aanpakken van gebiedsspecifieke problematiek, bijvoorbeeld in een straat of wijk;
Branche/themagericht: toezicht op basis van een bepaald thema, bijvoorbeeld constructieve veiligheid of veiligheid bij evenementen.
Toezichtprotocollen
Voor een uniforme en effectieve uitvoering van het toezicht wordt (als de aard en de frequentie van het toezicht zich daarvoor leent) gebruik gemaakt van toezichtprotocollen. Het gebruik van toezichtprotocollen wordt ook nagestreefd om uitwisselbaarheid, samenwerking en het gelijk behandelen van gelijke gevallen tussen gemeenten en andere betrokken organisaties te bevorderen.
Om effectiviteit en eenduidigheid van werken te bevorderen, werkt de gemeente met standaard protocollen. Dit zijn richtlijnen om de toezicht taken te organiseren en registreren. De eenvoudigste variant hiervan is de ‘checklist’, die voor divers taken wordt gebruikt.
In de toezichtprotocollen wordt ook uitdrukking gegeven aan de grootte van de risico’s. Onderdelen (van activiteiten) of typen (gebouwen, gebruik er van) kennen zwaardere of lichtere risico’s. De protocollen spelen hierop in (aard van de controle, frequentie).
Risicosturing en programmatisch werken
De prioriteiten die gesteld zijn in de risico- en probleemanalyse zijn aanleiding om bewuste keuzen te maken over het inzetten van de VTH strategieën. Deze werkwijze is ook onderdeel van programmatisch werken; zorgvuldig afwegen op welke manier, met welke aanpak je de risico’s het beste beperkt. Ga je juist via toezicht en handhaving risico's tegemoet treden, of leg je de nadruk op preventie. De keuze voor de inzet van instrumenten wordt zo bewuster gemaakt en doelen worden scherper gesteld. In de uitvoeringsprogramma’s komt de uitwerking hiervan terug. In de monitor volgen we de resultaten.
Voor de in paragraaf 3.6 (Doelen en ambities) genoemde hoge prioriteit risico’s wordt op deze manier de aanpak verder bepaald.
Integraal werken, samenwerking tussen toezichthouders
Toezichthouders binnen en buiten de gemeente signaleren volgens afspraak voor elkaar. Om signalen beter te herkennen, wordt het toezicht incidenteel samen uitgevoerd.
Bonus-malus bij toezicht
Om die personen en bedrijven die zijn of haar zaken op orde heeft te 'belonen' kan met een bonus/malus systeem worden gewerkt. Met deze aanpak kan bij goed naleefgedrag de controlefrequentie worden verlaagd. Het bedrijf ervaart zo minder lastendruk, en de gemeente werkt efficiënter. Hierbij moet niet de indruk worden gewekt dat er niet meer wordt gecontroleerd.
Toezichtfrequentie
Ook de toezichtfrequentie is gekoppeld aan de risicomatrix. Een hoge prioriteit betekent vaker controleren. Hieronder zijn de frequenties kort beschreven. De frequenties zijn van toepassing op de zogenoemde thuistaken. Voor de andere taken hanteren de FUMO en VRF hun eigen frequenties.
Prioriteit
Consequentie
(Middel) Hoog
Het toezicht op naleving van de regels vindt proactief plaats op basis van (indien mogelijk) een vaste controlefrequentie. Verder wordt actief toezicht gehouden door surveillance, gevelcontroles, waarnemingen ter plaatse en bureaucontroles (advertenties, luchtfoto’s).
Middel
Het toezicht vindt minder intensief (al dan niet met een lagere controlefrequentie) en vooral steekproefsgewijs plaats, dan wel door gebiedsgerichte controles of door surveillance.
(Middel) Laag
Er is sprake van passief toezicht (al dan niet met een zeer lage controlefrequentie). In principe wordt alleen naar aanleiding van meldingen, klachten of handhavingsverzoeken toegezien op naleving van de regels.